uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], v-nummer: [V-nummer 1], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.55315 en NL25.55317
[verzoekster] , v-nummer: [V-nummer 2], verzoekster,
mede ten behoeve van hun minderjarige kind:
[kind] , v-nummer: [V-nummer 3],
hierna gezamenlijk te noemen verzoekers,
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
Procesverloop
Bij twee afzonderlijke besluiten van 10 november 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.55314 en NL25.55316, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 26 november 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.