ECLI:NL:RBDHA:2025:22762

ECLI:NL:RBDHA:2025:22762, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, NL25.29044

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer NL25.29044
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

beroep, asiel, Burundi, bescherming autoriteiten, belangen van het kind, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres

mede namens haar minderjarige (pleeg)kind [naam2] ,

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.29044

geboren op [geboortedatum] ,

geboren op [geboortedatum2] ,

beiden van [nationaliteit] nationaliteit

V-nummers: [nummer1] en 2923432676,

(gemachtigde: mr. E. Ebes),

en

(gemachtigde: mr. J.P.M. Wuite).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 4 november 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 4 juni 2025 afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 5 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar pleegdochter, hun gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat eiseres en haar echtgenoot in 2013 een ongeluk hebben gehad en dat haar echtgenoot daarbij is komen te overlijden. Eiseres heeft vervolgens een schadevergoeding gevorderd van de tegenpartij, een kolonel. De kolonel heeft eiseres aangegeven dat als zij de schadevergoeding zou ontvangen, zij hiervan niet zou kunnen genieten. Eiseres heeft vervolgens een schadevergoeding ontvangen. Eiseres denkt dat zij nadien twee keer bedreigd is door mensen die connecties hebben met de kolonel. Bij terugkeer vreest zij vermoord te worden door de kolonel.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en afkomst;

2. Het incident met de kolonel.

De minister acht beide asielmotieven geloofwaardig, maar de door eiseres gestelde vrees om bij terugkeer te worden vermoord door de kolonel, acht de minister niet aannemelijk. Ook zijn de verklaringen van eiseres met betrekking tot het incident met de kolonel onvoldoende zwaarwegend, omdat zij bescherming kan inroepen van de Burundese autoriteiten. Daarnaast kan zij zich zonder problemen elders in Burundi vestigen. Het enkele feit dat eiseres uit Burundi komt, maakt niet dat zij moet worden aangemerkt als vluchteling dan wel dat zij bij terugkeer het risico loopt op ernstige schade.

Heeft de minister de gestelde vrees bij terugkeer ten onrechte niet aannemelijk geacht?

5. Eiseres voert aan dat de minister de woorden van de kolonel “als de rechter aan haar een schadevergoeding zou toekennen zij er nooit van zal kunnen genieten” ten onrechte niet als een doodsbedreiging ziet. Verder stelt eiseres dat zij de daaropvolgende inval in haar woning in redelijkheid in verband heeft kunnen brengen met de uitspraak van de kolonel. De minister neemt dit causale verband ten onrechte niet aan. Eiseres stelt verder dat het feit dat zij een schadevergoeding heeft ontvangen niet gelijk staat aan het bieden van bescherming. In een goed functionerend rechtssysteem zou de kolonel worden vervolgd en veroordeeld voor doodslag. Op zitting heeft eiseres tevens aangevoerd dat de bescherming die is geboden slechts tijdelijk van aard is geweest.

De rechtbank is van oordeel dat de minister de vrees bij terugkeer niet aannemelijk heeft kunnen achten. Eiseres heeft verklaard dat de kolonel heeft gezegd dat als zij schadevergoeding zou ontvangen zij daar niet van zou kunnen genieten. Eiseres heeft echter ook verklaard dat de kolonel haar nooit direct met de dood heeft bedreigd. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat deze uiting weliswaar bedreigend kan worden ervaren, maar dat hieruit niet volgt dat eiseres direct met de dood is bedreigd. Daarnaast heeft eiseres verklaard dat de kolonel haar, naast deze uiting, nooit zelf heeft benaderd. De minister heeft verder kunnen overwegen dat de betrokkenheid van de kolonel bij de incidenten bij de woning van eiseres in augustus en oktober 2021 op vermoedens is gebaseerd. Het causale verband heeft de minister niet hoeven aannemen, nu eiseres hierover enkel heeft verklaard dat zij vermoedt dat de kolonel hierachter zit. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres de bescherming van de autoriteiten in Burundi zou kunnen inroepen. Dat een schadevergoeding niet hetzelfde is als het bieden van bescherming leidt niet tot een ander oordeel. Eiseres heeft immers niet enkel schadevergoeding ontvangen, maar heeft eveneens verklaard dat zij bescherming heeft gehad. Dat de bescherming destijds enkel van korte duur is geweest, leidt evenmin tot een ander oordeel. Eiseres heeft immers verklaard dat zij de incidenten heeft gemeld bij de wijkchef. De wijkchef heeft de burgemeester geïnformeerd en er is een onderzoek gestart. Naar aanleiding hiervan is de woning van eiseres bewaakt en zijn de mensen niet meer teruggekomen. De minister heeft hieruit mogen afleiden dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen hulp kan inroepen van de autoriteiten.

Heeft de minister de belangen van [naam pleegkind] wel voldoende kenbaar meegewogen?

6. Eiseres stelt dat de belangen van [naam pleegkind] niet zijn meegewogen, terwijl het besluit om eiseres niet in het bezit te stellen van de gevraagde verblijfsvergunning van invloed is op het leven van [naam pleegkind] . [naam pleegkind] heeft een deel van haar vormende jaren in Nederland verbleven en zij dreigt alles wat zij in die periode heeft opgebouwd in Nederland te verliezen. Eiseres heeft in beroep een brief overgelegd van [naam pleegkind] waaruit volgt dat zij graag naar school gaat, zij een vriendin heeft in Nederland, zij van sport houdt en dat zij bang is om terug te keren naar Burundi.

De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat uit het dossier blijkt dat er contact is geweest tussen de minister en de gemachtigde van eiseres met de vraag of [naam pleegkind] zelfstandige asielmotieven had en of zij ook gehoord moest worden. Uit dat contact kwam naar voren dat [naam pleegkind] niet zelfstandig hoefde te worden gehoord. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres in haar gehoor niets naar voren heeft gebracht met betrekking tot de belangen van [naam pleegkind] . Ook in de zienswijze is in dit verband niets naar voren gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres dan ook geen concrete belangen naar voren gebracht waar de minister in het bestreden besluit op in had moeten gaan. Naar het oordeel van de rechtbank bestond er voor de minister ook geen aanleiding om ambtshalve aan artikel 8 van het EVRM te toetsen. Pas in beroep is er namens [naam pleegkind] op gewezen dat zij in haar vormende jaren in Nederland heeft gewoond, hier naar school is geweest, vrienden heeft gemaakt, dat zij graag sport en dat zij vreest dat zij dit alles verliest wanneer zij moet terugkeren. De rechtbank volgt de minister in het standpunt ter zitting dat de hiervoor genoemde omstandigheden te weinig zijn om een schending van artikel 8 van het EVRM aan te nemen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat zij en haar pleegdochter moeten terugkeren naar Burundi. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?