ECLI:NL:RBDHA:2025:22342

ECLI:NL:RBDHA:2025:22342, Rechtbank Den Haag, 26-03-2025, NL25.5845

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-03-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer NL25.5845
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Asielaanvraag buiten behandeling gesteld omdat eiser zonder opgaaf van reden niet op is komen dagen bij zijn medische keuring en zijn nader gehoor. De rechtbank acht niet in geschil dat eiser op het door verweerder gebruikte adres heeft gewoond. Niet is gebleken dat eiser verweerder op de hoogte heeft gebracht van zijn nieuwe adres. Ook in beroep heeft eiser zijn huidige verblijfplaats niet doorgegeven. Het argument dat eiser terugsturen naar Nigeria in strijd is met artikel 3 van het EVRM is niet nader onderbouwd. Beroep is ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de buiten behandelingstelling van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 15 juli 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 31 januari 2025 deze aanvraag buiten behandeling gesteld.

Verweerder heeft zich daags voor de zitting afgemeld en daarbij aangegeven niet op de beroepsgronden te zullen reageren met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn zonder zich hiervoor af te melden niet ter zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1994 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit.

Eiser heeft tot twee keer toe geen gehoor gegeven aan een uitnodiging voor een medische keuring bij MediFirst. Daarbij is eiser zonder opgaaf van reden niet verschenen bij zijn nader gehoor van 16 december 2024. Verweerder heeft daarom besloten om eisers asielaanvraag buiten behandeling te stellen.

Wat vindt eiser in beroep?

3. Eiser beschouwt zijn zienswijze als herhaald en ingelast. In beroep stelt eiser zich op het standpunt dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen, ondeugdelijk is gemotiveerd en innerlijk tegenstrijdig is. Verweerder heeft namelijk de uitnodigingen voor MediFirst en het gehoor naar een adres gestuurd waar eiser al langere tijd niet meer verblijft. Het is aan verweerder om na te gaan of hij correspondentie naar het juiste adres heeft gestuurd en eiser meent dat de ontvangsttheorie van toepassing is. Verder moet eiser worden gezien als vluchteling omdat hij bij uitzetting een reëel risico op ernstige schade loopt in de zin van artikel 3 van het EVRM. Ook bestaat er een risico op schending van artikel 3 van het Antifolterverdrag en is de mogelijkheid tot schending van artikel 1A van het Vluchtelingenverdrag aanwezig.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Herhaald en ingelast

4. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van de zienswijze kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van oordeel is dat het besluit onrechtmatig tot stand gekomen is dan wel gebreken bevat. Dit wordt dan ook niet aangemerkt als een beroepsgrond. De rechtbank zal zich in de behandeling beperken tot de gronden zoals deze in beroep zijn aangevoerd en toegelicht.

Buiten behandelingstelling

5. De rechtbank stelt op basis van de gedingstukken vast dat vanaf 1 augustus 2023 verweerder de correspondentie heeft gestuurd naar het adres aan de [adres] , te [plaats] . Niet in geschil is tussen partijen dat eiser enige tijd op dit adres heeft verbleven. Daarbij acht de rechtbank ook niet in geschil dat verweerder de uitnodigingen van eiser voor zijn medische keuring en zijn gehoor heeft verstuurd naar het adres dat bij verweerder bekend was.

Indien een vreemdeling verhuist of verblijft op een ander adres dan dat bij verweerder bekend is, is het aan de vreemdeling om dit tijdig aan verweerder door te geven. De rechtbank verwijst hierbij ook naar het bepaalde in artikel 4.37 van het Vreemdelingebesluit (Vb). Doet de vreemdeling dat niet, dan is het risico dat hij belangrijke brieven mist over zijn asielaanvraag voor zijn eigen rekening. Niet is gebleken dat eiser op enig moment aan verweerder heeft laten weten waar hij verblijft sinds hij is verhuisd. Ook in beroep heeft eiser nagelaten de gegevens van zijn huidige verblijfplaats te verstrekken. Daarnaast constateert de rechtbank dat uit het dossier blijkt dat de gemachtigde van eiser kopieën heeft ontvangen van de brieven die naar eiser zijn gestuurd. Ook zijn gemachtigde heeft gedurende de procedure echter niet ingegrepen.

Het niet nader toegelichte beroep op de ‘ontvangsttheorie’ zal de rechtbank passeren. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien waarom deze theorie, die gaat over de vraag of een rechtsmiddel tijdig is ingesteld, relevant zou zijn in deze zaak.

Artikel 3 van het EVRM

6. Eiser heeft aangevoerd dat hem terugsturen naar Nigeria een strijd met artikel 3 van het EVRM, artikel 3 van het Antifolterverdrag en artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten oplevert. Niet is toegelicht waarom deze – niet onderbouwde stelling – het bestreden besluit onrechtmatig zou maken.

Conclusie en gevolgen

7. Van een onzorgvuldig tot stand gekomen besluit of een ondeugdelijk gemotiveerd besluit is gelet op voorgaande overwegingen naar oordeel van de rechtbank geen sprake. Daarnaast is niet gebleken van de gestelde innerlijke tegenstrijdigheden in het bestreden besluit. Verweerder heeft dan ook de asielaanvraag van eiser buiten behandeling kunnen stellen.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen wordt.

Omdat het beroep ongegrond is krijg eiser geen proceskosten toegekend.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van P.J.J. Schaap, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.I.H. Kerstens-Fockens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?