uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , van Egyptische nationaliteit, verzoeker
(gemachtigde: mr. N. Vreede),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. R. Radema).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende diens bezwaar tegen het plaatsen van een verblijfssticker in zijn paspoort waarop staat: ‘arbeid wel toegestaan, tewerkstellingsvergunning wel vereist’.
De minister heeft op 25 september 2025 deze verblijfssticker in het paspoort van verzoeker geplaatst.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe sterkt de minister op te dragen hem een verblijfssticker te verlenen met arbeidsmarktaantekening; ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV’.
Met toestemming van partijen zal de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak doen op het verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter sluit hierbij het onderzoek.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Op grond van artikel 8:81 van het de Algemene wet bestuursrecht kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij brief van 27 oktober 2025 heeft de minister de voorzieningenrechter laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening. Nu de minister zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen.
Conclusie en gevolgen
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoeker per direct de verblijfssticker met arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV’ afgeeft.
5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de minister het griffierecht aan verzoeker vergoeden en krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 907,-.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- treft de voorlopige voorziening dat de minister aan verzoeker per direct de verblijfssticker met arbeidsmarktaantekening ‘arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV’ afgeeft.
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 194,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan proceskosten van verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Roefs, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.