3. ECLI:NL:RVS:2024:3661.
4 ECLI:NL:RVS:2025:575.
5 ECLI:EU:C:2023:934.
Artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening
12. Eiser stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij geen aanleiding heeft gezien om de asielaanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dvo aan zich te trekken. Hiertoe voert eiser aan dat zijn psychische problemen ernstig zijn toegenomen in Duitsland door het lange proces en zijn geïsoleerde onderdak. Eiser vreest dan ook dat deze problemen bij terugkeer opnieuw zullen verergeren. Ter onderbouwing heeft eiser zijn medisch patiëntendossier overgelegd.
13. Paragraaf C2/5.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) bepaalt dat de minister terughoudend gebruik maakt van de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming hier te lande te behandelen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dvo, ook al is Nederland op grond van de in de verordening neergelegde criteria daartoe niet verplicht. De minister gebruikt de bevoegdheid om het verzoek om internationale bescherming hier te lande te behandelen als er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van onevenredige hardheid getuigt.
14. De rechtbank oordeelt dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat hij de aanvraag niet onverplicht aan zich had hoeven trekken. Er zijn geen bijzondere, individuele omstandigheden naar voren gebracht die maken dat de overdracht aan Duitsland onevenredig hard is. Voor zover eiser daarbij doelt op zijn gezondheidstoestand, merkt de rechtbank op dat dit niet een bijzondere omstandigheid in bovengenoemde zin is. De minister mag op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel erop vertrouwen dat de Duitse autoriteiten haar internationale verplichtingen zal nakomen en dat eiser indien nodig afdoende medische zorg zal krijgen. Het is aan eiser om bij voorkomende problemen te klagen bij de Duitse autoriteiten. Niet is gebleken dat klagen bij de Duitse autoriteiten voor eiser niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
6. ECLI:NL:RVS:2024:2359.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 november 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.