ECLI:NL:RBDHA:2025:22787

ECLI:NL:RBDHA:2025:22787, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, NL25.23775

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 02-12-2025
Zaaknummer NL25.23775
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Asiel. Jezidi uit Irak. Geen vluchtelingschap en geen reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 EVRM. Artikel 31, vijfde lid, van de Vw 2000.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.23775

van Iraakse nationaliteit,

V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. F.H. Gart),

en

(gemachtigde: mr. K. Jansen).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers asielaanvraag, als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 7 november 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 april 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is jezidi. Hij is geboren in de provincie Ninawa, Sinjar. Hier heeft hij tot 2014 gewoond. Hij is toen gevlucht naar Koerdistan. In 2019 of 2020 is eiser terug gegaan naar zijn geboortedorp. Eiser is om twee redenen vertrokken uit Irak. Ten eerste, omdat eiser als jezidi te maken kreeg met discriminatie. Zo werd eiser tweemaal een taxi uitgezet, omdat eiser de chauffeur vroeg of de radio met daarop de Koran zachter te zetten. Ook werd eiser na twee dagen ontslagen bij een restaurant, omdat gasten geen eten van eiser als jezidi wilden aannemen. De tweede reden voor vertrek was dat eiser te maken kreeg met bedreigingen. Eiser werkte in het transport van alcoholische dranken. Onbekende mannen hielden eiser aan en vertelden dat eiser gedood zou worden als hij niet zou stoppen met het vervoeren van alcohol. Toen de mannen eiser daarna nog een keer zagen, hebben ze eiser achtervolgd, tot eiser bij een controlepost aankwam. Toen eiser later hoorde dat iemand met hetzelfde beroep als eiser in Bagdad was vermoord door onbekende mannen, koos eiser ervoor om in september 2021 uit Irak te vertrekken.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:

1. de identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. de discriminatie, omdat eiser jezidi is;

3. de bedreigingen, omdat eiser alcoholische dranken heeft vervoerd.

De minister heeft het eerste asielmotief geloofwaardig gevonden. De geloofwaardigheid van de motieven 2 en 3 heeft de minister conform het IB 2022/102 in het midden gelaten.

De minister heeft zich in het voornemen, wat deel uitmaakt van het bestreden besluit, op het standpunt gesteld dat eiser geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Uit landeninformatie blijkt niet dat de situatie van jezidi’s in Irak nog altijd zo slecht is dat zij per definitie hebben te vrezen voor vluchtelingrechtelijke vervolging of een reëel risico lopen op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Er is dan ook geen specifiek beleid voor jezidi’s opgenomen in het landgebonden deel van de Vc 2000. Dat betekent dat eiser specifieke persoonlijke problemen of individuele kenmerken naar voren moet brengen, waaruit een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM valt af te leiden. Hierin is eiser volgens de minister niet geslaagd.

Zo heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de door eiser ondervonden discriminatie onvoldoende is om aan te nemen dat eiser gegronde vrees heeft voor vervolging. De minister merkt discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers aan als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Dit is in de situatie van eiser niet het geval. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij toegang had tot werk, onderwijs en medische zorg. Dat het moeilijker voor eiser was om werk te vinden, doet hieraan niet af. Eiser heeft immers verschillende beroepen uitgeoefend en uit niets blijkt dat het voor eiser onmogelijk

is om opnieuw werk te vinden. Dat eiser werd bedreigd door een gewapende groepering, omdat eiser alcoholische dranken vervoerde, is niet te herleiden tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag.

De minister heeft in het voornemen aangegeven dat eiser bij terugkeer naar Irak geen reëel risico loopt op ernstige schade. Daartoe overweegt de minister dat eiser is gestopt met het werk en daarna geen problemen meer heeft ondervonden, dat de stelling van eiser dat de groepering eiser zoekt is gebaseerd op vermoedens en dat de groepering de macht heeft om eiser op te sporen ook is gebaseerd op vermoedens.

In het bestreden besluit gaat de minister in op dat wat eiser in de zienswijze naar voren heeft gebracht.

Beoordeling door de rechtbank

Discriminatie

Wat vindt eiser?

5. Eiser voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de discriminatie onvoldoende zwaarwegend is. Eiser heeft verklaard dat zijn woning in 2014 is verwoest door IS. Daarnaast blijkt dat hij op het werk en in het maatschappelijk leven door andere burgers (niet-jezidi) zodanig onaangenaam, moeilijk en onveilig is behandeld, dat hij ernstig is belemmerd in zijn mogelijkheid om op een reële, volwaardige en veilige manier deel te nemen aan het maatschappelijke verkeer. Eiser is tweemaal 'om niks' uit een taxi is gezet en werd in het restaurant waar hij zeer kort werkzaam was als vies mens beschouwd werd. Op school kreeg eiser louter van jezidi-docenten les, omdat andere docenten weigerden jezidi’s les te geven. Eiser had minder makkelijk toegang tot de arbeidsmarkt, omdat moslims met voorkeur worden behandeld. Ook was het lastiger om toegang tot de woningmarkt te krijgen. Tot slot heeft eiser verklaard over de oproepen van een Koerdische geestelijke om jezidi's te doden. Eiser wijst ook op artikel 31, vijfde lid van de Vw en op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam van 16 april 2025.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

De rechtbank stelt vast dat eiser de beoordeling op grond van de pilot en het toetsingskader, zoals weergegeven onder 4.2., niet heeft bestreden. Dat betekent dat eiser niet bestrijdt dat de minister geen specifiek beleid voert voor jezidi’s en dat eiser specifieke persoonlijke problemen of individuele kenmerken naar voren moet brengen, waaruit een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM valt af te leiden. De vraag ligt voor of de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eiser hierin niet is geslaagd. Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Zij legt dat hierna uit.

De rechtbank is van oordeel, anders dan het geval is in de door eiser genoemde Rotterdamse zaak, dat eiser geen grote belemmeringen heeft ervaren zodanig dat hij ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden. Zo heeft de minister terecht gewezen op de verklaringen van eiser dat hij toegang had tot werk, onderwijs en medische zorg. Ook heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat het weliswaar moeilijk voor eiser was om werk te vinden, maar dat eiser wel verschillende beroepen heeft uitgeoefend en niet is gebleken dat het voor eiser onmogelijk is om opnieuw werk te vinden. In de verklaringen van eiser dat hij 'om niks' uit een taxi is gezet, dat hij als vies mens werd beschouwd heeft de minister op goede gronden onvoldoende aanleiding gezien om te concluderen dat eiser ernstig is belemmerd in zijn mogelijkheid om op een reële, volwaardige en veilige manier deel te nemen aan het maatschappelijke verkeer. Dat geldt ook voor de verklaringen van eiser dat hij alleen les kreeg van jezidi-docenten en dat het voor hem lastiger was om toegang tot de woningmarkt te krijgen. Omdat eiser werk, onderwijs en onderdak heeft gehad is geen sprake van een situatie waarin eiser ernstig werd of zal worden beperkt in zijn bestaansmogelijkheden. Het betoog van eiser treft daarom geen doel.

Eiser heeft in de gronden van beroep verwezen naar artikel 31, vijfde lid van de Vw. Uit artikel 31, vijfde lid, van de Vw volgt dat het feit dat een vreemdeling in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of ernstige schade of dat hij hiermee rechtstreeks is bedreigd, een duidelijke aanwijzing is dat de vrees van de vreemdeling voor die vervolging gegrond is en het risico op die ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of die ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen.

De rechtbank stelt vast dat de minister de problemen die eiser heeft ondervonden, niet heeft beoordeeld op geloofwaardigheid, maar deze punten wel heeft getoetst op basis van de pilot als geloofwaardig. Verder stelt de rechtbank vast dat de minister niet heeft bestreden dat eisers vlucht in 2014 valt onder de kwalificatie van artikel 31, vijfde lid van de Vw. De minister heeft zich evenwel voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat er redenen zijn om aan te nemen dat deze feiten zich niet opnieuw zullen voordoen. De minister heeft in het besluit overwogen dat uit landeninformatie niet blijkt dat de situatie van jezidi’s in Irak nog altijd zo slecht is dat zij per definitie hebben te vrezen voor vluchtelingrechtelijke vervolging of een reëel risico lopen op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM. Dit is door eiser niet betwist. De minister heeft op de zitting ook toegelicht dat dit ook blijkt uit het feit dat eiser sinds zijn terugkeer in 2019 of 2020 geen noemenswaardige problemen meer heeft ondervonden. De rechtbank is van oordeel dat de minister op goede gronden heeft gesteld dat artikel 31, vijfde lid van de Vw geen ander licht op de zaak werpt.

Het betoog van eiser over de oproepen van een Koerdische geestelijke om jezidi's te doden, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege die oproepen persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging dan wel dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade.

De bedreigingen omdat eiser alcoholische dranken heeft vervoerd

Wat voert eiser aan?

6. Op de zitting heeft eiser zijn beroepsgrond nader toegelicht en betoogd dat de minister in het bestreden besluit ten onrechte niet is ingegaan op de verklaringen van eiser over het vervoeren van alcoholische dranken. Volgens eiser heeft de minister daarom onvoldoende gemotiveerd dat eiser om die reden geen vrees heeft voor vervolging dan wel dat eiser bij terugkeer naar Irak geen reëel risico loopt op ernstige schade.

Deze beroepsgrond van eiser slaagt niet. Daartoe overweegt de rechtbank dat eiser het standpunt van de minister in het voornemen dat de bedreigingen door een gewapende groepering niet te herleiden zijn tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag in de zienswijze niet heeft bestreden. Verder overweegt de rechtbank dat eiser het standpunt van de minister zoals weergegeven onder 4.4. evenmin in de zienswijze heeft bestreden. Dat betekent dat er voor de minister geen aanleiding bestond om in het bestreden besluit hier op in te gaan. Voor het oordeel dat de minister in het bestreden besluit ten onrechte niet is ingegaan op de verklaringen van eiser over het vervoeren van alcoholische dranken bestaat dan ook geen aanleiding. Omdat eiser verder niet heeft aangegeven waarom de minister zich ten onrechte op voornoemde standpunten heeft gesteld, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank ook geen aanleiding om te concluderen dat de minister zich ten onrechte op die standpunten heeft gesteld. Van een motiveringsgebrek is geen sprake.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Hanssen - Telman

Griffier

  • mr. M.A. Buikema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?