ECLI:NL:RBDHA:2025:22258

ECLI:NL:RBDHA:2025:22258, Rechtbank Den Haag, 17-11-2025, C/09/690580 / JE RK 25-1494

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-11-2025
Datum publicatie 27-11-2025
Zaaknummer C/09/690580 / JE RK 25-1494
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Ondertoezichtstelling

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Beschikking van de kinderrechter

Ondertoezichtstelling

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden (hierna: de Raad),

[de moeder] ,

[de vader] ,

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

mr. D.G.M. van den Hoogen,

Team Familie

Zaaksgegevens: C/09/690580 / JE RK 25-1494

Datum uitspraak: 17 november 2025

in de zaak naar aanleiding van het op 26 augustus 2025 ingekomen verzoekschrift van:

betreffende:

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.B. Groenhart-Meerzorg in Leiderdorp.

en

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland,

advocaat: mr. T. Dreiling in Leiden,

De kinderrechter merkt als informanten aan:

de gecertificeerde instelling,

hierna: JBW,

en

in haar hoedanigheid als bijzondere curator over de kinderen.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen.

Op 20 oktober 2025 heeft de kinderrechter de zaak op de zitting met gesloten deuren behandeld in de vorm van gecombineerde behandeling met de verzoeken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (C/09/680260 en FA RK 25-2030). Op die verzoeken wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.

Op de zitting zijn verschenen:

[minderjarige 1] heeft op 20 oktober 2025 met de kinderrechter gesproken.

Feiten

- De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

Verzoek en verweer

De Raad verzoekt, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, om de kinderen onder toezicht te stellen van JBW voor een periode van twaalf maanden.

De moeder en de vader hebben ingestemd met het verzoek, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op de stukken en dat wat op de zitting is besproken, van oordeel dat de in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn.

De kinderrechter heeft hierbij in overweging genomen dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Deze ontwikkelingsbedreiging komt onder meer voort uit het gebrek aan onderling vertrouwen tussen de ouders over elkaars opvoedvaardigheden en de immer aanhoudende conflicten en strijd, onder meer over de in te zetten hulpverlening voor de kinderen en (de uitvoering en uitbreiding van) de zorgregeling tussen de vader en de kinderen. De kinderen worden daardoor structureel en reeds langdurig geconfronteerd met spanningen die niet passend zijn bij hun leeftijd. De kinderrechter constateert dat dit leidt tot een ernstig loyaliteitsconflict bij de kinderen. Met name [minderjarige 1] heeft hier zichtbaar veel last van; zij kampt met ernstige hoofd- en buikpijnen en depressies. Mede gelet op de ervaringen in de afgelopen jaren, is de kinderrechter van oordeel dat de ouders op dit moment onvoldoende in staat en bereid zijn om onder eigen verantwoordelijkheid en in een vrijwillig kader de ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen weg te nemen. De kinderrechter verwacht dat door JBW binnen de ondertoezichtstelling wordt ingezet op opvoedondersteuning bij beide ouders en wordt ingezet op hulpverlening voor het doorbreken van (gedrags)patronen tussen de ouders. Daarnaast krijgt JBW de regie in de praktische uitvoering en eventuele uitbreiding van de zorgregeling tussen de vader en de kinderen, waarbij JBW leidend is om te bepalen of, en zo ja, wanneer de zorgregeling kan worden uitgebreid.

Gelet op de langdurige en complexe (systeem)problematiek, acht de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar noodzakelijk.

De kinderrechter zal als volgt beslissen.

Beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] van 17 november 2025 tot 17 november 2026 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Sluijmer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand