[naam] Hareth, eiseres,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 3 februari 2024.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?
2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken.Eiseres heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan en eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld.
3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.
4. De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’.
5. De rechtbank oordeelt dat in de gevallen zoals deze, waarin de bovengrens van 21 maanden is overschreden een kortere beslistermijn passend is. In dit geval heeft op 20 juni 2025 een nader gehoor plaatsgevonden. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van vier weken een besluit moet nemen. De rechtbank overweegt dat de minister binnen deze termijn op zorgvuldig wijze een besluit kan nemen.
Legt de rechtbank de minister een dwangsom op?
6. De rechtbank legt alleen een rechterlijk dwangsom op.
7. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-, als de minister niet binnen de door de rechtbank opgelegde termijn een besluit op de aanvraag neemt.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en de minister binnen vier weken alsnog een besluit moet nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiseres een dwangsom verschuldigd.
9. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.