ECLI:NL:RBDHA:2025:22547

ECLI:NL:RBDHA:2025:22547, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, NL25.54225

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer NL25.54225
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0007149 BWBR0011823 BWBR0011825 CELEX:32003R0343 EU:32003R0343

Samenvatting

Bewaring – eerste beroep – ophouding – gronden kunnen de maatregel dragen – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.54225

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

en

Procesverloop

Bij besluit van 3 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen Z. Hamidi. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1998.

2. Eiser voert aan dat hij op een onjuiste wettelijke grondslag (artikel 50, derde lid van de Vw) is opgehouden. Verweerder beschikt niet over identificerende documenten van eiser en eiser is bekend onder aliassen. De ophouding had volgens eiser daarom gebaseerd moeten zijn op artikel 50, tweede lid, van de Vw.

3. Eiser is op 3 november 2025 op grond van de Dublinverordening door Zwitserland overgedragen aan Nederland. Uit het ‘proces-verbaal staandehouding/overbrenging/ophouding’ (M105) blijkt dat de verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee bij aankomst van het vliegtuig met daarin eiser op [luchthaven] van een bemanningslid een envelop hebben ontvangen met daarin een door de Zwitserse autoriteiten voor eiser afgegeven Dublin laissez-passer (lp). Aan de hand hiervan hebben de verbalisanten, die eiser eerst hebben staandegehouden, de identiteit van eiser onmiddellijk kunnen vaststellen. Dat er op de lp andere personalia van eiser stonden maakt dat niet

anders. Gelet hierop ziet de rechtbank in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de ophouding ten onrechte heeft plaatsgevonden op grond van artikel 50, derde lid, van de Vw. De beroepsgrond slaagt niet.

4. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;

3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat; en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;

4f. arbeid heeft verricht in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen.

5. Eiser heeft de gronden van de maatregel niet bestreden. De rechtbank ziet ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat deze gronden de maatregel niet kunnen dragen.

6. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

19 november 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D. Verduijn

Griffier

  • mr. L.S. Lodder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?