ECLI:NL:RBDHA:2025:22353

ECLI:NL:RBDHA:2025:22353, Rechtbank Den Haag, 04-11-2025, NL24.48502

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-11-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer NL24.48502
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Beroep gegrond. Schending hoorplicht. In het kader van finale geschilbeslechting merkt de rechtbank op dat zij de motivering over afwezigheid van sociale binding niet overtuigend vindt. Eiser is vijf jaar en woont bij ouders in China, hieruit volgt niet dat sprake is van slechts ‘enige’ binding.

Uitspraak

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] 2020, van Chinese nationaliteit, eiser

(gemachtigde: mr. A.H. Diels),

en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. P. Loijenga).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van de minderjarige eiser voor een visum kort verblijf bij zijn tante. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat in de bezwaarfase ten onrechte geen hoorzitting heeft plaatsgevonden. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten en omstandigheden

Eiser is geboren op [geboortedatum] 2020 en heeft de Chinese nationaliteit. Op het moment van deze uitspraak is eiser dus vijf jaar oud. Op 2 februari 2024 is namens eiser een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf, met als doel familiebezoek.

Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 5 februari 2024 afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing.

Met het bestreden besluit van 21 november 2024 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Volgens verweerder heeft eiser het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet aangetoond. Bij verweerder is er verder redelijke twijfel over het voornemen van eiser om het grondgebied van de lidstaat te verlaten voor het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagd visum.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 30 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben [referent] (referent) en [naam] (echtgenoot van referent), samen de pleegouders van eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Schending hoorplicht

Eiser voert aan dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden. Uit het bestreden besluit volgt dat er bij verweerder onduidelijkheden waren over de sociale binding van eiser met China en het doel en de omstandigheden van het verblijf. Referent heeft daarnaast aangegeven namens eiser te willen worden gehoord.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat in de bezwaarfase geen hoorzitting had hoeven te worden gehouden. Volgens verweerder is sprake van een kennelijk ongegrond bezwaar, omdat op grond van wat in de bezwaarprocedure is aangevoerd over de binding met China en het reisdoel en de daaruit af te leiden conclusie dat een tijdige terugkeer naar dat land onvoldoende gewaarborgd is, meteen duidelijk was dat het bezwaar niet kon leiden tot een andere uitkomst dan die van het primaire besluit.

Het is vaste rechtspraak dat het horen in bezwaar als uitgangspunt moet worden genomen. Het horen in de bezwaarfase vormt een essentieel onderdeel van die procedure. Hierop kan slechts een uitzondering worden gemaakt als er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat wat in bezwaar is aangevoerd, niet tot een ander standpunt kan leiden dan het standpunt in het primaire besluit. Een bezwaar kan dan kennelijk ongegrond worden verklaard. Met deze uitzondering op de hoorplicht moet terughoudend worden omgegaan. Een relevante omstandigheid is onder meer de mate waarin een vreemdeling bereidwillig en actief de inspanningen heeft verricht die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden bij het verkrijgen en tijdig aanleveren van de verzochte informatie. De vuistregel is dat naarmate een vreemdeling meer inspanningen heeft verricht om de benodigde informatie te verkrijgen en daarover heeft gecommuniceerd, het meer in de rede ligt om hem uit te nodigen voor een hoorzitting.

De rechtbank stelt vast dat verweerder aan het primaire besluit onjuiste feiten ten grondslag heeft gelegd. Verweerder heeft vastgesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij over een regelmatig en substantieel inkomen beschikt in zijn land van herkomst om zelfstandig in zijn onderhoud te kunnen voorzien. Dit is onjuist. Eiser was ten tijde van de aanvraag vier jaar en kon als minderjarige niet over een regelmatig en substantieel inkomen beschikken. De aanvraag van eiser was voorzien van een ingevuld aanvraagformulier met als bijlagen onder meer verklaringen van de familie en financiële stukken van referent en haar echtgenoot. Verweerder heeft in het bestreden besluit de grondslag van het inkomen van eiser laten vallen. Aan het bestreden besluit ligt onder meer ten grondslag dat een eerdere mvv-aanvraag van eiser is afgewezen, dat eiser enige binding heeft met China omdat hij daar met zijn ouders woont maar tegelijkertijd pleegouders in Nederland heeft en dat hij ook elders naar school kan. Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank niet gezegd worden dat op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk was dat het in het bezwaar aangevoerde niet tot een ander standpunt zou kunnen leiden dan in het primaire besluit.

De rechtbank overweegt verder dat verweerder in de bezwaarfase ook een vragenlijst aan (de gemachtigde van) eiser heeft toegezonden om nadere informatie te verkrijgen. Uit het toesturen van de vragenlijst blijkt dat verweerder in deze zaak in de bezwaarfase nog geen volledig beeld had van de situatie van eiser en onderzoek nodig vond. Het toesturen van een vragenlijst met verzoek om stellingen te onderbouwen is een vorm van onderzoek. Als verweerder dit soort onderzoek in de bezwaarfase nodig vindt en in gang zet, en de vragenlijst komt gedetailleerd ingevuld en met onderbouwing bij verweerder retour, valt moeilijk in te zien dat dan nog sprake is van een kennelijk ongegrond bezwaar. Eiser had in zijn bezwaarschrift bovendien expliciet verzocht om gehoord te worden.

Uit het voorgaande volgt in samenhang bezien naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder het bezwaar in het geval van eiser niet kennelijk ongegrond had mogen verklaren en dat verweerder dus een hoorzitting had moeten houden.

Redelijke twijfel over tijdige terugkeer

In het kader van de finale geschilbeslechting merkt de rechtbank verder het volgende op. De motivering van verweerder over de afwezigheid van sociale binding is voor de rechtbank op dit moment niet overtuigend. Eiser is een vijfjarig kind, hij woont bij zijn ouders en twee broers in China en gaat daar naar school. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit niet dat sprake is van slechts ‘enige binding’.

Op de zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het feit dat eiser in 2023 een mvv-procedure zonder succes heeft doorlopen om zich als pleegkind bij referent en haar echtgenoot te voegen in Nederland zonder meer met zich brengt dat een volgende visumaanvraag wordt afgewezen. Hoewel de rechtbank kan volgen dat de omstandigheid dat in het verleden een mvv is aangevraagd een aanwijzing kan zijn voor twijfel om Nederland te verlaten, is de rechtbank van oordeel dat dit niet zonder meer doorslaggevend kan zijn. In het geval van eiser speelt dat hij, bij zijn vorige visum kort verblijf, op tijd weer is teruggekeerd naar China, wat verweerder ook mee zal moeten wegen.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is gegrond, omdat in de bezwaarfase ten onrechte geen hoorzitting heeft plaatsgevonden. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder zal referent alsnog moeten horen. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.

Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden en de proceskostenvergoeding betalen. Deze vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het beroepschrift ingediend en is op de zitting verschenen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907. Omdat de zaak een gemiddeld gewicht heeft, is op deze waarde de factor 1 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr.I.G.A. Karregat, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N. Boonstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?