RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. E. Tahitu),
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.52100
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J.J.M. van Raak).
Procesverloop
Bij besluit van 22 augustus 2024 heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige voor langdurig ingezetene afgewezen’. Met het besluit van 5 december 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van verzoeker, is de minister bij de afwijzing gebleven.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.52099, op
22 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, L. Pomper als tolk en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.52099, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 augustus 2025