RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28510
[V-Nummer]
(gemachtigde: mr. D. Aygur),
en
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Verweerder heeft de gelegenheid van verweer gehad.
De rechtbank doet uitspraak zonder een zitting te houden.
Overwegingen
1. Eiser heeft op 21 juli 2023 een asielaanvraag ingediend. Eiser heeft verweerder op 21 oktober 2024 in gebreke gesteld, waarna hij op 27 juni 2025 in beroep is gegaan wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Verweerder heeft op 14 maart 2025 (alsnog) beslist op de asielaanvraag van eiser.
2. Voor een ontvankelijk beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is vereist dat er nog geen besluit is genomen ten tijde van het instellen van beroep. In dit geval heeft eiser een beroep tegen niet tijdig beslissen ingediend nadat verweerder al op de asielaanvraag had beslist. Het onderhavige beroep is op 27 juni 2025 ingediend, terwijl verweerder reeds op 14 maart 2025 de asielaanvraag van eiser buiten behandeling heeft gesteld. Omdat er al een besluit was genomen voordat er beroep werd ingesteld, voldoet het beroep niet aan de eisen die de wet stelt aan een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaart het beroep van eiser daarom niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Özçelik, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.