ECLI:NL:RBDHA:2025:22552

ECLI:NL:RBDHA:2025:22552, Rechtbank Den Haag, 28-11-2025, NL25.29074

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-11-2025
Datum publicatie 28-11-2025
Zaaknummer NL25.29074
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

beroep, asiel, Nigeria, asielrelaas niet geloofwaardig, vrees voor besnijdenis van jongste dochter, elders in Nigeria vestigen, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam1] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.29074

geboren op [geboortedatum] ,

van Nigeriaanse nationaliteit,

mede namens haar minderjarige zoon [naam2], van Nigeriaanse nationaliteit en dochter [naam3], met onbekende nationaliteit,

V-nummers: [nummer1] , [nummer2] en [nummer3]

(gemachtigde: mr. H.A. Koning),

en

(gemachtigde: mr. J.P.M. Wuite).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 5 april 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 4 juni 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft alleen de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met kennisgeving vooraf, niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij uit Nigeria is gevlucht vanwege problemen die zij heeft gekregen in verband met haar werk als stembusmedewerkster. Eiseres is zelf niet politiek actief geweest. Bij terugkeer vreest eiseres vermoord te worden door de man waarvoor zij heeft gewerkt. Ook vreest eiseres dat haar jongste dochter besneden zal worden in Nigeria.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres;

2. De problemen van eiseres door werkzaamheden bij de stembus tijdens verkiezingen; en

3. De vrees voor besnijdenis van haar jongste dochter.

De minister gelooft de verklaringen van eiseres over haar identiteit, nationaliteit en herkomst. Volgens de minister is dit echter niet genoeg om als vluchteling te worden beschouwd dan wel om een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer aan te nemen. Verder heeft de minister de verklaringen over het tweede asielmotief niet op geloofwaardigheid beoordeeld. Volgens de minister kan de geloofwaardigheid van die verklaringen in het midden worden gelaten, omdat dit asielmotief sowieso niet kan leiden tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. Ten aanzien van de vrees voor besnijdenis van de jongste dochter van eisers heeft de minister overwogen dat op grond van algemene landeninformatie aanleiding bestaat om aan te nemen dat eiseres haar dochter daaraan zou kunnen onttrekken. De minister heeft het standpunt ingenomen dat de aanvraag terecht is afgewezen als ongegrond, dat terecht is overwogen dat eiseres onmiddellijk moet vertrekken en dat terecht een inreisverbod is opgelegd voor de duur van twee jaren.

Problemen door werkzaamheden bij de stembus

5. Eiseres stelt allereerst dat de minister haar heeft benadeeld door in het voornemen de geloofwaardigheid van het tweede asielmotief in het midden te laten, maar vervolgens in het bestreden besluit wel een standpunt over de geloofwaardigheid van die verklaringen in te nemen. Eiseres stelt verder dat zij wel degelijk heeft verklaard over de betreffende man waarvoor zij vreest. Zo heeft zij verklaard over de bedreigingen, over de functie van de man en over het gegeven dat de man veel geïnvesteerd heeft in zijn electoraat door rijst en olie uit te delen aan potentiële kiezers. De minister gaat er verder aan voorbij dat de identiteitsgegevens van eiseres bij de man bekend zijn en hij eiseres zou kunnen traceren. Uit de overgelegde persberichten met betrekking tot verkiezingsgeweld in Nigeria blijkt verder dat er wel degelijk personen zijn vermoord tijdens onder meer de verkiezingen op 28 maart 2015 en dat sprake is van grootschalig geweld. Dit is van belang nu eiseres stelt dat zij vanwege het geweld rondom deze verkiezingen is gevlucht.

De rechtbank stelt vast dat de minister op grond van paragraaf C1/4.1 Vc de geloofwaardigheid van het tweede asielmotief in het midden heeft gelaten. De rechtbank overweegt dat eiseres haar stelling dat zij zou zijn benadeeld door deze werkwijze, niet nader heeft onderbouwd. De rechtbank is ook niet gebleken dat eiseres zou zijn benadeeld hierdoor. De rechtbank wijst er bovendien op dat de minister een oordeel heeft gegeven over de aannemelijkheid van de gestelde vrees. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat eiseres haar vrees om te worden vermoord door de man voor wie zij bij de stembus werkte niet aannemelijk heeft gemaakt. In dit verband heeft de minister kunnen overwegen dat eiseres al tien jaar geleden uit Nigeria is vertrokken en dat niet is gebleken dat zij ooit nog iets van de man heeft vernomen. Bovendien heeft eiseres niet concreet kunnen maken waaruit volgt dat de man een probleem met eiseres heeft. Dat deze man is langsgekomen tijdens de werkzaamheden en vanuit zijn auto heeft gezegd: “This business must be done” en “bad action” heeft de minister onvoldoende kunnen achten om aan te nemen dat hij het op eiseres persoonlijk gemunt had en dat dit tien jaar later nog steeds het geval zou zijn. De minister heeft, in het licht van het voorgaande, niet ten onrechte het standpunt ingenomen dat niet valt in te zien dat het feit dat de man van de stembus mogelijk over vingerafdrukken en een ID-kaart van eiseres beschikt, een risico vormt voor eiseres bij terugkeer naar Nigeria. Verder heeft de minister kunnen overwegen dat de door eiseres overgelegde persberichten niet tot een andere conclusie leiden. Allereerst zien de persberichten niet op eiseres persoonlijk. Daarnaast komt de datum van de verkiezingen, zoals volgt uit het artikel ‘Several killed in Nigeria election violence’ niet overeen met de door eiseres genoemde verkiezing van 28 maart 2015. De beroepsgrond slaag niet.

Vrees voor besnijdenis van de dochter

6. Eiseres voert verder aan dat zij bij terugkeer vreest voor gedwongen besnijdenis van haar dochter. Ter onderbouwing van haar stelling heeft eiseres verwezen naar de Demographic and Health Survey van 2018 waaruit volgt dat 30,7 % van de vrouwen tussen 15 en 49 jaar in Nigeria is besneden. Volgens eiseres loopt haar jongste dochter -die nog geen vijf jaar is- een groot risico om gedwongen te worden besneden. Eiseres wijst er daarbij op dat het binnen haar cultuur traditie is dat meisjes worden besneden en dat de familiaire traditie moeilijk wordt doorbroken.

Volgens de minister blijkt uit de Demographic and Health dat etniciteit en de daarmee samenhangende tradities meer bepalend zijn voor de vraag of iemand al dan niet besneden is. Daarbij spelen de ouders de belangrijkste rol. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij zich niet tegen de wens van haar omgeving, om haar dochter te laten besnijden, kan verzetten. Verder heeft de minister in zijn besluit meegewogen dat eiseres al meer dan tien jaar weg is uit Nigeria en dat zij zich elders in Nigeria zou kunnen vestigen om zich zo aan een mogelijke besnijdenis te onttrekken.

De rechtbank is -anders dan eiseres- van oordeel dat de minister in de besluitvorming voldoende rekening heeft gehouden met de religie en etniciteit van eiseres, maar ook met het in het AAB genoemd percentage vrouwen dat in Nigeria is besneden. Uit het AAB blijkt dat de vader van een meisje de belangrijkste factor is bij de vraag of zijn dochter zal worden besneden of niet. Eiseres heeft verklaard dat zij niet weet hoe de vader van haar dochter over besnijdenis denkt. Weliswaar blijkt uit het AAB dat ook de grootmoeder een grote rol speelt bij de vraag of het kind wordt besneden of niet, maar naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar dochter niet kan onttrekken aan een gedwongen besnijdenis. In dit verband heeft de minister er op kunnen wijzen dat eiseres weinig inzicht heeft verschaft in de familiaire traditie. Zo heeft eiseres weinig verklaard over in hoeverre zij haar andere dochter eerder heeft proberen te beschermen en wat de gevolgen zouden zijn geweest als eiseres anders zou hebben gehandeld. Daarnaast heeft de minister erop kunnen wijzen dat eiseres al tien jaar weg is uit Nigeria, dat Nigeria een groot land is en dat eiseres in staat moet worden geacht zich elders in Nigeria te vestigen.

Getuigt het opleggen van een inreisverbod van twee jaar van ongekende hardheid?

7. Eiseres voert aan dat het opleggen van een inreisverbod van ongekende hardheid getuigt, omdat haar dochter in Nederland is geboren en eiseres haar dochter in een voorkomend geval niet in Nederland zou kunnen opzoeken.

De rechtbank ziet geen aanleiding om het betoog van eiseres te volgen. In dit verband wijst de rechtbank erop dat het terugkeerbesluit niet alleen voor eiseres geldt, maar ook voor haar twee kinderen. Dit betekent dat niet alleen eiseres maar ook haar kinderen Nederland dienen te verlaten en moeten terugkeren naar Nigeria. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?