RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56443
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),
en
(gemachtigde: mr. K. Bruin).
Procesverloop
Bij besluit van 18 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2003 en de Tanzaniaanse nationaliteit te hebben.
2. Eiser wijst op het rapport van het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling van 18 november 2025. Hij meent dat dit gehoor niet adequaat is afgenomen. Hij heeft tijdens het gehoor verklaard dat hij geen medewerking wil verlenen aan een terugkeer naar Tanzania omdat hij dan in de gevangenis terechtkomt. De verbalisant had op dat moment moeten doorvragen. Zijn gemachtigde heeft dit wel gedaan, aan hem heeft eiser aangegeven dat hij zich kritisch opstelt ten opzichte van het huidige regime in Tanzania en dat hij daarom een politiek gevangene zal zijn bij terugkeer. Eiser stelt dan ook dat hij in verkapte bewoordingen heeft aangegeven tijdens het gehoor dat hij gevaar loopt in zijn land van herkomst. Dit had moeten worden opgevat als een verzoek om internationale bescherming, wat maakt dat de maatregel van bewaring gebaseerd had moeten worden op artikel 59b van de Vw. De huidige maatregel berust daarmee op onjuiste grondslag en dient te worden opgeheven.
3. De rechtbank is van oordeel dat het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Met eiser zijn de voorgaande asielprocedures besproken. Ook is aan hem gevraagd waarom hij niet uit Nederland is vertrokken en wat hij ervan vindt dat hij geen asielvergunning heeft gekregen. Daarbij heeft hij alle gelegenheid gehad om naar voren te brengen wat hij wilde. Ter zitting is aan eiser gevraagd waarom hij niet wil terugkeren naar Tanzania. Hij heeft daarop geantwoord dat hij problemen zal ondervinden wegens zijn homoseksuele geaardheid. Hij zal daar niet worden geaccepteerd, ook omdat de president aldaar moslim is. De rechtbank overweegt dat dit asielmotief is beoordeeld tijdens de procedure van zijn opvolgende asielaanvraag van 21 november 2023. Bij besluit van 10 oktober 2025 is deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit besluit staat inmiddels in rechte vast. De rechtbank is verder met verweerder van oordeel dat uit de bewoordingen van eiser tijdens het gehoor niet valt af te leiden dat eiser wederom een asielwens heeft geuit. De maatregel van bewaring is dan ook op goede gronden gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.
4. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 2 december 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.