ECLI:NL:RBDHA:2025:22489

ECLI:NL:RBDHA:2025:22489, Rechtbank Den Haag, 28-10-2025, C/09/691402 / JE RK 25-1585

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer C/09/691402 / JE RK 25-1585
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter waarin de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van drie maanden wordt verlengd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/691402 / JE RK 25-1585

Datum uitspraak: 28 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Gouda,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] , [land] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. J. Looman uit Wassenaar,

[de oma] ,

zijnde de (stief)oma moederszijde, tevens pleegmoeder,

hierna te noemen: de oma,

wonende in [woonplaats] ,

[de opa] ,

zijnde de opa moederszijde, tevens pleegvader,

hierna te noemen: de opa,

wonende te [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlage, ontvangen op 11 september 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:

- [naam] namens de gecertificeerde instelling;

de moeder met haar advocaat;

de (stief)oma.

De opa is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Het huwelijk van de moeder en de vader van [minderjarige] is door echtscheiding ontbonden.

Bij beschikking van 20 december 2019 heeft de rechtbank de beslissing van de Egyptische rechtbank van 26 november 2017, waarbij is vastgesteld dat de moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] , erkend.

[minderjarige] verblijft bij zijn grootouders.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 februari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 februari 2026, alsmede de machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 5 november 2025.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] verblijft sinds zijn derde levensjaar bij zijn grootouders, omdat de moeder vanwege depressieve klachten niet voor hem kon zorgen. Daardoor is een hechtingsbreuk tussen [minderjarige] en de moeder ontstaan. [minderjarige] is recent met de grootouders verhuisd en op een nieuwe school begonnen. Sinds de verhuizing speelt [minderjarige] vaker buiten met vriendjes zonder dat hierbij conflicten ontstaan. [minderjarige] is minder boos en meer ontspannen dan voorheen. De angstklachten van [minderjarige] zijn sinds de tweede week van de zomervakantie echter weer toegenomen. [minderjarige] voert wekelijks gesprekken met een medewerker van het Sociaal team [plaats] . De omgang tussen [minderjarige] en de moeder verloopt nog moeizaam. [minderjarige] zoekt enerzijds de veiligheid van het vertrouwde contact met zijn moeder op, maar test anderzijds grenzen uit en zoekt confrontatie. Het verlagen van de frequentie van de omgang, heeft [minderjarige] meer rust gegeven. Ook het contact tussen de oma en de moeder verloopt nog steeds moeizaam. De komende periode moet onderzoek worden gedaan naar het opvoedperspectief van [minderjarige] en moeder de stabiliteit rondom [minderjarige] behouden blijven.

4. De standpunten

Door en namens de moeder is gerefereerd aan het oordeel van kinderrechter. De moeder heeft gevraagd om begeleiding van de omgang met [minderjarige] , omdat hij het gezag van de moeder niet accepteert. Mogelijk doet [minderjarige] dit omdat hij bang is dat als het te gezellig is, hij weer bij de moeder moet gaan wonen. De moeder heeft hier met haar psycholoog over gesproken en ziet in dat het belangrijk is dat [minderjarige] van de moeder emotionele toestemming krijgt om bij zijn grootouders te blijven wonen. De moeder hoopt dat dit ook zal leiden tot een verbetering van haar relatie met [minderjarige] . Hij heeft namelijk aangegeven het contact met de moeder wel fijn te vinden. Het is van belang dat er duidelijkheid komt over het toekomstperspectief, zodat er ruimte kan ontstaan bij [minderjarige] voor meer omgang en contact met de moeder. Verder vindt de moeder het belangrijk dat [minderjarige] niet te veel wordt belast met volwassenzaken, omdat hij daar nerveus van wordt.

Door de oma is ingestemd met het verzochte. Desgevraagd geeft de oma aan dat [minderjarige] sinds de verhuizing positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt. Hij heeft het erg naar zijn zin op school en is daar nog niet uit de klas gestuurd. Dit gebeurde op zijn vorige school wel, waardoor hij achterliep. Op zijn huidige school krijgt [minderjarige] de duidelijke structuur en grenzen die hij nodig heeft. Hij speelt nu buiten met vriendjes en voelt zich goed. De EMDR is niet van de grond gekomen, omdat [minderjarige] hierin de leiding nam. Wel voert [minderjarige] nog wekelijks gesprekken met een kinderpsycholoog. Er is een stijgende lijn zichtbaar. [minderjarige] slaapt in zijn eigen bed en de begeleiding van de grootouders wordt steeds verder afgebouwd. [minderjarige] vindt het leuk om naar zijn moeder te gaan, maar duldt haar gezag niet echt. De oma denkt dat het helpend zou zijn als de moeder aan [minderjarige] emotionele toestemming zou geven om bij de grootouders te verblijven. Het zou wenselijk zijn voor zijn gemoedsrust als hij meer duidelijkheid zou krijgen over zijn toekomstperspectief.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [minderjarige] verblijft het grootste gedeelte van zijn leven bij zijn grootouders en ontwikkelt zich daar positief. Sinds de verhuizing met zijn grootouders heeft [minderjarige] vriendjes om mee te spelen en heeft hij het fijn op zijn nieuwe school. Het is goed dat [minderjarige] wekelijks met een psycholoog praat, omdat hij nog steeds last heeft van angsten. Het is knap dat de moeder aangeeft [minderjarige] emotionele toestemming te zullen geven om bij zijn grootouders op te kunnen groeien en daarmee zijn belang vooropzet. De hoop is dat [minderjarige] daardoor de ruimte voelt om de band met zijn moeder te verstevigen en de omgangsmomenten op termijn weer uit te breiden. De kinderrechter acht het daarom van belang dat de komende periode het opvoedperspectief van [minderjarige] wordt bepaald. Om het verblijf van Marwin bij de opa en oma te continueren, zal de kinderrechter de machtiging uithuisplaatsing toewijzen voor de verzochte duur van drie maanden.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 5 februari 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.I. Klijn als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?