ECLI:NL:RBDHA:2025:22494

ECLI:NL:RBDHA:2025:22494, Rechtbank Den Haag, 28-10-2025, C/09/691097 / JE RK 25-1548

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-10-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer C/09/691097 / JE RK 25-1548
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656 BWBR0002685

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter waarin de ondertoezichtstelling van de minderjarigen voor de duur van een jaar wordt verlengd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/691097 / JE RK 25-1548

Datum uitspraak: 28 oktober 2025

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. B.S. van Haeften uit Den Haag,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 september 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder met haar advocaat;

- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn gedurende het huwelijk van de ouders geboren.

Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 oktober 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 29 oktober 2025.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de afgelopen periode verbeteringen laten zien in hun (sociaal-emotionele) ontwikkeling, maar er blijven zorgen. [minderjarige 1] heeft nog steeds intensieve begeleiding nodig, ondanks dat zijn sociale gedrag en zelfvertrouwen groeien. Bij [minderjarige 2] zijn er zorgen over haar concentratie, taalbegrip en het stellen van sociale grenzen. Er is nog verdere aandacht nodig voor haar taalontwikkeling, sociale grenzen en taakgerichtheid. Bij [minderjarige 3] wordt gezien dat hij plagerig en fysiek gedrag laat zien richting zijn broer en zus. Daarnaast zijn de kinderen nog steeds de dupe van het voortdurende conflict van hun ouders. Tijdens de wekelijkse ondersteuning van [instantie] bij de moeder wordt gezien dat zij liefdevol en emotioneel beschikbaar is voor de kinderen. De moeder kan hen beter begrenzen, maar hierin consequent zijn is een uitdaging. De moeder heeft stappen gezet in het bieden van structuur, maar er zijn nog steeds doelen waaraan de moeder met behulp van [instantie] moet werken. Dit is nog niet gelukt, doordat de kinderen veel negatieve aandacht zochten toen er een nieuwe medewerker van [instantie] kwam Het is van belang dat er aanvullende hulpverlening wordt ingezet voor het hele gezin. De vader en de moeder moeten leren om op neutrale wijze met elkaar in gesprek te gaan over de kinderen en wat zij nodig hebben. De kinderen moeten voor een veilige ontwikkeling duidelijkheid krijgen over wat hun ouders kunnen bieden. Zij mogen niet langer klem zitten tussen de ruzies en het verleden van hun ouders. Hiervoor is het van belang dat er eerst gezinsopnames komen van de moeder met de kinderen en de vader met de kinderen. Na de gezinsopnames moet gestart worden met individuele therapieën en hulpverlening voor het gezin vanuit dezelfde organisatie. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer is daarom nog steeds nodig.

4. De standpunten

Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzochte. Het gaat goed met de kinderen en de moeder. Zij gaan op tijd naar school en er wordt voldaan aan al hun dagelijkse behoeften door de moeder. De moeder heeft altijd meegewerkt aan de hulpverlening en zelfstandig nagedacht over aandachtspunten en alles aangepakt wat de kinderen nodig hadden. De kinderen kunnen hun gevoelens nu beter uiten. De moeder let altijd op de veiligheid van de kinderen en zorgt goed voor ze. De moeder is van mening dat het nu goed genoeg gaat met de kinderen om zonder de ondertoezichtstelling verder te gaan. Daarnaast vindt de moeder dat de jeugdbeschermers onacceptabel streng zijn tegen de moeder en niet streng zijn tegen de vader. Met betrekking tot de communicatie met de vader, geeft de moeder aan dat zij geen ruzie wil en zij op een volwassen manier kan communiceren. Als de vader en de moeder alleen per e-mail zullen communiceren dan zullen er geen ruzies zijn. Het afgelopen jaar is het niet gelukt om een gezinsopname in te zetten en hier is nog steeds geen zicht op. De moeder is blij met de hulp die zij heeft gekregen vanuit [instantie] en heeft hier veel van geleerd. De kinderen hebben een enorme groei door gemaakt en dit wordt ook door school gezien. Mocht school het belangrijk vinden dat de kinderen bepaalde hulpverlening krijgen, dan staat de moeder daarvoor open.

De moeder ervaart dat de vader en de moeder beter kunnen communiceren en wil dit op een neutrale en constructieve wijze doen. De moeder spreekt niet in het bijzijn van de kinderen negatief over de vader. Omdat de kinderen niet dermate ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is, wordt verzocht om het verzoek af te wijzen.

Door de vader is ingestemd met het verzochte. De vader ziet het liefst dat de kinderen tot aan hun meerderjarigheid onder toezicht staan en dat een of twee van de kinderen bij hem komen wonen. De vader denkt namelijk dat het te moeilijk is voor de moeder om drie kinderen op te voeden. De vader kan de kinderen goed begrenzen en hen opvoeden. Hij maakt zich zorgen over de kinderen, omdat zij zich niet goed gedragen, liegen tegen hun beide ouders, niet naar de moeder luisteren en straattaal gebruiken. Ook maakt hij zich zorgen over hun cognitieve ontwikkeling. De vader ziet geen verbetering bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in hun schoolgang. Het is noodzakelijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft, omdat de vader en de moeder niet goed met elkaar kunnen communiceren. De vader wil benadrukken dat er goed nagedacht moet worden over de toekomst van de kinderen. De vader vindt het belangrijk dat de kinderen goed opgevoed worden en dat zij zich beter gaan gedragen.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben nog steeds een ontwikkelingsachterstand. Positief is dat zij zich wel met stapjes positief ontwikkelen. Bij alle drie de kinderen wordt nog wel gezien dat zij moeite hebben met sociale interacties. De moeder heeft hard gewerkt aan het verbeteren van de opvoedsituatie, maar er wordt nog wel gezien dat de kinderen niet altijd goed naar haar luisteren. De gecertificeerde instelling ziet dat de vader en de moeder nog niet goed in staat zijn om met elkaar te communiceren en tot gezamenlijke afspraken te komen. De kinderen bevinden zich nog steeds in een loyaliteitsconflict, wat zich uit in dat de kinderen tegen de vader en de moeder verhalen vertellen over de andere ouder, waarin zij zich niet herkennen. Ook is er te weinig zicht op de opvoedsituatie bij de vader. De ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen kan onvoldoende worden weggenomen in het vrijwillig kader. De kinderrechter is van oordeel dat het noodzakelijk is dat er zo snel mogelijk gezinsopnames komen, zodat er zicht komt op de sociale interacties tussen de kinderen en hun ouders. Naar aanleiding daarvan kan worden bepaald welke aanvullende hulpverlening noodzakelijk is. Het is van belang dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft om de gezinsopnames te kunnen regelen en regie te houden op de hulpverlening. Daarnaast moet ervoor worden gezorgd dat er in het belang van de kinderen afspraken worden gemaakt tussen hun ouders.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 29 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.I. Klijn als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?