uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , eiser
geboren op [geboortedatum] ,van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de minister van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: mr. J.R. Sotthewes- de Jonge).
Inleiding
1. Met het besluit van 4 maart 2024 heeft de minister aan eiser laten weten dat hij na
4 maart 2024 niet meer valt onder de RTB en is zijn tijdelijke bescherming beëindigd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 31 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker – vergezeld van zijn echtgenote en dochter –, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op zitting gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL24.13794, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij gegrond verklaard en het bestreden besluit is daarbij vernietigd. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,- (één punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening, met een waarde van
€ 907,- per punt).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.