Omgang
Beschikking op het op 8 april 2021 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. W.N. Sardjoe te 's-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. B.S. van Haeften te 's-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 27 februari 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig begeleide omgang met de vader zullen hebben één uur per veertien dagen, waarbij deze omgang onder regie van [instantie] uitgebreid kan worden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
Beoordeling
Blijkens het verslag van [instantie] is er geen begeleide omgang tot stand komen tussen de vader en de kinderen. De vader heeft bij [instantie] aangegeven dat hij de kinderen niet wil dwingen tot contact met hem, en dat hij de situatie aan de tijd wil overlaten; wellicht willen de kinderen op latere leeftijd uit zichzelf weer het contact met hem opzoeken. In deze procedure heeft de vader, ondanks rappel van de rechtbank, niets meer van zich laten horen en zich dus ook niet heeft uitgelaten over de door hem gewenste voortgang van de procedure.
Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank geen andere mogelijkheden meer om contact tussen de vader en de kinderen tot stand te laten komen. Zij zal het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dan ook afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling.