ECLI:NL:RBDHA:2025:22340

ECLI:NL:RBDHA:2025:22340, Rechtbank Den Haag, 26-03-2025, NL25.3543 en NL25.3544

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-03-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer NL25.3543 en NL25.3544
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Asiel. Dublin Kroatië. Niet is gebleken dat Griekenland verantwoordelijk is voor de aanvraag van eiseres in plaats van Kroatië of dat verweerder niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan gaan. Verweerder heeft echter geen standpunt ingenomen over de vraag of hij eraan gehouden was de asielaanvraag van eiseres en haar zoon alsnog in behandeling te nemen op grond van artikel 10 van de Dublinverordening, nu verweerder de asielaanvraag van haar echtgenoot wel in behandeling heeft genomen. De rechtbank ziet hierin een motiveringsgebrek. Beroep is gegrond. Verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak haar verzoek om een voorlopige voorziening. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 23 januari 2025 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag.

Daags voor de zitting heeft verweerder aangegeven niet ter zitting te verschijnen. Verweerder heeft niet op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 12 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en A. Madu als tolk.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?

2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1999 en heeft de Sierra Leoonse nationaliteit. De asielaanvraag ziet tevens op haar minderjarige zoon, [minderjarige] .

Uit onderzoek van verweerder is gebleken dat eiseres op 13 juni 2022 in Griekenland een asielaanvraag heeft ingediend, welke is afgewezen. Daarna is eiseres op 11 september 2023 via Kroatië het grondgebied van de lidstaten opnieuw ingereisd waar ze een asielaanvraag heeft ingediend. Ook is gebleken dat eiseres op 24 oktober 2023 een asielaanvraag in Frankrijk heeft ingediend. Verweerder heeft op basis hiervan geconcludeerd dat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres en heeft de Kroatische autoriteiten verzocht om haar over te nemen. Dit verzoek is geaccepteerd. Verweerder ziet verder geen aanleiding om alsnog zelf de asielaanvraag in behandeling te nemen of redenen waarom eiseres niet overgedragen zou kunnen. Daarom is verweerder voornemens eiseres over te dragen aan de Kroatische autoriteiten.

Wat vindt eiseres?

3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit in strijd is met de Dublinverordening, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Hiertoe stelt eiseres voorop dat verweerder niet had kunnen volstaan met een standaard voornemen vanwege de aard van het relaas, het belang van het kind en de medische klachten. Daarnaast is niet Kroatië verantwoordelijk voor haar asielaanvraag, maar Griekenland. Daar komt bij dat eiseres niet naar Griekenland teruggestuurd kan worden omdat zij haar asielaanvraag al hebben behandeld en hun verantwoordelijkheid daar ophoudt. Ten aanzien van Kroatië kan verder niet uitgegaan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Kroatië schendt stelselmatig EU-richtlijnen en het EU-handvest, en kan door de schrijnende behandeling (zij is geslagen en verkracht door de Kroatische politie) en mishandeling van haar man en haar zoon aldaar niet van haar verwacht worden dat zij zich met klachten tot de Kroatische autoriteiten wendt. Gebleken is dat zij die niet kan vertrouwen en de medische gevolgen hiervan zijn nog steeds aanwezig. Hierbij wordt verwezen naar de zienswijze welke als herhaald en ingelast wordt beschouwd. Eiseres voert ook aan dat verweerder haar aanvraag zelf in behandeling had moeten nemen vanwege haar bijzondere omstandigheden. Zij moet worden beschouwd als zeer kwetsbaar waarbij haar HIV en medicatie ten onrechte geen gewicht krijgen door verweerder. Daarbij heeft haar zoon psychische symptomen en klachten.

In aanvullende gronden heeft eiseres verder benadrukt dat de belangen van haar minderjarige zoon door verweerder onvoldoende gewicht krijgen en verweerder aanvullende garanties bij overdracht had moeten verkrijgen. Hierbij wordt verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 30 juli 2024. Daarbij heeft eiseres aanvullende medische klachten gekregen waarvoor zij binnenkort zal worden onderzocht. Ook blijkt uit landeninformatie dat overdracht naar Kroatië plaatsvindt zonder overdracht van medisch dossier, ook bij ernstig zieken. Verder wijst eiseres erop dat haar man, [naam] , in Nederland ook een asielaanvraag heeft gedaan die wel door verweerder in behandeling is genomen. Zij moeten volgens de Dublinverordening dan gezamenlijk behandeld worden. Momenteel verblijft het gezin samen in het AZC [plaats] .

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Herhaald en ingelast

4. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van de zienswijze kan de rechtbank niet afleiden waarom eiseres van oordeel is dat het besluit onrechtmatig tot stand gekomen is dan wel gebreken bevat. Dit wordt dan ook niet aangemerkt als een beroepsgrond. De rechtbank zal zich in de behandeling beperken tot de gronden zoals deze in beroep zijn aangevoerd en toegelicht.

Standaard voornemen

5. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 23 november 2023. Hierin is bepaald dat verweerder in het voornemen in elk geval alle voor zijn standpunt dragende overwegingen moet opnemen. Dat verweerder dan pas in het bestreden besluit (meer) gedetailleerd ingaat op hetgeen door de vreemdeling in haar persoonlijke verklaringen en eventuele zienswijze naar voren heeft gebracht, is dan niet onzorgvuldig.

Verweerder heeft in zijn voornemen van 4 november 2024 opgenomen waarom hij Kroatië verantwoordelijk acht voor de asielaanvraag van eiseres en, ondanks haar bezwaren, geen reden ziet om niet uit te gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. Hierbij heeft verweerder betrokken waarom er geen aanleiding wordt gezien in de omstandigheden van eiseres om alsnog zelf de asielaanvraag in behandeling te nemen op basis van zijn discretionaire bevoegdheid. Dit zijn ook de dragende overwegingen in het bestreden besluit waarin ook gedetailleerder is ingegaan op de verklaringen en zienswijze van eiseres. Van een onzorgvuldige besluitvorming is op basis van deze beroepsgrond dan ook niet gebleken.

Verantwoordelijke lidstaat

6. Niet is gebleken dat Griekenland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres. Het is aan de Kroatische autoriteiten om het onderzoek naar de verantwoordelijke lidstaat af te ronden. De Kroatische autoriteiten hebben deze verantwoordelijkheid geaccepteerd. Eiseres heeft niet toegelicht waarom verweerder hier niet van uit had mogen gaan. Daar komt bij dat uit het gehoor blijkt dat eiseres na het doorlopen van de asielprocedure in Griekenland, het Dublingebied heeft verlaten door via Servië en Bosnië naar Kroatië te reizen. Bovendien spreekt eiseres de verantwoordelijkheid van Griekenland in haar gronden zelf ook tegen, omdat haar procedure daar inmiddels is afgerond.

Interstatelijk vertrouwensbeginsel

7. Uit een recente uitspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat verweerder van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit mag gaan ten aanzien van Kroatië. Dit betekent dat verweerder in het algemeen mag aannemen dat Kroatië zich aan zijn verdragsverplichtingen houdt. Hier wordt slechts van afgeweken als de vreemdeling aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem in Kroatië dusdanige tekortkomingen vertoont dat zij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het EU-Handvest. Van een schending is sprake als die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken in de zin van het arrest Jawo.

De stukken waar eiseres naar verwijst in haar zienswijze dateren van voor de uitspraak van 9 oktober 2024 en zijn in die uitspraak al beoordeeld. Omdat eiseres ook in beroep niet verder heeft gespecificeerd waarom verweerder desondanks ten aanzien van Kroatië niet (langer) van het interstatelijk uit kan gaan, dan wel waarom de reactie van verweerder in het bestreden besluit tekort schiet, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om anders te oordelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder hier van uit mocht gaan.

Artikel 10 en 11 van de Dublinverordening

8. Eiseres heeft ter zitting toegelicht dat haar man op 6 januari 2024 in Nederland een asielaanvraag heeft gedaan. Verweerder heeft deze aanvraag in behandeling genomen maar hier nog niet op beslist. Eiseres wenst dat haar asielaanvraag op grond van artikel 10 dan wel artikel 11 van de Dublinverordening daarmee samen in behandeling wordt genomen. Daar komt bij dat de aanwezigheid van haar man van cruciaal belang is voor de mentale gesteldheid van haar zoon. Het gaat sinds het gezin weer bij elkaar is beter met haar zoon.

Verweerder heeft geen standpunt ingenomen over de vraag of Nederland, vanwege de in behandeling genomen asielaanvraag van de man van eiseres, gehouden was de asielaanvraag van eiseres en haar zoon, alsnog in behandeling te nemen. Gelet op het bepaalde in artikel 10 van de Dublinverordening en de omstandigheid dat deze wens in beroep expliciet is geuit, ziet de rechtbank hierin een motiveringsgebrek. Het bestreden besluit kan daarom geen stand houden en wordt vernietigd. Daarom komt de rechtbank ook niet toe aan de vraag of de gestelde gebeurtenissen in Kroatië in samenhang met de ingebrachte medische informatie, ertoe nopen om zich de aanvraag aan te trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. De rechtbank laat dit dan verder in het midden.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit is in strijd met de artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat het besluit een motiveringsgebrek bevat en niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet gelet op hetgeen is overwogen onder rechtsoverweging 8.1 geen aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten, om zelf in de zaak te voorzien of om een bestuurlijke lus toe te passen.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak.

Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waar van € 907,- per punt en een wegingsfactor 1).

Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Ook voor het verzoek om een voorlopige voorziening wordt verweerder in de proceskosten veroordeeld. Deze vergoeding bedraagt € 907,- (1 punt voor het verzoekschrift met een waarde van € 907,- per punt met een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van P.J.J. Schaap, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?