RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/690536 / JE RK 25-1487
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlage, ontvangen op 25 augustus 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
de moeder;
[naam] namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben geen mening gegeven.
2. De feiten
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn erkend door hun vader, de heer [de vader] .
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 januari 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 30 oktober 2025.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Alle drie de kinderen ervaren problemen met de terugkeer naar het onderwijs na de beëindiging van de eerdere uithuisplaatsing. [minderjarige 1] is gedemotiveerd geraakt, omdat hij door het missen van te veel onderwijs moest blijven zitten. Er zal op 31 oktober 2025 een gesprek plaatsvinden met school en leerplicht. [minderjarige 1] heeft verder gesprekken gevoerd met een ambulant begeleider van [instelling 1] , omdat hij zich steeds meer is gaan terugtrekken en internaliserende problematiek laat zien. [minderjarige 2] is vijf jaar geleden uitgevallen in het basisonderwijs en de dagbesteding van [instelling 2] is gestopt. Hij wilde vaak niet gaan en liet daar hevige woede-uitbarstingen zien. Ook thuis laat [minderjarige 2] ernstige gedragsproblematiek zien. Hij is moeizaam aan te sturen en regelmatig verbaal en fysiek agressie tegen de andere gezinsleden. [minderjarige 2] lijkt niet in te zien dat zijn agressieregulatieproblematiek een belemmerende factor is voor regulier onderwijs. [minderjarige 2] is aangemeld voor de [instelling 3] voor dagbehandeling. Zodra er zicht is op wanneer deze dagbehandeling zal kunnen starten, wordt er voor de tussenliggende periode naar dagbesteding gezocht. Deze dagbesteding moet zich richten op het bieden van een dagritme aan [minderjarige 2] zonder dat er hoge eisen aan hem worden gesteld. [minderjarige 3] voelt zich snel buitengesloten en aangevallen en had hierdoor veel ruzies en aanvaringen op school. Dit jaar gaat het goed met [minderjarige 3] op school, maar het is belangrijk om te kijken of dit goed blijft gaan. Verder wordt er ook een ontwikkelingsbedreiging gezien met betrekking tot de identiteitsontwikkeling van de kinderen. Hun vader is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en de kinderen mogen hem maar vier keer per jaar zien. De kinderen willen meer omgang met de vader. Deze situatie kan in de toekomst emotionele problemen voor de kinderen met zich meebrengen. De moeder stimuleert het contact tussen de vader en de kinderen en is momenteel emotioneel beschikbaar voor hen.
4. Het standpunt
Door de moeder is ingestemd met het verzochte. Desgevraagd geeft de moeder aan dat [minderjarige 1] een aantal dagen per week naar school gaat. Hij weigert of het lukt hem niet om de andere dagen naar school te gaan. Daardoor zijn er al meerdere meldingen bij leerplicht gedaan. De moeder heeft alles geprobeerd om hem te motiveren, maar dat is niet gelukt. [minderjarige 2] mag vanwege een gebrek aan motivatie niet meer naar de dagbesteding toe. Op 10 november 2025 staat er een intake gepland bij [instelling 3] en hopelijk kan hij daar zo snel mogelijk starten. [minderjarige 2] is gemotiveerd voor de dagbehandeling, omdat hij hoopt dat als hij deze met succes afrondt, hij weer naar een reguliere school mag gaan. Met [minderjarige 3] gaat het goed op school. Zij komt op tijd, haalt goede cijfers en speelt met andere kinderen buiten. Ondanks dat er geen onderwijsassistent meer betrokken is, zijn er geen problemen op school geweest. De kinderen bellen een aantal keer per week met hun vader en mogen vier keer per jaar bij hem op bezoek. De moeder wil gaan kijken hoe zij meer tijd voor zichzelf kan inplannen zodat zij tot rust kan komen.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige 1] gaat niet volledig naar school toe, omdat hij hier niet gemotiveerd voor is. Positief is dat hij het desondanks goed doet op school. [minderjarige 2] heeft, voordat hij weer kan instromen in het reguliere onderwijs, dagbehandeling nodig voor zijn agressieregulatieproblematiek, maar hier zijn lange wachtlijsten voor. Hij gaat op dit moment niet naar school of dagbesteding, waardoor hij zich cognitief niet verder kan ontwikkelen. Het is positief dat [minderjarige 3] het na langdurige problemen op school, sinds dit schooljaar goed doet. Dit is echter nog wel een prille ontwikkeling. Ook zijn er zorgen over de emotionele ontwikkeling van de kinderen, omdat zij hun vader missen die in detentie verblijft. Hoewel het nu goed gaat met de moeder, moet ervoor gewaakt worden dat zij niet overvraagd wordt, omdat dit haar ziektebeeld kan beïnvloeden. Het is daarom van belang dat de jeugdbeschermer het komende jaar betrokken blijft om de schoolgang, dagbesteding en de behandeling van de kinderen te monitoren en de moeder hierbij te ontlasten.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 30 oktober 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.