ECLI:NL:RBDHA:2025:21322

ECLI:NL:RBDHA:2025:21322, Rechtbank Den Haag, 12-11-2025, NL25.48998

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-11-2025
Datum publicatie 14-11-2025
Zaaknummer NL25.48998
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823 CELEX:32003R0343 EU:32003R0343

Samenvatting

Dublin, Duitsland, art. 17 DVo, ongegrond.

Uitspraak

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. H.A. Koning),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 3 oktober 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.

Had de minister toepassing moeten geven aan artikel 17 van de Dublinverordening?

5. Eiser betoogt dat de minister ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan artikel 17 van de Dublinverordening. Een overdracht aan Duitsland getuigt in het geval van eiser van onevenredige hardheid. Eiser vreest dat hij bij terugkeer naar Duitsland door de Duitse autoriteiten wordt teruggestuurd naar Marokko. Dit is eiser verteld door de Duitse autoriteiten tijdens zijn verblijf in Duitsland. Hierdoor vreest eiser dat de Duitse autoriteiten hem niet serieus zullen nemen.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister geeft onder meer toepassing aan artikel 17 van de Dublinverordening als bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van een vreemdeling van onevenredige hardheid getuigt. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat sprake is van zulke bijzondere, individuele omstandigheden. Dat eiser vreest dat de Duitse autoriteiten hem zullen terugsturen naar Marokko en dat een reëel gevaar bestaat op indirect refoulement als hij aan Duitsland wordt overgedragen, is geen bijzondere omstandigheid die kan worden meegewogen in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening. De minister mag er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel van uit gaan dat Duistland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Binnen de kaders van de Dublinprocedure kan niet beoordeeld worden of een vreemdeling bij overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat een reëel risico loopt op indirect refoulement. Eiser kan zijn vrees voor refoulement in Duitsland aankaarten. Om die reden heeft de minister voldoende gemotiveerd waarom hij geen toepassing heeft gegeven aan artikel 17 van de Dublinverordening.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A. van Hoof

Griffier

  • mr. F.E. Brokke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand