Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 17 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P. Rodrigues de Carvalho te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.E. de Jong te Zoeterwoude.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
Op 22 oktober 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vader strekt tot:
- het treffen van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken die - kort samengevat - het volgende inhoudt:
- [minderjarige] verblijft de ene week van dinsdagochtend 08.00 uur tot zaterdagochtend 08.00 uur en de andere week van woensdagochtend 08.00 uur tot zaterdagochtend 08.00 uur bij de vader;
- [minderjarige] wordt gebracht naar de andere ouder door de ouder bij wie hij het laatst verbleef;
- gedurende de momenten dat de vader de zorg over [minderjarige] heeft, verblijft de vader – zolang hij nog niet over eigen woonruimte beschikt – bij zijn moeder;
- het vaststellen van een verdeling van de vakanties, in die zin dat:
- nadat [minderjarige] de leeftijd van vier jaar heeft bereikt en naar de basisschool gaat, de zomervakantie bij helfte wordt verdeeld, waarbij [minderjarige] in de even jaren de eerste drie weken bij de vader verblijft, en de laatste drie weken bij de moeder, en in de oneven jaren andersom;
- in de overige vakanties de reguliere zorgregeling doorloopt;
- indien een ouder met [minderjarige] op vakantie binnen Europa wenst te gaan, dient dit zes weken van tevoren worden aangegeven aan de andere ouder;
- indien een ouder met [minderjarige] op vakantie buiten Europa wenst te gaan, dient dit tien weken van tevoren worden aangegeven aan de andere ouder;
en het vaststellen van een feestdagenregeling, waarbij [minderjarige] verblijft:
- Sinterklaas: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
- kerstavond + eerste kerstdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
- tweede kerstdag + oudejaarsavond en Nieuwjaarsdag tot 11.00 uur: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
- Pasen: in even jaren op eerste paasdag bij de moeder, en op tweede paasdag bij de vader, in oneven jaren andersom;
- Hemelvaartsdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
- Pinksteren: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
- Koningsdag: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
- Moederdag: bij de moeder;
- Vaderdag: bij de vader;
- verjaardag [minderjarige] tot vijf jaar: in even jaren in de ochtend tot de middag bij de vader, en vanaf de middag tot de avond bij de moeder, in oneven jaren andersom;
- verjaardag [minderjarige] vanaf vijf jaar: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
- het vaststellen van een informatieregeling, welke als volgt luidt:
- de moeder dient de vader maandelijks per e-mail te informeren over belangrijke zaken die betrekking hebben op [minderjarige] , waaronder alle relevante informatie, aangaande het welzijn van [minderjarige] , zijn eet- en drinkgedrag, ritme, slaapjes alsmede medische aangelegenheden (zoals o.a. afspraken bij de huisarts, tandarts of het ziekenhuis);
- althans een zodanige regeling als de rechtbank in de gegeven omstandigheden rechtvaardig acht;
- het bepalen dat de moeder een dwangsom verbeurt van € 250,- voor iedere dag of deel van een dag dat de moeder nalaat haar medewerking te verlenen aan de in de onderhavige procedure vastgestelde zorgregeling en/of vakantie- en feestdagenregeling en/of informatieregeling, zulks tot een maximum van
€ 10.000,-, althans te bepalen dat een zodanige dwangsom zal gelden als de rechtbank in de gegeven omstandigheden rechtvaardig acht;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt:
- [minderjarige] in de zomervakantie conform een 1-2-2-1 regeling naar zijn ouders gaat, waarbij verzocht wordt om een verdeling, waarbij [minderjarige] in de even jaren in de eerste, vierde en vijfde week bij de vader is en in de tweede, derde en zesde week bij de moeder, en in de oneven jaren andersom;
- [minderjarige] in de andere schoolvakanties volgens de reguliere zorgregeling bij partijen zal verblijven, tenzij anders overeengekomen;
- (noodzakelijke) familiebezoeken van de vrouw en [minderjarige] naar Amerika buiten de vakantieregeling vallen;
dan wel een vakantieregeling door de rechtbank te bepalen;
- kerstavond en eerste kerstdag: in even jaren bij de vader en in oneven jaren bij de moeder;
- tweede kerstdag en oudejaarsavond tot nieuwjaarsdag (11:00 uur): in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
- Pasen: in even jaren eerste paasdag bij de moeder, tweede paasdag bij de vader, in oneven jaren andersom;
- Hemelvaartsdag: in even jaren bij de moeder, in oneven jaren bij de vader;
- Pinksteren: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
- Koningsdag: in even jaren bij de vader, in oneven jaren bij de moeder;
- Moederdag: bij de moeder;
- Vaderdag: bij de vader;
- verjaardag ouder: bij de betreffende ouder;
- Sinterklaas (wordt gevierd op 4 en 5 december): in even jaren op 4 december bij de vader en op 5 december bij de moeder, in oneven jaren andersom;
- verjaardag van [minderjarige] : van 4 op [geboortedatum] bij de moeder, zodat zij in de ochtend met de familie de verjaardag van [minderjarige] kan vieren en op [geboortedatum] vanaf 13:00 bij de vader;
dan wel een feestdagenregeling door de rechtbank te bepalen;
- een informatieregeling vast te stellen, waarbij partijen na ieder omgangsmoment een korte overdracht hebben, waarbij gesproken wordt over het eet- en slaapgedrag van [minderjarige] en waarbij partijen één keer per maand een aanvullende informatieregeling hebben, waarbij overige belangrijke informatie uitgewisseld wordt over het welzijn van [minderjarige] , dan wel een informatieregeling door de rechtbank te bepalen;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] .
- [minderjarige] woont bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
Beoordeling
Zorgregeling en verdeling van de vakanties en feestdagen
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a tweede lid onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een zorgregeling vaststellen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank heeft op de zitting een vergelijk tussen de ouders beproefd. Dit heeft geleid tot een gedeeltelijke overeenstemming.
De ouders zijn overeengekomen dat [minderjarige] voorlopig op de woensdag van 08.00 uur tot 18.00 uur en op vrijdag van 08.00 uur tot zaterdag 08.00 uur bij de vader verblijft. De wisselmomenten zullen plaatsvinden bij het huis van de opa vaderszijde. De ouders zijn er ook in geslaagd om tot gedeeltelijke overeenstemming te komen ten aanzien van de verdeling van de vakanties en feestdagen. Ten aanzien van de vakanties ziet die overeenstemming op de periode, voordat [minderjarige] de schoolgaande leeftijd heeft bereikt. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, omdat zij dit in het belang van [minderjarige] acht.
De ouders zullen in onderling overleg bepalen vanaf wanneer de voorlopige zorgregeling gaat starten, omdat de moeder hiervoor haar werktijden zal moeten aanpassen.
Het is de ouders niet gelukt om afspraken te maken over een definitieve zorgregeling. Het is de rechtbank gebleken dat de relatie van de ouders na de partnerbreuk is verstoord. De ouders kunnen niet meer op constructieve wijze met elkaar communiceren en hebben weinig vertrouwen in elkaar. De ouders zullen nog een lange tijd de verzorgers en opvoeders van [minderjarige] zijn. De rechtbank acht het daarom in het belang van [minderjarige] dat de ouders hun onderlinge communicatie verbeteren, zodat zij samen afspraken kunnen maken over hem en [minderjarige] onbelast contact met beide ouders kan hebben. De vader heeft op de zitting verteld dat hij persoonlijke ondersteuning krijgt vanuit [zorginstantie] en dat hij bij hen heeft aangeven dat hij ook graag ondersteuning ontvangt bij het verbeteren van de communicatie tussen de ouders. Hij had de moeder daar nog niet van op de hoogte gesteld, maar zij heeft op zitting aangegeven open te staan voor ouderschapsbemiddeling.
De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan een traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams [regio] voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams [regio] .
Gedurende dit traject kunnen de ouders met behulp van de begeleiding afspraken maken over een definitieve zorgregeling en de verdeling van de vakanties en feestdagen, voor zover daar nog niet op is beslist, en werken aan het vertrouwen in elkaar als opvoeder en de onderlinge samenwerking.
De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Aan de hand van de eindrapportage zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. De Raad wordt in dat geval verzocht om te onderzoeken welke zorgregeling in het belang van [minderjarige] is en wat daarvoor eventueel nodig is (bijvoorbeeld qua hulpverlening).
Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.
In afwachting van de resultaten van de ouderschapsbemiddeling, zal de rechtbank iedere verdere beslissing over de definitieve zorgregeling en de verdeling van de vakanties aanhouden.
Informatieregeling
Wettelijk kader
Op grond van het tweede lid sub c van artikel 1:253a BW kan de rechtbank op verzoek van een van de ouders een regeling vaststellen die de wijze omvat waarop informatie over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind wordt verschaft aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft dan wel de wijze waarop deze ouder wordt geraadpleegd.
Inhoudelijke beoordeling
De vader wil graag meer betrokken zijn bij de opvoeding van [minderjarige] . Daarom verzoekt hij om de vaststelling van een informatieregeling, waarbij de vader maandelijks door de moeder per e-mail wordt geïnformeerd over belangrijke zaken die betrekking hebben op [minderjarige] . Op de zitting heeft de vader daarbij aangegeven dat hij het niet prettig vindt om gedurende de overdrachtsmomenten deze zaken met de moeder te bespreken, omdat de communicatie tussen partijen op dit moment niet goed is. Het uitwisselen van informatie via een schriftje, zoals door de moeder geopperd, vindt hij onpraktisch. Daarom gaat zijn voorkeur uit naar communicatie per e-mail.
Het verzoek van de vader over de informatieregeling sterkt de moeder in haar gevoel dat hij zich niet bewust is van de dagelijkse zorg van [minderjarige] . De moeder stelt dat informatie over het eet- en slaapgedrag van [minderjarige] tijdens de overdrachtsmomenten moet worden uitgewisseld, mondeling of via een schriftje. Zij vindt het niet in het belang van [minderjarige] dat zij moet wachten tot de vader hierover op een later moment een e-mail stuurt. Aanvullende informatie over het welzijn van [minderjarige] kan wat de moeder betreft wel een keer per maand worden uitgewisseld per e-mail.
De rechtbank is, net als de moeder, van oordeel dat basale informatie over het eet- en slaapgedrag van [minderjarige] mondeling of via een schriftje moet worden uitgewisseld tijdens de overdrachtsmomenten. Het is niet in het belang van [minderjarige] dat deze informatie pas achteraf met de andere ouder wordt gedeeld. Voor wat betreft verdere informatie over [minderjarige] zal de rechtbank de overeenstemming van de ouders, waarbij de moeder maandelijks een e-mail aan de vader stuurt met informatie over [minderjarige] , vastleggen. Niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet.
Dwangsom en proceskosten
Nu de beslissing ten aanzien van de (definitieve) zorgregeling en de verdeling van de vakanties wordt aangehouden, zal de rechtbank eveneens de beslissing over de dwangsom en de proceskosten aanhouden.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] , in het kader van de vaststelling van voorlopige de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, bij de vader zal zijn:
- op de woensdag van 08.00 uur tot 18.00 uur;
- op de vrijdag van 08.00 uur tot zaterdag 08.00 uur;
waarbij geldt dat de overdrachtsmomenten plaatsvinden bij het huis van de grootvader vaderszijde;
bepaalt ten aanzien van de vakanties als volgt:
- tot het moment dat [minderjarige] naar de basisschool gaat, kunnen de ouders op jaarbasis beiden één vakantie van twee weken of twee vakanties van één week met [minderjarige] kunnen doorbrengen, waarbij de ouder minimaal 6 weken van tevoren aangeeft dat er een vakantie is geboekt, en waarbij noodzakelijke familiebezoeken van de moeder en [minderjarige] aan Amerika, in overleg met de vader, worden uitgezonderd;
bepaalt ten aanzien van de feestdagen dat [minderjarige] verblijft:
bepaalt, ter vaststelling van een informatieregeling, dat de ouders elkaar bij de overdrachtsmomenten mondeling of via een schriftje informeren over het eet- en slaapgedrag van [minderjarige] en dat zij eens per maand per e-mail aanvullende informatie over het welzijn van [minderjarige] uitwisselen
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] ,
wonende te ( [postcode 1] ) [woonplaats] , [adres 1] ;
en
[de moeder] ,
wonende te ( [postcode 2] ) [woonplaats] , [adres 2] ;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams [regio] voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Jeugdteams [regio] , [adres 3] – 8519 –, [postcode 3] [plaats 2] ;
en de Raad voor de Kinderbescherming;
bepaalt dat partijen de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren omtrent het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert omtrent het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders en daarvan, indien het traject niet positief is afgerond, gelijktijdig een afschrift aan de Raad voor de Kinderbescherming stuurt;
bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de verdeling van de vakanties, de dwangsom en de proceskosten aan tot 1 augustus 2026 pro forma.