Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2228
Zaaknummer: C/09/682420
Datum beschikking: 24 oktober 2025
Machtiging tot het uitoefenen van het recht van erfgenaam
Beschikking op het op 24 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
1. [verzoekster 1] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
2. [verzoekster 2] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
3. [verzoekster 3] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland,
en
4. [verzoekster 4] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
5. [verzoeker 1] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
6. [verzoekster 5] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
7. [verzoekster 6] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
8. [verzoekster 7] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
9. [verzoekster 8] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
10. [verzoeker 2] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
11. [verzoekster 9] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna samen te noemen: verzoekers,
advocaat: mr. J.P. den Besten in Utrecht.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[verweerder] ,
verweerder,
volgens de Registratie Niet Ingezetenen (hierna: RNI) sinds [datum 1] 2006 geëmigreerd met adres onbekend.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Verweerder is openbaar opgeroepen voor een zogenoemde oproepzitting van 11 augustus 2025 door middel van een advertentie in de op 4 juli 2025 verschenen editie van de Staatscourant, nr. 23431. Verweerder is niet op de oproepzitting verschenen.
Feiten
Verzoek en verweer
Verzoekers verzoeken, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Verweerder heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Machtiging tot uitoefening recht van erfgenaam
Bevoegdheid
Op grond van artikel 267 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in zaken van afwezigheid of vermissing bevoegd de rechter van de verlaten woonplaats van de afwezige of vermiste. Deze bepaling wordt aangevuld door artikel 269 Rv, inhoudende dat als de artikelen 262 tot en met 268 geen bevoegde rechter aanwijzen de rechtbank Den Haag bevoegd is. In deze procedure kon van de afwezige of vermiste – in casu verweerder – de verlaten woonplaats niet worden vastgesteld. Deze rechtbank is dus bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:412 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek verleent de rechtbank, wanneer aan een persoon wiens bestaan onzeker is een erfdeel of een legaat opkomt, waartoe, indien hij niet in leven mocht zijn, anderen zouden zijn gerechtigd, aan die anderen op hun verzoek machtiging tot de uitoefening van het recht van erfgenaam of legataris.
Ontvankelijkheid
Verzoekers zijn in ieder geval de wettige erfgenamen in de nalatenschap van de erflater. Om die reden zijn verzoekers ontvankelijk in hun primaire verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Verzoekers stellen dat het bestaan van verweerder onzeker is. Verweerder is de zoon van [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [naam 2] is op [datum 2] 2017 overleden. Van het bestaan van verweerder wisten verzoekers, met uitzondering van verzoeker onder 10. die na het overlijden van [naam 2] hierover is geïnformeerd door de politie, niet af. Verzoekers hebben geen contact met verweerder en beschikken niet over zijn contactgegevens. Verweerder is geboren op [geboortedatum 2] 2002 in [geboorteplaats 2] .
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat op grond van de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) moet worden aangenomen dat verweerder een zoon is van [naam 2] . Volgens een uittreksel uit het BRP is verweerder niet woonachtig in Nederland en staat verweerder sinds [datum 1] 2006 RNI geregistreerd met land onbekend. Verzoekers zijn daarom niet bekend met naar welk land verweerder destijds is vertrokken. Verzoekers hebben een openbare oproep op Facebook geplaatst dat zij op zoek zijn naar verweerder, maar gebleken is dat dit niet heeft geleid tot contact met verweerder of het verkrijgen van nadere gegevens op basis waarvan door verzoekers verder gezocht kan worden naar verweerder. Daarnaast hebben verzoekers via de politie Midden-Nederland getracht meer informatie te ontvangen over het bestaan en de verblijfplaats van verweerder. De politie heeft hieraan tot op heden geen medewerking verleend. De rechtbank constateert tot slot dat verweerder ook via de openbare oproep voor de zitting van 11 augustus 2025 niet is verschenen. Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verzoekers voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat het bestaan van verweerder onzeker is. De rechtbank zal het primaire verzoek daarom toewijzen.
Omdat de rechtbank het primaire verzoek van verzoekers zal toewijzen, hoeven het subsidiaire en meer subsidiaire verzoek van verzoekers niet meer te worden besproken.
Beslissing
De rechtbank:
verleent aan verzoekers machtiging tot het uitoefenen van het recht van erfgenaam van het aan verweerder opgekomen erfdeel in voornoemde nalatenschap van de erflater.