ECLI:NL:RBDHA:2025:22786

ECLI:NL:RBDHA:2025:22786, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, NL25.56917

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer NL25.56917
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 BWBR0011825

Samenvatting

Eerste beroep bewaring – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.56917

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. M.Z. Sayin),

en

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Procesverloop

Bij besluit van 19 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2001 en de Turkse nationaliteit te hebben.

Voortraject

2. Eiser wijst erop dat het dossier geen mutatierapport van de strafrechtelijke heenzending bevat. Het dossier is daarom niet compleet. Niet kan worden gecontroleerd of het vreemdelingrechtelijke traject direct is aangevangen na de beëindiging van het strafrechtelijke traject. Daardoor kan ook niet worden uitgesloten dat eiser enige tijd zonder rechtstitel van zijn vrijheid is ontnomen. Verder kan niet worden vastgesteld of eiser eerst had moeten worden staande gehouden volgens paragraaf A2/2.4 van de Vc. Dit vormt een gebrek in het voortraject.

3. Van belang is dat uit het dossier blijkt wanneer de ophouding is begonnen. Uit het proces-verbaal van ophouding en onderzoek van 19 november 2025 blijkt dat eiser om 11:35 uur is overgenomen en opgehouden, aansluitend op strafrechtelijke heenzending op last van de Hulpofficier van justitie. Hij bevond zich op dat moment al op een plaats bestemd voor verhoor, wat maakt dat de ophouding om 11:35 uur is aangevangen. De rechtbank gaat ervan uit dat het strafrechtelijk traject op dat moment is geëindigd en het vreemdelingrechtelijk traject is aangevangen. Daarom is niet gebleken dat eiser enig moment zonder rechtstitel zijn vrijheid is benomen.

Maatregel van bewaring

4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Verweerder heeft als zware gronden vermeld dat eiser:

- 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan; - 3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken; - 3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

en als lichte gronden vermeld dat eiser:

- 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden; - 4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

5. Eiser betwist de zware gronden 3a en 3b. Ook de lichte gronden worden in beroep betwist. Wat betreft de zware grond 3a stelt eiser dat hij met een geldig Turks paspoort, waarin een geldig Pools Schengenvisum is geplaatst, Nederland is binnengekomen. Hij heeft daartoe een kopie van dat paspoort en het visum overgelegd. De zware grond 3b kan volgens eiser niet bijdragen aan de conclusie dat hij zich onttrekt aan het toezicht. Hij heeft nooit eerder een meldplicht opgelegd gekregen. Hij werkt in Nederland en heeft zijn verblijfsprocedures afgewacht. Hij dacht dat dit de normale gang van zaken was. Eiser meent dat verweerder niet voldoende feitelijk heeft gemotiveerd dat hij zich daadwerkelijk enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken. De enkele stelling dat eiser heeft verklaard zich niet gemeld te hebben bij de autoriteiten, is daartoe onvoldoende.

6. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat verweerder bij de zware gronden 3b en 3c kan volstaan met een toelichting dat deze gronden zich feitelijk voordoen. Verweerder heeft in het bestreden besluit gemotiveerd dat en waarom deze zware gronden zich feitelijk voordoen. De door eiser niet betwiste zware grond 3c is feitelijk juist. Eiser heeft op 16 april 2024 een terugkeerbesluit ontvangen. Hij heeft geen gevolg gegeven aan deze vertrekplicht. Eiser heeft nog diverse reguliere aanvragen gedaan. Ten aanzien van de laatste aanvraag is eisers bezwaar tegen de afwijzing op 19 september 2025 ongegrond verklaard. Omdat eiser zijn illegale verblijf in Nederland naderhand niet meer heeft gemeld, heeft hij zich onttrokken aan het toezicht. De zware grond 3b is daarmee ook feitelijk juist. Deze zware gronden zijn voldoende om de maatregel van bewaring te dragen. De ter zitting besproken vraag of het overgelegde visum een Schengenvisum of enkel een visum voor verblijf in Polen betreft, laat de rechtbank daarom in het midden. Dit kan immers niet leiden tot de conclusie dat de bewaring onrechtmatig is.

Lichter middel

7. Eiser stelt dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel. Tijdens het gehoor heeft hij uitgelegd dat hij op een zelfstandige wijze verblijfsrecht wilde verkrijgen. Dat is niet gelukt. Hij vreest bij terugkeer naar Turkije voor ernstige discriminatie en geweld, daarom heeft hij een asielaanvraag ingediend. Hij wil deze asielaanvraag in vrijheid afwachten.

8. Gelet op de gronden die aan de maatregel ten grondslag liggen, is een risico op onttrekking aan het toezicht gegeven. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend is toe te passen om dit risico te ondervangen. Wegens het onttrekkingsgevaar kan hij zijn asielaanvraag niet in vrijheid afwachten. Daartoe is ook van belang dat eiser zich meermaals niet heeft gehouden aan zijn vertrekplicht.

Ambtshalve toets

9. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 2 december 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.J. Schouw

Griffier

  • mr. J. de Winter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?