ECLI:NL:RBDHA:2025:21024

ECLI:NL:RBDHA:2025:21024, Rechtbank Den Haag, 07-11-2025, NL25.41992

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-11-2025
Datum publicatie 07-11-2025
Zaaknummer NL25.41992
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Beroep niet tijdig op bezwaar

Uitspraak

[naam]

V-nummer: [nummer]

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],

eisers,

(gemachtigde: mr. I.M. Hidding),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op het bezwaar van 9 januari 2025.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Zijn de beroepen ontvankelijk en gegrond?

2. Het bezwaarschrift is gericht tegen het besluit van 18 december 2024. De minister moet uiterlijk beslissen binnen negentien weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaar is verstreken. De laatste dag om een bezwaarschrift in te dienen was 15 januari 2025. De uiterlijke termijn om te beslissen op het bezwaar was 28 mei 2025. De minister heeft de beslistermijn op 24 februari 2025 met zes weken verdaagd. Dit betekent dat de beslistermijn op 9 juli 2025 afliep. Eisers hebben de minister op 25 juli 2025 in gebreke gesteld. Anders dan de minister stelt, was deze ingebrekestelling niet prematuur. Eisers hebben meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar.

3. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.

Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?

4. Omdat de minister nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de minister dit alsnog moet doen. In principe moet de minister dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank een andere termijn geven. De minister heeft in het verweerschrift van 21 september 2025 toegelicht dat het bezwaarschrift inmiddels is toegewezen aan een behandelaar en dat het voornemen bestaat om nader onderzoek, mogelijk in de vorm van een gehoor, te verrichten. Uit de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2020 volgt dat bij het bepalen van de lengte van de nadere termijn de zorgvuldigheid van de besluitvorming zwaar weegt. De rechter mag geen termijn stellen waarvan op voorhand vaststaat dat het bestuursorgaan die niet kan halen zonder onzorgvuldig te werk te gaan. De rechtbank is bekend met de grote achterstanden bij het beslissen op nareisaanvragen en bezwaarschriften in nareisprocedures bij de minister. Daarom zal de rechtbank bepalen dat de minister binnen twaalf weken na dag van bekendmaking van deze uitspraak een besluit bekend dient te maken op het bezwaar van eisers.

Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?

5. Eisers hebben gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op bezwaar neemt, de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.

Is de minister een bestuurlijke dwangsom verschuldigd?

6. Met de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is de bestuurlijke dwangsom afgeschaft voor de zaken waarin de ingebrekestelling na 15 april 2025 is ingediend. De minister hoeft geen bestuurlijke dwangsom aan eisers te betalen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen, de minister binnen twaalf weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen op het bezwaar. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd.

7. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank voor eisers gezamenlijk vast op € 453,50.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van

A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand