ECLI:NL:RBDHA:2025:22703

ECLI:NL:RBDHA:2025:22703, Rechtbank Den Haag, 01-12-2025, NL25.35408

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-12-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer NL25.35408
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005075 BWBR0011823

Samenvatting

Asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij eisers problemen met het Ogboni-genootschap en de gestelde seksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig vindt. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.35408

geboren op [datum]

van Nigeriaanse nationaliteit

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),

en

(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij eisers problemen met het Ogboni-genootschap en de gestelde seksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig vindt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 25 maart 2023 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 3 juli 2025 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

3. De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

4. Eiser stelt dat hij na de begrafenis van zijn vader in 2012 is ontvoerd door leden van het Ogboni-genootschap. De leden wilden dat hij als oudste zoon de positie van zijn vader zou innemen en eiser moest daarvoor als offer eerst zijn moeder doden. Eiser heeft een paar keer om uitstel gevraagd om tot een besluit hierover te komen. Eiser is vervolgens nogmaals ontvoerd en heeft opnieuw uitstel gekregen. Een paar weken later hebben de leden verder uitstel geweigerd en gedreigd eiser te vermoorden. Eiser is daarom in januari 2013 uit Nigeria vertrokken, maar in 2014 vanaf Malta met behulp van het IOM vrijwillig teruggekeerd naar Nigeria. Eiser stelt dat hij van zijn moeder heeft gehoord dat zijn broer tijdens zijn afwezigheid is ontvoerd en mishandeld. Eiser heeft met het geld van het IOM een taxi gekocht. Een vriend van eiser heeft de taxi geleend en wilde deze niet teruggeven. De vriend chanteerde eiser met een video uit Libië, waarin eiser intieme handelingen verricht met een andere man. Eiser is daarom in januari 2015 opnieuw uit Nigeria vertrokken. Eiser heeft tijdens zijn verblijf in Italië gebedeld bij een supermarkt en daar deden mannen hem voorstellen voor seksuele handelingen. Hierdoor is eiser opnieuw geïnteresseerd geraakt in mannen. Eiser stelt dat hij in Italië twee jaar een relatie met een man heeft gehad. Eiser vreest bij terugkeer problemen met het Ogboni-genootschap en problemen vanwege zijn biseksuele gerichtheid.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Problemen door het Ogboni-genootschap;

3. Problemen vanwege seksuele gerichtheid.

De minister vindt eisers identiteit niet geloofwaardig, maar eisers nationaliteit en herkomst wel. Eiser heeft geen documenten overgelegd en hij heeft geen oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven en eiser heeft niet alle relevante elementen waarover hij beschikt overgelegd. Eiser heeft verklaard dat hij een Nigeriaans paspoort heeft verkregen via de Nigeriaanse ambassade in Nederland, maar dat hij dat is verloren. Niet is gebleken dat eiser aangifte heeft gedaan van het verlies of een nieuw paspoort heeft aangevraagd. De minister vindt de problemen met het Ogboni-genootschap niet geloofwaardig. Eiser heeft de aangifte, die zijn moeder heeft gedaan van de ontvoering en mishandeling van zijn broer, niet overgelegd en eiser heeft onvoldoende inspanningen verricht om aan deze aangifte te komen. Aan het document van de Esan North East Local Government Council, dat eiser bij de zienswijze heeft overgelegd, kan niet de waarde worden gehecht die eiser wil. Verder vindt de minister dat eisers verklaringen over de problemen met het Ogboni-genootschap geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister vindt de seksuele gerichtheid van eiser ook niet geloofwaardig. Eiser heeft bij de vreemdelingenpolitie alleen verteld dat hij problemen had met het Ogboni-genootschap en niets gezegd over problemen door zijn gestelde seksuele gerichtheid. Daarnaast heeft eiser niet consistent verklaard over zijn seksuele gerichtheid. De minister vindt verder dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn persoonlijke ervaring en beleving. Eisers verklaringen over de ontdekking van zijn gerichtheid en zijn relatie in Italië zijn summier en oppervlakkig en eiser kan weinig vertellen over de situatie van LHBTI in Nederland.

Identiteit

6. Eiser voert aan dat hij zijn identiteit wel aannemelijk heeft gemaakt.

7. De beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft in het bestreden besluit gemotiveerd waarom hij eisers identiteit niet aannemelijk vindt. De enkele, niet onderbouwde stelling dat eiser zijn identiteit wel aannemelijk heeft gemaakt, zonder daarbij aan te geven wat er niet juist zou zijn aan de motivering van de minister, leidt niet tot vernietiging van het besluit.

Problemen met het Ogboni-genootschap

8. Eiser voert aan dat de minister zijn problemen met het Ogboni-genootschap ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Uit het document van de Esan North East Local Government Council en de verklaring van de Nigeriaanse politie blijkt dat eisers moeder al in 2013 hulp heeft gezocht naar aanleiding van de ontvoering van eisers broer. Verder blijkt uit de overgelegde informatie van Vluchtelingenwerk van 14 juni 2024 dat bronnen vermelden dat een kind dat weigert toe te treden tot de Ogboni of de gemeenschap wil verlaten, wordt lastiggevallen. Er volgen harde consequenties, soms tot de dood erop volgt. Dit bevestigt het risico dat eiser loopt door zijn weigering om zijn vader op te volgen.

9. De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister allereerst niet ten onrechte overwogen dat eiser met de documenten die hij heeft overgelegd niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij problemen heeft met het Ogboni-genootschap. De minister heeft er op kunnen wijzen dat beide documenten zijn opgemaakt in 2019, terwijl de gestelde ontvoering van zijn broer al in 2013 zou hebben plaatsgevonden. Het wekt daarbij bevreemding dat in de documenten, die zes jaar na het incident zijn opgesteld, het advies wordt gegeven om vertrouwen te hebben in het politieonderzoek, respectievelijk om kalm en waakzaam te blijven. De minister heeft er verder op kunnen wijzen dat niet duidelijk is wie de documenten heeft opgemaakt en of deze persoon daartoe bevoegd was. De minister heeft daarbij naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte betrokken dat uit algemene informatie blijkt dat de publieke sector in Nigeria als behoorlijk corrupt wordt aangemerkt. Eiser heeft de motivering van de minister met betrekking tot de bewijswaarde van de documenten niet weersproken. De enkele stelling dat uit de documenten blijkt dat de moeder van eiser al in 2013 hulp heeft gezocht bij de politie, maakt niet dat aan de documenten het belang moet worden gehecht dat eiser wenst.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister verder op goede gronden de werving van eiser door het Ogboni-genootschap en eisers vrees voor repercussies vanwege zijn weigering om toe te treden ongeloofwaardig geacht. Uit de door eiser overgelegde informatie van Vluchtelingenwerk blijkt niet dat het de werkwijze van de Ogboni is om eerst mensen te ontvoeren, voordat hen wordt gevraagd hun familielid op te volgen. De minister heeft erop kunnen wijzen dat uit overgelegde informatie blijkt dat er zeker geen consequenties zitten aan de weigering om toe te treden voor mensen die, zoals eiser, uit de stad komen. Verder blijkt uit alle informatie nergens dat mensen van de Ogboni hun eigen moeders, kinderen of naasten hebben vermoord om lid te kunnen worden van het genootschap. Eisers verwijzing naar de passage waarin volgens hem staat dat bronnen vermelden dat een kind dat weigert toe te treden tot de Ogboni of de gemeenschap wil verlaten, wordt lastiggevallen en dat er harde consequenties kunnen volgen, leidt niet tot een ander oordeel. In de betreffende passage staat namelijk het volgende:

“According to the Canadian official, “it is assumed” by the sources that the mission consulted that the child of a member who refuses to join the Ogboni could encounter harassment by the society, “even to the point of death” (…), noting, however, that “no recent information is available to support or refute such claims.”

Allereerst blijkt uit de passage dat het gaat om veronderstellingen die niet kunnen worden bevestigd. Bovendien ziet deze passage naar het oordeel van de rechtbank op een specifieke situatie. Volgens de informatie is het namelijk wel gebruikelijk dat de eerstgeboren zoon de positie van de vader bij de Ogboni erft, maar is het niet verplicht om de positie over te nemen, tenzij het Ogboni lid “commit[ed] their unborn child or teenager to the group”. In dat geval zal het kind worden gedwongen om lid te worden als hij volwassen is. Daarvan is in het geval van eiser niet gebleken. De minister heeft in dat kader niet ten onrechte overwogen dat deze situatie niet strookt met eisers stellingen dat hij in het geheel niet op de hoogte was van het lidmaatschap van zijn vader. De minister heeft dan ook niet ten onrechte geconcludeerd tot ongeloofwaardigheid van de problemen met de Ogboni-gemeenschap.

De seksuele gerichtheid

10. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte zijn biseksuele gerichtheid ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft verklaard in de lijn van WI 2019/17 en de daarin genoemde thema’s. Het is voor eiser moeilijk om over zijn gerichtheid te verklaren, omdat hij niet praat over gevoelens en gedachten. Bovendien is het al geruime tijd geleden dat eiser tot ontdekking en acceptatie van zijn gerichtheid is gekomen. De minister heeft ten onrechte geen rekening gehouden met eisers referentiekader. Eiser heeft zich inmiddels aangemeld bij een WhatsApp-groep van LGBTQ Asylum Support. Eiser vindt dat de minister dat in zijn voordeel moet wegen. Verder heeft eiser in beroep een kopie overgelegd van een WhatsApp gesprek met de persoon die hem in Nigeria chanteerde met de seksvideo uit Libië.

11. De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser zijn seksuele gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank stelt vast dat de minister daar allereerst bij heeft betrokken dat eiser bij de vreemdelingenpolitie anders heeft verklaard dan tijdens het nader gehoor bij de minister en dat hij niet consistent verklaart over zijn seksuele identiteit. Eiser stelt dat hij biseksueel is, maar hij heeft ook meerdere keren verklaard dat hij homo of gay is. Eiser heeft dit in beroep niet weersproken.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over hoe hij erachter kwam dat hij (ook) op mannen valt en zijn verklaringen over de relatie met zijn Italiaanse vriend summier en oppervlakkig zijn. De rechtbank volgt niet eisers stelling dat hij moeite heeft om te verklaren en dat de minister bij de beoordeling van zijn verklaringen onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. De rechtbank stelt vast dat de minister eisers referentiekader heeft benoemd in het voornemen. De minister heeft er daarbij op kunnen wijzen dat eiser al lange tijd in Europa verblijft en zich in die tijd vrij heeft kunnen uiten. Bovendien stelt eiser dat hij twee jaar lang een relatie heeft gehad met een Italiaanse man. Dat eiser stelt moeite te hebben om te verklaren over gevoelens, betekent mede gelet daarop niet dat niet van hem verwacht kan worden dat hij diepgaandere verklaringen aflegt over zijn gevoelens en gedachten dan hij heeft gedaan.

Het feit dat eiser zich inmiddels heeft aangemeld bij een WhatsApp groep van LGBTQ Asylum Support maakt niet dat de minister de gestelde biseksuele gerichtheid alsnog geloofwaardig moest vinden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op de zitting op goede gronden op het standpunt gesteld dat het enkele feit dat eiser zich heeft aangemeld bij deze groep niet opweegt tegen de oppervlakkige en ontoereikende verklaringen die eiser heeft afgelegd.

De overgelegde kopie van het WhatsApp gesprek over de (gestelde) chantage kan ook niet tot een ander oordeel over de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas leiden. Allereerst wordt niet duidelijk met wie het WhatsApp gesprek wordt gevoerd, wanneer dit plaatsvond en waarover het gesprek precies gaat. Uit de inhoud van het gesprek blijkt bovendien niet dat dit gaat over een seksvideo van eiser met een man. De kopie onderbouwt daarom naar het oordeel van de rechtbank niet eisers gestelde seksuele gerichtheid of zijn gestelde vrees voor problemen door zijn seksuele gerichtheid bij terugkeer naar Nigeria.

Conclusie

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Hanssen - Telman

Griffier

  • mr. M.C. Drenten - Boon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?