ECLI:NL:RBDHA:2025:22338

ECLI:NL:RBDHA:2025:22338, Rechtbank Den Haag, 26-03-2025, NL25.2462 en NL25.2463

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-03-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer NL25.2462 en NL25.2463
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Asiel. Aanvraag is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard. Niet in geschil is dat eiser een geldige beschermingsstatus heeft in Cyprus. Daarbij is niet gebleken dat verweerder niet uit kan gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Cyprus of dat er sprake is van strijd met de Gezinsherenigingsrichtlijn. Ook is niet vast komen te staan dat eiser geheel geen mogelijkheden heeft om gezinshereniging aan te vragen. Verweerder heeft de asielaanvraag niet ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Beroep is ongegrond. Verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijk verklaring van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 23 oktober 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 15 januari 2025 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.

Daags voor de zitting heeft verweerder aangegeven niet ter zitting te verschijnen. Verweerder heeft ook aangegeven geen verweerschrift in te dienen.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 12 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en A. Polo als tolk.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1974 en heeft de Syrische nationaliteit.

Eiser verblijft sinds 2020 in Cyprus en is in 2024 vertrokken naar Nederland. Uit onderzoek van verweerder is gebleken dat eiser in Cyprus al een verblijfsvergunning op basis van subsidiaire bescherming heeft gekregen die geldig is tot 15 juli 2025. Eiser is naar Nederland gekomen omdat hij in Cyprus geen recht heeft op gezinshereniging – zijn gezin verblijft in Turkije. Omdat eiser echter al een verblijfsvergunning voor een andere lidstaat heeft, heeft verweerder eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Nu eiser in het bezit is van een verblijfsvergunning voor Cyprus, heeft hij met Cyprus een sterkere band, zodat van eiser wordt verwacht dat hij daar naar teruggaat. Daarbij is niet gebleken dat voor Cyprus niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. Dit betekent dat eiser onmiddellijk terug naar Cyprus moet gaan.

Wat vindt eiser in beroep?

3. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder hem ten onrechte terugstuurt naar Cyprus. Hij betoogt dat verweerder ten onrechte alleen al omwille de verblijfsvergunning een sterkere band met Cyprus aanneemt. Daarnaast miskent verweerder dat uit landeninformatie blijkt dat gezinshereniging voor mensen met een subsidiaire beschermingsstatus niet mogelijk is in Cyprus en dat ook daarom eiser niet kan worden tegengeworpen dat hij zelf daar voor zijn rechten moet opkomen. Ook miskent verweerder dat vanwege schending van zijn recht op gezinsleven, niet redelijkerwijs van eiser verwacht kan worden dat hij naar Cyprus teruggaat.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Band met Cyprus

4. Verweerder kan een asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaren op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw, als de vreemdeling een zodanige band heeft met het andere land dat het voor hem redelijk zou zijn om naar dat land te gaan. Dit volgt uit artikel 3.106a, tweede lid, van het Vb. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat alleen al omdat een vreemdeling in een lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming geniet, sprake is van een zodanige band met die lidstaat dat het voor hem redelijk zou zijn om naar dat land te gaan.

Niet in geschil is dat eiser een subsidiaire beschermingsstatus in Cyprus heeft, en daarmee statushouder is, welke geldig is tot 15 juli 2025. Daarbij is niet gebleken van bijzondere feiten of omstandigheden zijn waarom verweerder redelijkerwijs niet van eiser kan verwachten dat hij daar naartoe teruggaat. Hiermee is voldoende gebleken van een band in voornoemde zin met Cyprus. Ten aanzien van het argument van eiser dat het onredelijk zou zijn om van eiser te verwachten dat hij naar Cyprus teruggaat vanwege schending van zijn recht op gezinsleven, overweegt de rechtbank naar het navolgende.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel / 8 EVRM

5. Verweerder kan op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel er in het algemeen van uitgaan dat een lidstaat zijn internationale verplichting naleeft: in dit geval Cyprus ten aanzien van haar verplichtingen richting eiser als statushouder. De rechtbank overweegt dat de hoogste bestuursrechter op 9 februari 2021 heeft geoordeeld dat ten aanzien van Cyprus van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan kan worden. Het is dan aan eiser om aan te tonen dat dit niet het geval is.

Ten aanzien van de mogelijkheden tot gezinshereniging zoekt de rechtbank aansluiting bij de uitspraak van deze rechtbank van 29 juli 2022. Hierbij merkt de rechtbank op dat het recentere AIDA-rapport van 2023 inzake gezinshereniging niet wezenlijk afwijkt van zijn voorgangers en dat deze situatie al sinds 2014 bestaat. De rechtbank neemt dan ook aan dat eiser met zijn subsidiaire beschermingsstatus geen wettelijke basis voor gezinshereniging heeft in Cyprus. De rechtbank overweegt evenwel dat dit niet in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn, gelet op het bepaalde in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder c, van deze richtlijn. Van een strijd met internationale verplichtingen kan dan niet zonder meer worden gesproken, dan wel is daar op basis van wat eiser heeft aangevoerd niet zonder meer van gebleken.

Daar komt bij dat niet vast is komen te staan dat het onmogelijk voor eiser is om zijn gezin naar Cyprus te halen. Zo heeft eiser geen poging gedaan om een aanvraag te doen voor gezinshereniging op grond van artikel 8 van het EVRM of rechtsmiddelen aangewend tegen een eventuele afwijzing. Cyprus is immers bij dezelfde verdragen aangesloten en nu onder rechtsoverweging 5 al is geoordeeld dat verweerder van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit mag gaan, mag ook van eiser worden verwacht dat hij zo nodig in Cyprus bij de (hogere) autoriteiten klaagt. Verder heeft eiser niet inzichtelijk gemaakt dat het via andere wegen of procedures niet mogelijk is voor zijn gezin om zich bij hem in Cyprus te voegen.

Conclusie en gevolgen

6. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat het beroep ongegrond is en eiser terug moet naar Cyprus.

Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van P.J.J. Schaap, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?