ECLI:NL:RBDHA:2025:22492

ECLI:NL:RBDHA:2025:22492, Rechtbank Den Haag, 28-10-2025, C/09/691707 / JE RK 25-1610

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer C/09/691707 / JE RK 25-1610
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0002685

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter waarin de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van drie maanden worden verlengd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/691707 / JE RK 25-1610

Datum uitspraak: 28 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlage, ontvangen op 18 september 2025;

het e-mailbericht van de moeder van 27 oktober 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij was aanwezig:

- [naam] namens de gecertificeerde instelling.

De moeder heeft zich bij e-mailbericht van 27 oktober 2025 afgemeld voor de zitting.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft bij [instelling] .

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 april 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 2 november 2025, en voor dezelfde duur de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van drie maanden. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] verblijft momenteel vier dagen per week op een woongroep van [instelling] en drie dagen per week in de thuissituatie bij de moeder. Er zijn geen zorgen over [minderjarige] op de woongroep, maar wel in de thuissituatie bij de moeder. De moeder en de vader van het halfbroertje hebben conflicten die fysiek kunnen worden. Er is behandeling vanuit [instantie] ingezet in de thuissituatie bij de moeder. De afgelopen zes maanden zijn er geen escalaties geweest waar [minderjarige] bij was. De gecertificeerde instelling is van mening dat een overdracht kan plaatsvinden naar het vrijwillig kader. Zodra de ondertoezichtstelling goed kan worden overgedragen aan voor ieder 1, zal de betrokkenheid van de jeugdbeschermer stoppen. Tot die tijd is regie nodig om ervoor te zorgen dat de hulp voor [minderjarige] die er nu is door blijft lopen en dat [minderjarige] haar plek bij [instelling] kan behouden. Het is daarom noodzakelijk dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft totdat er een warme overdracht naar het vrijwillig kader plaats kan vinden.

4. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Uit de stukken en de toelichting ter zitting blijkt zonder meer van positieve ontwikkelingen. Het gaat goed met [minderjarige] en zij is gegroeid in haar zelfstandigheid. [minderjarige] verblijft momenteel deels bij [instelling] en deels bij de moeder. Het gaat goed tussen [minderjarige] en de moeder en er lijkt een passende balans te zijn gevonden tussen thuiswonen en begeleiding op de groep. De vader en de moeder werken mee met de hulpverlening en willen het beste voor hun dochter. Het einde van de maatregel is daarmee in zicht. Wel is onderbouwd aangedragen dat het van belang is dat er een goede overdracht plaats kan vinden naar het vrijwillig kader om te voorkomen dat de hulpverlening stagneert of de plaatsing bij [instelling] in het geding komt. De kinderrechter vertrouwt erop dat de overdracht naar het vrijwillig kader zo spoedig mogelijk zal plaatsvinden, zoals door de jeugdbeschermer ter zitting is toegezegd.

De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van drie maanden.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 2 februari 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 februari 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.I. Klijn als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?