Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummers: 09/264261-24 en 09/0619090-23 (tul)
Datum uitspraak: 18 februari 2025
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 7 november 2024 (pro forma) en 4 februari 2025 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. I.G.M. Oostrom en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. L.D. Lubrano naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 15 augustus 2024 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (aan) [naam 1] , opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- die [naam 1] (hard) tegen het hoofd heeft geslagen/gestompt, waardoor die [naam 1] ten val kwam en/of
- ( vervolgens) terwijl die [naam 1] op de grond lag, meermalen, althans eenmaal, (met geschoeide voet) (met kracht) tegen het hoofd van die [naam 1] heeft getrapt/geschopt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 15 augustus 2024 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland, openlijk, te weten op/aan de Stationsweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere perso(o)n(en), te weten [naam 2] en/of [naam 1] , door
- die [naam 2] en/of [naam 1] tegen het lichaam en/of hoofd te slaan en/of te schoppen.
3. De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van beide feiten moet worden vrijgesproken, omdat uit het (aanvullende) dossier blijkt dat sprake is van een persoonsverwisseling.
Het standpunt van de verdediging
Ook de raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van beide feiten, vanwege de persoonsverwisseling.
Vrijspraak
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.
De rechtbank overweegt hieromtrent dat de verdachte weliswaar door meerdere verbalisanten op camerabeelden is herkend als een van de daders van de ten laste gelegde feiten, maar dat uit aanvullend onderzoek is gebleken dat een derde ( [naam 3] ) hoogstwaarschijnlijk is aangezien voor de verdachte en dat er aldus sprake is van een persoonsverwisseling. De rechtbank zal de verdachte daarom van de ten laste gelegde feiten vrijspreken.
4. De vordering van de benadeelde partij
[naam 2]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 525.501,36, te vermeerderen met de wettelijke rente, met dien verstande dat de raadsman van de benadeelde partij zich op het standpunt heeft gesteld dat de onderbouwing van de post ‘verlies arbeidsvermogen’ ontbreekt, zodat de benadeelde partij voor dit deel van de vordering (ter hoogte van € 456.447,00) niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Het gevorderde bedrag van € 525.501,36 bestaat uit € 484.562,36 aan materiële schade en
€ 40.939,00 aan immateriële schade.
[naam 1]
heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 21.662,50, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 14.162,50 aan materiële schade en € 7.500,00 aan immateriële schade.
Het oordeel van de rechtbank
[naam 2]
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien
de verdachte zal worden vrijgesproken.
Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten op nihil.
[naam 1]
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien
de verdachte zal worden vrijgesproken.
Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten op nihil.
5. De vordering tot tenuitvoerlegging
Nu de rechtbank de verdachte voor de ten laste gelegde feiten vrijspreekt, zal de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 09/0619090-23 afwijzen.
6. De beslissing
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bepaalt dat de benadeelde partij [naam 2] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil;
bepaalt dat de benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil;
wijst de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 09/0619090-23 af.
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.L.E. Bakels, voorzitter,
mr. P. Burgers, rechter,
mr. R.J. Wortelboer, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. M. Walenkamp, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 februari 2025.