ECLI:NL:RBDHA:2025:22704

ECLI:NL:RBDHA:2025:22704, Rechtbank Den Haag, 24-11-2025, NL:TZ:2502221:R-RK en NL:TZ:2502225:R-RK

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-11-2025
Datum publicatie 03-12-2025
Zaaknummer NL:TZ:2502221:R-RK en NL:TZ:2502225:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Toewijzing dwangakkoord. Het voorstel dat op een PW-uitkering is gebaseerd is het maximaal haalbare. Er zijn geen benutbare arbeidsmogelijkheden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies

rekestnummers: NL:TZ:2502221:R-RK en NL:TZ:2502225:R-RK

vonnis van 24 november 2025

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats] ,

hierna: [verzoeker] ,

tegen

COEO Incasso,

gevestigd te Rotterdam,

hierna: COEO,

Haaglandia Vastgoed Beheer,

gevestigd te Den Haag,

hierna: Haaglandia,

verweersters.

Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij de vordering door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1. De feiten waar de rechtbank van uit gaat

[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van

€ 5.770,91 aan vijf schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft hij voor het laatst op 12 mei 2025 een schuldregeling aangeboden (nulaanbod). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen.

COEO is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan COEO van € 120,80. Dat is 2,09% van de totale schuldenlast.

Haaglandia is ook niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan Haaglandia van € 1.135,00. Dat is 19,67% van de totale schuldenlast.

De overige drie schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.

Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2. De procedure

De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 17 november 2025. Op deze zitting verschenen:

- [verzoeker] ,

- [naam 1] en [naam 2] , schuldhulpverleners van de gemeente Den Haag,

- [naam 3] , beschermingsbewindvoerder.

Verweersters zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3. Standpunten van partijen

[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet aanvaarden. Hij spant zich maximaal in en heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Hij kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. Ook in het geval de WSNP van toepassing is zal geen uitkering mogelijk zijn. De meerderheid van de schuldeisers is wel akkoord met het voorstel.

COEO heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.

Haaglandia heeft schriftelijk verweer gevoerd. Zij stemt samengevat niet met de aangeboden schuldregeling in omdat [verzoeker] de woning die hij van Haaglandia huurde niet heeft opgeleverd in de staat waarin deze woning zich bevond bij aanvang van de huurovereenkomst. Daardoor is schade geleden. Gelet op de aard en omvang van deze schade is het saneringsvoorstel niet toereikend.

4. De beoordeling van de verzoeken

De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.

Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord

Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie

De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.

De rechtbank moet een belangenafweging maken

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.

De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker] zelf, van de weigerende schuldeisers en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.

[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan

Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. Het voorstel dat [verzoeker]

aan zijn schuldeisers heeft gedaan is gebaseerd op de PW-uitkering die hij ontvangt. Er is geen sprake van afloscapaciteit. [verzoeker] is door de gemeente Den Haag vrijgesteld van zijn sollicitatieplicht. [verzoeker] is circa 11 jaar verslaafd geweest aan alcohol en cannabis, maar is inmiddels abstinent. Er is sprake van ernstige psychische problematiek waarvoor [verzoeker] onder behandeling is. Uit het overgelegde medisch rapport van 1 april 2025 van Calder Werkt, de overgelegde medische documentatie van 28 maart 2025 van Brijder en de bevindingen op zitting volgt dat [verzoeker] thans niet over benutbare arbeidsmogelijkheden beschikt. De rechtbank stelt gelet hierop vast dat [verzoeker] niet binnen afzienbare termijn in staat is te gaan werken. [verzoeker]

heeft sinds 12 juni 2024 beschermingsbewind. De (financiële) situatie is stabiel.

Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers

De meerderheid van de schuldeisers, die samen 78,24% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van verweersters.

Gelet op de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] is ook in de WSNP geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten, terwijl toepassing van de WSNP wel tot hoge kosten zou leiden.

Andere argumenten van Haaglandia

Haaglandia heeft (voorts) aangevoerd dat [verzoeker] de woning niet naar behoren heeft achtergelaten. Gelet op de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken is het de rechtbank aannemelijk geworden dat [verzoeker] gelet op zijn psychische problematiek destijds niet in staat was de woning netjes achter te laten. Die problematiek is inmiddels onder controle. De weigering van Haaglandia om met het aanbod akkoord te gaan is daarom naar het oordeel van de rechtbank onredelijk.

Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde

Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- beveelt verweersters in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;

- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.

Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 november 2025.

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Mundt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?