ECLI:NL:RBDHA:2025:22689

ECLI:NL:RBDHA:2025:22689, Rechtbank Den Haag, 12-11-2025, NL25.46494 en NL25.46495

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-11-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer NL25.46494 en NL25.46495
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Aangehaald door

Samenvatting

Asiel Somalië/Statushouder Italië/Bijzondere kwetsbaarheid/De minister heeft voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken van een bijzondere kwetsbaarheid van eiser waardoor hij bij terugkeer naar Italië in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie terecht zal komen/Nu de rechtbank van oordeel is dat geen sprake is van bijzondere kwetsbaarheid, wordt een BMA-onderzoek niet noodzakelijk geacht/Beroep ongegrond

Uitspraak

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. M.F. Aly).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) het beroep van eiser tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn asielaanvraag omdat eiser in Italië internationale bescherming heeft. De minister heeft daartoe beslist met het (bestreden) besluit van 18 september 2025.

Eiser heeft tegen het besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 28 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde, A. Jama als tolk in de Somalische taal en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of de minister de asielaanvraag van eiser op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is en dat de voorlopige voorziening wordt afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4. De rechtbank zal eerst de omvang van het geschil vaststellen. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser internationale bescherming heeft in Italië en dat daar zorg beschikbaar is. Wel is in geschil of eiser bijzonder kwetsbaar is zoals bedoeld in het arrest [naam 3]. Daarnaast verschillen partijen van mening over de vraag of een BMA-onderzoek nodig is voor de beoordeling van eisers kwetsbaarheid. Dit zal de rechtbank hieronder bespreken.

Wat ging er aan de zaak vooraf?

5. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1] 1998 en van Somalische nationaliteit te zijn. Uit onderzoek uit Eurodac is gebleken dat eiser op 13 oktober 2017 een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend in Duitsland, op 18 september 2018 in Frankrijk en op 1 december 2021 in Italië. Eiser heeft vervolgens een asielvergunning in Italië verkregen. Eiser heeft op 1 juli 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend in Nederland.

Besluitvorming

6. De minister heeft de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Uit eisers verklaringen en informatie van de Italiaanse autoriteiten blijkt dat eiser namelijk in Italië een asielvergunning heeft tot 24 juni 2027.

Bijzondere kwetsbaarheid

7. Eiser heeft aangevoerd dat hij, gelet op zijn medische situatie, als bijzonder kwetsbaar kan worden aangemerkt in de zin van het arrest [naam 3] en dat de minister dit ten onrechte heeft ontkend. Volgens eiser volgt uit IB 2021/56 dat ook bij minder ernstige medische problematiek sprake kan zijn van bijzondere kwetsbaarheid, met name wanneer de problematiek zodanig is dat de zelfredzaamheid in overwegende mate wordt aangetast. Eiser kampt met depressieve klachten en een alcoholverslaving. Deze psychische klachten kunnen de zelfredzaamheid van eiser in overwegende mate aantasten. In dit verband heeft de gemachtigde op de zitting aangevoerd dat het erom gaat of eiser, mocht hij in Italië op straat belanden, gezien zijn situatie in staat zal zijn om de benodigde zorg te bereiken. De minister heeft immers niet betwist dat eiser in Italië geen onderdak heeft kunnen vinden en op straat heeft moeten leven.

Uit het arrest [naam 3] volgt dat de bijzondere kwetsbaarheid van individuele statushouders ertoe kan leiden dat zij bij terugkeer naar de lidstaat waar zij een asielvergunning hebben gekregen, buiten hun eigen wil en keuzes om, terecht zullen komen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie. Deze toestand moet bovendien zijn veroorzaakt door onverschilligheid van de autoriteiten van het land die de status heeft verleend en geheel buiten de schuld van de vreemdeling liggen. De medische situatie van een statushouder kan hem bijzonder kwetsbaar maken. Of er sprake is van bijzondere kwetsbaarheid hangt af van de individuele omstandigheden van het geval. De bewijslast dat er sprake is van een bijzondere kwetsbaarheid ligt bij de vreemdeling.

De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken van een bijzondere kwetsbaarheid van eiser waardoor hij bij terugkeer naar Italië in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie terecht zal komen. De minister heeft daarbij naar het oordeel van de rechtbank mogen betrekken dat de zorg die in Italië beschikbaar is, voldoende is om de basisbehoeften van eiser op het gebied van medische zorg en psychische gezondheid te vervullen, mede gezien het feit dat eiser in Italië in het bezit is gesteld van een zorgpas die hem toegang verleent tot medische zorg, inclusief geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Dit vindt steun in het feit dat eiser reeds in Italië slaapmedicatie heeft ontvangen. Het feit dat eiser naar eigen zeggen in Italië uiteindelijk onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de beschikbare zorg, maakt dit niet anders.

Eiser heeft betoogd dat hij ondanks het voorgaande toch als bijzonder kwetsbaar moet worden gezien omdat zijn zelfredzaamheid door zijn medische situatie ernstig wordt beperkt, in combinatie met de algemeen moeilijke leefomstandigheden voor statushouders in Italië. De rechtbank stelt vast dat uit het door eiser overgelegde huisartsenjournaal blijkt dat eiser depressieve klachten, angstklachten en een alcoholverslaving heeft, hij medicatie krijgt en, zo mogelijk, ondersteunende gesprekken heeft met POH-GGZ. Daarmee heeft hij echter nog niet onderbouwd dat dat de aard van de medische problematiek zodanig is dat zijn zelfredzaamheid daardoor in overwegende mate is aangetast. De rechtbank betrekt in dit oordeel verder dat eiser op de zitting desgevraagd heeft aangegeven dat hij in Nederland zelf de eerste stap heeft gezet om (de huidige) medische zorg te krijgen. En ook in Italië is het eiser gelukt om medische zorg, in de vorm van slaapmedicatie, te krijgen. Nu niet in geschil is dat de zorg in Italië in het algemeen beschikbaar is, doen de algemene leefomstandigheden in Italië voor statushouders in Italië hieraan niet af.

Nu de rechtbank van oordeel is dat geen sprake is van bijzondere kwetsbaarheid, wordt een BMA-onderzoek niet noodzakelijk geacht en heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding bestond om een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren.

Conclusie en gevolgen

8. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de minister de aanvraag terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

9. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen

van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak NL25.46494:

- verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter, in de zaak NL25.46495:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. H. El Ouahabi, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H. El Ouahabi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?