ECLI:NL:RBDHA:2025:21787

ECLI:NL:RBDHA:2025:21787, Rechtbank Den Haag, 29-10-2025, NL25.41740 V

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-10-2025
Datum publicatie 20-11-2025
Zaaknummer NL25.41740 V
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

Uitspraak op verzet beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant] , opposant V-nummer: [V-nummer] ,

uitspraak op verzet

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.41740-V

(gemachtigde: mr. I. Vreeken),

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingesteld, omdat de minister van Asiel en Migratie (de minister) volgens hem niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een asielaanvraag.

In de uitspraak van 25 juli 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank de minister opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van die uitspraak, een eerste gehoor af te nemen en om binnen acht weken na het eerste gehoor een besluit op de aanvraag bekend te maken. Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

Overwegingen

1. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak op 25 juli 2025 gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2. In deze verzetszaak moet de rechtbank beoordelen of zij op 25 juli 2025 terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dater dus geen zitting nodig was. Oordelend in verzet, kijkt de rechtbank (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank tot het oordeel komt dat de uitspraak van de rechtbank van 25 juli 2025 niet juist was.

Ten aanzien van het verzet

3. Volgens opposant is de uitspraak van 25 juli 2025 niet juist, omdat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat opposant nog niet was gehoord omtrent zijn asielmotieven. Dit was echter wel degelijk al gebeurd en wel op 13 mei 2025. Als gevolg hiervan heeft de rechtbank ten onrechte een langere nadere beslistermijn aan de minister gegeven.

4. De verzetsrechter is het met opposant eens. Ten tijde van de uitspraak van 25 juli 2025 was de rechtbank niet gefaformeerd over het gehoor van 13 mei 2025. Dat neemt niet weg dat de rechtbank in die uitspraak aan de minister ten onrechte een nadere beslistermijn van

zestien weken heeft opgelegd. Het verzet is daarmee kennelijk gegrond. De uitspraak van 25 juli 2025 komt te vervallen.1

Ten aanzien van het beroep

5. De rechtbank is van oordeel dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de beroepszaak. De rechtbank doet daarom op grand van artikel 8:55, tiende lid, van de Awb niet alleen uitspraak op het verzet, maar ook op het beroep.

6. Het beroep is gegrond. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend moet maken. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van€ 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij deze termijn overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van€ 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzet en het beroep zijn gegrond.

8. De rechtbank veroordeelt de minister in de door opposant gemaakte proceskosten in verzet. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag, omdat opposant een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een verzetschrift in te dienen. Toegekend wordt € 453,50 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift, met een waarde per punt van€ 907,- en een wegingsfactor van 1).

9. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser voor zover de minister dit nog niet heeft voldaan, ook een vergoeding voor de proceskosten die hij in beroep heeft gemaakt. De minister moet die vergoeding betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Toegekend wordt € 453,50 (0,5 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van€ 907,- en een wegingsfactor van 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. D.A.M. Delger, griffier.

1. Artikel 8:55, negende lid, van de Awb.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 29 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u bet niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend, voor zover daarbij is beslist op het verzet.

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, voor zover daarbij is beslist op het beroep, dan kunt u hoger beroep instellen bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. U moet

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.J.A. Schaaf

Griffier

  • mr. D.A.M. Delger

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand