ECLI:NL:RBDHA:2025:22428

ECLI:NL:RBDHA:2025:22428, Rechtbank Den Haag, 18-11-2025, 11725652 MB VERZ 25-3982

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-11-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer 11725652 MB VERZ 25-3982
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004581

Samenvatting

Wahv. Toetsing van verkeersboetes aan het evenredigheidsbeginsel. Algemene en individuele toetsing. De kantonrechter wijkt af van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4719. Ook geeft hij de wetgever een signaal over de effectiviteit van de Wahv. Ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan, hebben een negatieve invloed op het bieden van effectieve rechtsbescherming aan de burger tegen de overheid. Een herziening van de Wahv lijkt voor de hand te liggen. Het is aan de wetgever om dit signaal op te pakken en naar bevind van zaken te handelen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

[betrokkene]

Zittingsplaats Den Haag

CJIB-nummer: 265379255

Registratienummer team straf: 11725652 MB VERZ 25-3982

Uitspraakdatum : 18 november 2025

Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

[adres] , [postcode] te [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde: J.A. Deckers (Verkeersboete.nl)

vertegenwoordiger van de officier van justitie: O. El-Hagoug

Het verloop van de procedure

Datum verkeersboete: 11 april 2024.

Datum beslissing officier van justitie: 5 december 2024.

Datum zitting: 18 november 2025.

Aanwezige procespartijen: de gemachtigde en de vertegenwoordiger.

Samenvatting

Voor verkeersovertredingen die onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) vallen, geldt een zogeheten vast boetebedrag. In het arrest van 31 juli 2025 is het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ingegaan op de toetsing van een vast boetebedrag aan het evenredigheidsbeginsel. In deze uitspraak wijkt de kantonrechter gemotiveerd van dit arrest af. Tevens geeft hij een signaal aan de wetgever over de effectiviteit van de Wahv.

Overwegingen

Verkeersboete

1. Het gaat om een bedrag van € 155,- inclusief administratiekosten wegens overschrijding met 13 km/h van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom op 2 april 2024 (feitcode VA013).

Standpunten

2 De beroepsgronden houden in de kern het volgende in:

- Het dossier bevat geen goede foto’s van de verweten gedraging, nu deze onleesbaar zijn en niet aan de geldende beoordelingskaders voldoen;

- De verkeersboete is disproportioneel, gelet op de verhoging met 10% van verkeersboetes per 1 maart 2024.

3 De gemachtigde heeft ter zitting gepersisteerd bij de beroepsgronden. De vertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep ongegrond te verklaren. Op de foto in het dossier is duidelijk het kenteken van het voertuig te zien. Verder moet het openbaar ministerie volgens de vertegenwoordiger uitgaan van de bedragen zoals de regelgever die per 1 maart 2024 heeft vastgesteld.

Oordeel

4 In het dossier zit het zaakoverzicht, aangevuld met een foto van de verweten gedraging. Die foto is weliswaar donker, maar daarop is zeer duidelijk het kenteken van het voertuig van betrokkene leesbaar. De beroepsgrond hierover slaagt niet.

5 Voor verkeersovertredingen die onder de Wahv vallen, geldt een zogeheten vast boetebedrag. De wetgever heeft bepaald dat het vaste boetebedrag nooit hoger kan zijn dan een geldboete van de eerste categorie. Ten tijde van belang was dit € 515,-. Bij het Besluit van 20 december 2023 heeft de regelgever ervoor gekozen de boetebedragen per 1 maart 2024 met 10% te verhogen. ​Hiervan is 5,7% inflatie en de resterende 4,3% een bijdrage aan de rijksbrede dekkingsopgave. In het arrest van 31 juli 2025 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat het Besluit niet onverbindend is. Dit oordeel brengt mee dat de daarin opgenomen (verhoogde) boetebedragen het uitgangspunt zijn, zodat voor toetsing in zijn algemeenheid van die bedragen aan het evenredigheidsbeginsel geen ruimte meer is. Vervolgens heeft het gerechtshof echter beoordeeld of het vaste boetebedrag van € 160,- voor het als bestuurder van een fiets tijdens het rijden vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat in redelijke verhouding staat tot de ernst van deze gedraging. Dit is een toetsing in zijn algemeenheid van het genoemde boetebedrag aan het evenredigheidsbeginsel. Aldus is het gerechtshof zelf als regelgever opgetreden. Dit kan in een democratische rechtsstaat niet de bedoeling zijn en maakt het arrest van 31 juli 2025 bovendien innerlijk tegenstrijdig. Al hierom wijkt de kantonrechter van dit arrest af.

6 Overigens heeft het arrest van 31 juli 2025 tot gevolg dat in weerwil van de verbindendheid van het Besluit elk bestaand vast boetebedrag in zijn algemeenheid aan het evenredigheidsbeginsel kan worden getoetst. Dat zijn er enkele duizenden. De kantonrechter vreest dan ook voor een flinke toename van het aantal zaken, terwijl de voorraadkasten al vol liggen. Zo worden zaken die vanuit maatschappelijk oogpunt van groter belang zijn, steeds verder verdrongen.

7 De kantonrechter ziet geen reden om het Besluit onverbindend te verklaren. De regelgever heeft zelf al de evenredigheid van de verhoging met 5,7% beoordeeld. Dat geldt niet kenbaar voor de (verdere) verhoging met 4,3%. Dit formele motiveringsgebrek maakt het Besluit op zichzelf echter niet onverbindend. Van strijd met een of meer materiële algemene rechtsbeginselen is de kantonrechter niet gebleken. Dit brengt mee dat de in het Besluit opgenomen (verhoogde) boetebedragen per 1 maart 2024 het uitgangspunt zijn. Een toetsing in zijn algemeenheid van die bedragen aan het evenredigheidsbeginsel gaat de rechterlijke taak te buiten.

8 De kantonrechter is verder van oordeel dat de uit artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden voortvloeiende verplichting om in het individuele geval het boetebedrag aan het evenredigheidsbeginsel te toetsen al is gecodificeerd in artikel 9, tweede lid, van de Wahv. In de memorie van toelichting bij de Wahv staat onder meer het volgende:

“In het onderhavige wetsontwerp […] is de beoordelingsmarge voor de officier van justitie en de kantonrechter gelijk. Beide instanties hebben de bevoegdheid de beslissing van de politieambtenaar tot oplegging van de administratieve sanctie respectievelijk de beslissing van de officier van justitie volledig te toetsen.

Artikel 9 bevat ter zake een voorziening. In het tweede lid van dat artikel zijn de gronden opgenomen welke in beroep kunnen worden aangevoerd. De kantonrechter kan de beslissing van de officier van justitie volledig toetsen. Wij zijn de commissie gevolgd in haar voorstel om niet de in het algemeen rechtsbewustzijn levende beginselen van behoorlijk bestuur op te nemen als beroepsgrond en daarmee als toetsingscriterium voor de rechter. Wij delen de opvatting van de commissie dat een dergelijke opneming aan de twee hierboven genoemde beroepsgronden weinig of niets zou toevoegen.

Resumerend: de rechter heeft een volledige toetsingsbevoegdheid ten aanzien van de vragen of de gedraging inderdaad is verricht; of het bedrag van de administratieve sanctie in overeenstemming met de wettelijke regeling is bepaald dan wel of zich omstandigheden voordeden welke de officier van justitie hadden moeten doen afzien van het opleggen van een administratieve sanctie en ten slotte of de persoonlijke omstandigheden van dien aard zijn dat betaling van de administratieve sanctie niet geheel kan worden gevergd.”

9 Deze volledige toetsingsbevoegdheid, neergelegd in artikel 9, tweede lid, van de Wahv, maakt al dat de kantonrechter aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval beoordeelt of toepassing van het vaste boetebedrag in het individuele geval passend is. Het evenredigheidsbeginsel ligt in deze volledige toetsingsbevoegdheid besloten.

10 De gedraging staat vast. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die maken dat de verkeersboete achterwege moet blijven of dat het boetebedrag moet worden gematigd.

Conclusie

11 Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Signaal aan de wetgever

12 De wetgever heeft in 1989 met de Wahv beoogd een vereenvoudiging aan te brengen in de wijze van afdoening van lichte verkeersovertredingen. De uitgangspunten zijn onder meer het terugdringen van de werklast van de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht, en het waarborgen van een deugdelijke rechtsbescherming van de burger. In de memorie van toelichting bij de Wahv staat hierover het volgende:

“Ons uitgangspunt dat de nieuwe regeling de werklast van degenen die bij de huidige wijze van afdoening van lichte verkeersovertredingen zijn betrokken terug zal moeten dringen, wordt ingegeven door de overweging dat deze instanties momenteel met een overstelpende hoeveelheid werk worden geconfronteerd; werk dat in een groot aantal gevallen zinloos is en niet opweegt tegen het belang van de zaken waarom het gaat. De tijd die daarmee gemoeid is, kan beter worden besteed aan zaken die daarvoor meer in aanmerking komen (zwaardere zaken zoals fraudezaken).”

13 Na 35 jaar Wahv stelt de kantonrechter vast dat van de onder 12 geformuleerde uitgangspunten weinig terecht is gekomen. Rechtbanken worden overspoeld met - inhoudelijk vooral kansloze - zaken over verkeersboetes en jurisprudentie van het gerechtshof heeft hierop een aanzuigende werking. Hierbij speelt ook het fenomeen van zogeheten no cure no pay-bureaus die procedures voeren om een proceskostenvergoeding te krijgen in plaats van om rechtsbijstand te verlenen. Daar komt bij dat de Hoge Raad de afgelopen jaren meerdere arresten van het gerechtshof heeft gecasseerd in het belang der wet. Dit heeft in de praktijk tot (rechts)onzekerheid en veel onnodig werk geleid. Al deze ontwikkelingen hebben een negatieve invloed op het bieden van effectieve rechtsbescherming aan de burger tegen de overheid. De kantonrechter acht dit zorgwekkend. Een herziening van de Wahv lijkt dan ook voor de hand te liggen. Het is aan de wetgever om dit signaal op te pakken en naar bevind van zaken te handelen.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door F.E. Heespelink, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.R.K.A.M. Waasdorp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?