ECLI:NL:RBDHA:2025:20917

ECLI:NL:RBDHA:2025:20917, Rechtbank Den Haag, 05-11-2025, NL24.11993

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-11-2025
Datum publicatie 07-11-2025
Zaaknummer NL24.11993
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

vovo, ingetrokken, pkv-verzoek afgewezen omdat er al eerder een vovo is toegewezen en pkv toegekend.

Uitspraak

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. I. Mercanoglu),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij intrekking van zijn verzoek om voorlopige voorziening op 13 april 2024.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.

Is de minister aan het verzoek tegemoetgekomen?

4. De voorzieningenrechter heeft de voorlopige voorziening voor verzoeker met daarin mr. I. Petkovski als gemachtigde, met de uitspraak van 4 april 2024 toegewezen. Er waren namelijk voor verzoeker door meerdere gemachtigden procedures gestart. Op 5 april 2024 heeft de rechtbank aan de gemachtigde van verzoeker een brief gezonden met de vraag of verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening nog wel wil handhaven.

In reactie op deze brief van de rechtbank heeft de gemachtigde van verzoeker op 13 april 2024 de onderhavige voorlopige voorziening ingetrokken. Gelijktijdig heeft hij een verzoek om proceskostenvergoeding ingediend.

Op 29 april 2025 heeft de voorzieningenrechter de gemachtigde van verzoeker verzocht om informatie. Op 5 april 2024 is namelijk medegedeeld dat het verzoek om voorlopige voorziening, ingediend door mr. I. Petkovski, met de uitspraak van 4 april 2024 is toegewezen én dat in die uitspraak ook een proceskostenvergoeding is toegekend. De voorzieningenrechter heeft daarom gevraagd om aan te geven waarom in deze zaak ook een proceskostenveroordeling zou moeten worden toegekend.

Hier is geen reactie op gekomen. Daarom heeft de voorzieningenrechter op 15 mei 2025 gemachtigde van verzoeker nogmaals verzocht om het geven van een reactie. Deze reactie is wederom uitgebleven.

5. De voorzieningenrechter oordeelt dat in dit geval geen aanleiding bestaat om in deze zaak een proceskostenvergoeding toe te kennen. Er is immers al eerder een proceskostenvergoeding toegekend voor de toegewezen voorlopige voorziening met zaaknummer NL24.11054. Dat er een dubbel rechtsmiddel, namelijk een verzoek om voorlopige voorziening, is ingediend en dat onderhavige zaak vervolgens is ingetrokken, maakt niet dat kan worden gesteld dat de minister tegemoet is gekomen aan verzoeker. Onderhavige zaak is in die zin door de dubbele indiening en de daaropvolgende intrekking ‘leeg’. Er kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niets meer mee bereikt worden, omdat dat al eerder door de toewijzing en proceskostenveroordeling in de andere zaak is bereikt. Door het uitblijven van een reactie van de gemachtigde van verzoeker, is ook niet aannemelijk gemaakt of aangevoerd dat in deze zaak sprake is van een andere situatie en dat daarom toch een proceskostenvergoeding moet worden toegekend aan de gemachtigde van verzoeker. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om de minister in de onderhavige zaak nogmaals te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten in deze zaak.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Metz, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand