Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 12 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.A. Hoste te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift.
Op 11 juni 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Op de zitting is door de advocaat van de vrouw een kopie van een e-mail overgelegd.
Feiten
Verzoek
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres] , met inbegrip van de inboedel en met het bevel dat de man die woning dient te verlaten, de sleutels inlevert bij de vrouw en verder niet mag betreden.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige- voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Op de zitting hebben partijen aangegeven dat zij voor de zitting overeenstemming hebben bereikt. Gebleken is dat de man hoog op de lijst staat om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. De verwachting is dat hij op korte termijn, binnen maximaal vier maanden, vervangende woonruimte zal vinden.
Partijen hebben daarnaast met behulp van Tom in de Buurt veiligheidsafspraken gemaakt voor de komende periode. Deze afspraken behelzen het volgende:
Gelet op het voorgaande hebben partijen afgesproken dat de man na de datum van de zitting (11 juni 2025) nog maximaal vier maanden, aldus uiterlijk tot 11 oktober 2025 in de echtelijke woning verblijft. De man zal de woning daarna verlaten.
Naar de rechtbank begrijpt, verzoeken partijen om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning (in het kader van de voorlopige voorzieningenprocedure) na een termijn van vier maanden na de datum van de zitting toe te laten komen aan de vrouw, voor zover op dat moment nog geen beslissing is genomen over het huurrecht in de bodemprocedure. De rechtbank zal deze overeenstemming, als op de wet gegrond, vastleggen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw met ingang van 11 oktober 2025 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning op die datum dient te verlaten en verder niet mag betreden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.