ECLI:NL:RBDHA:2025:21833

ECLI:NL:RBDHA:2025:21833, Rechtbank Den Haag, 15-08-2025, NL25.35889

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-08-2025
Datum publicatie 20-11-2025
Zaaknummer NL25.35889
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 BWBR0011825

Samenvatting

Bewaring eerste beroep, beroep ongegrond, voortvarendheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. S. Oukil),

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. schoonbrood).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.35889

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

en

Procesverloop

Bij besluit van 3 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen X. Chu. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft de behandeling ter zitting aangehouden om de minister in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verschaffen over de voortgang van de asielaanvraag van eiser. De minister heeft die informatie op 11 augustus 2025 verstrekt. Eiser heeft van de hem geboden gelegenheid om daar uiterlijk 12 augustus 2025 om 12.00 uur schriftelijk op te reageren geen gebruik gemaakt. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten, zoals ter zitting met partijen was afgesproken.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Chinese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1979.

2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3g. in het Nederlandse rechtsverkeer gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten;

3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

3. De minister heeft ter zitting grond 3i laten vallen.

4. Eiser betwist de lichte gronden onder 4c en 4d. De rechtbank is van oordeel dat de niet betwiste zware gronden onder 3a en 3g feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, omdat hieruit een risico op onttrekking aan het toezicht blijkt. De rechtbank laat de overige door eiser betwiste gronden om die reden verder onbesproken.

5. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de asielaanvraag. Eiser heeft op 3 augustus 2025 asiel aangevraagd en tot op heden is er geen aanmeldgehoor ingepland.

6. Uit de informatie die de minister na de zitting heeft verstrekt blijkt dat eiser na de zitting op 11 augustus 2025 is overgeplaatst naar het detentiecentrum te [plaats] voor het aanmeldgehoor. Op 13 augustus 2025 staat het nader gehoor gepland.

7. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de asielaanvraag van eiser, nu eiser binnen twee weken na zijn asielaanvraag zal worden gehoord.

8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

15 augustus 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D. Verduijn

Griffier

  • mr. K.L.H. Thomas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand