[naam], eiser,V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op het bezwaar van 1 april 2025 tegen de afwijzing van de aanvraag om een zogenoemd EU verblijfsdocument.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Zijn de beroepen ontvankelijk en gegrond?
2. Het bezwaarschrift is gericht tegen het besluit van 6 maart 2025. De rechtbank stelt vast dat de termijn om op het bezwaar te beslissen is verstreken. Eiser heeft de minister op 10 september 2025 in gebreke gesteld. Eiser heeft meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar.
3. Het beroep is daarom ontvankelijk en gegrond.
Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
4. Omdat de minister nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de minister dit alsnog moet doen. De minister moet dit doen binnen vier weken na het verzenden van deze uitspraak.
Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?
5. Eiser heeft gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-.
Is de minister een bestuurlijke dwangsom verschuldigd?
6. Met de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is de bestuurlijke dwangsom afgeschaft voor de zaken waarin de ingebrekestelling na 15 april 2025 is ingediend. De minister hoeft geen bestuurlijke dwangsom aan eiser te betalen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt, de minister binnen vier weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen op het bezwaar. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiser een dwangsom verschuldigd.
7. De minister moet de door eiser gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank voor eisers gezamenlijk vast op € 453,50.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.