ECLI:NL:RBDHA:2025:22801

ECLI:NL:RBDHA:2025:22801, Rechtbank Den Haag, 13-11-2025, C/09/694070 / FA RK 25-8310

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer C/09/694070 / FA RK 25-8310
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0040635

Samenvatting

Artikel 6:4 Wvggz, afwijzing zorgmachtiging, onvoldoende onderbouwing ernstig nadeel, niet voldaan aan criteria

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

[betrokkene] ,

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/694070 / FA RK 25-8310

Datum beschikking: 13 november 2025

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. G.E.M. Later te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 30 oktober 2025 ondertekende medische verklaring van T.P.P. Setteur, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een blanco zorgkaart;

- een zorgplan van 30 september 2025;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 3 november 2025;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een brief van de officier van justitie van 29 september 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 november 2025. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de verpleegkundig specialist, mevrouw [naam] .

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door betrokkene is ter zitting verklaard dat hij veel heeft meegemaakt de afgelopen periode. Zo is zijn moeder overleden, heeft hij een depressie gehad en is hij gescheiden na een huwelijk van 28 jaar. Hij is momenteel weer gelukkig. Hij staat samen met zijn ex-vrouw en dochter niet achter de aanvraag van de zorgmachtiging.

De advocaat heeft ter zitting dringend verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat het verzoek volgens haar nergens op slaat. Betrokkene heeft een moeilijke tijd gehad en heeft toen medicatie gekregen, die inmiddels is afgebouwd. Het is niet juist dat betrokkene de medicatie bestelde op het internet. Er is in de medische verklaring beschreven dat zijn zelfvertrouwen is toegenomen, hetgeen de advocaat bevestigt. Zijn depressie is echter voorbij en hij heeft een nieuwe vriendin, dus het is niet vreemd dat zijn zelfvertrouwen is toegenomen. Er wordt in de medische verklaring gesteld dat betrokkene veel geld uitgeeft aan kleding en hotels en dat hij zijn hielspoor niet laat behandelen, maar dit is onjuist volgens de advocaat. Ook is hij zijn werk niet verloren en heeft hij geen problemen. Iedereen heeft wel eens een periode van minder goed in zijn of haar vel zitten, aldus de advocaat. Hij heeft twee keer achter elkaar een bekeuring gekregen, maar ook dat is niet opmerkelijk. Ook is er in de medische verklaring beschreven dat zijn ex-vrouw zegt hem niet te herkennen en dat zijn dochter niet kan werken wegens de zorgen om haar vader, maar dit is onjuist. Mocht het verzoek niet worden afgewezen, dan dient volgens de advocaat de zaak aan te worden gehouden teneinde een deskundige te benoemen en de ex-vrouw en dochter van betrokkene te horen.

De verpleegkundig specialist heeft ter zitting verklaard dat de voorgeschreven medicatie van betrokkene is afgebouwd, waarna hij in zijn eigen circuit medicatie kocht. Daarnaast is betrokkene bijna zijn baan verloren, maar kon dit voorkomen worden doordat de verpleegkundig specialist en zijn ex-vrouw een brief hebben geschreven aan de bedrijfsarts. Ook heeft hij meerdere bekeuringen gehad. De verpleegkundig specialist herkent niet dat de familie van betrokkene niet achter de aanvraag van de zorgmachtiging zou staan. Er is weinig ziektebesef en -inzicht aanwezig. Betrokkene is telefonisch bereikbaar, maar er komt daarna geen behandeling van de grond. Betrokkene heeft meerdere depressieve episodes doorgemaakt en heeft impulsieve keuzes gemaakt, die hebben geleid tot gevaarlijk gedrag met als overwegend doel om schade toe te brengen. Ook is hij abrupt gescheiden en ziet het gezin gedragsveranderingen bij betrokkene. Op het moment dat de zorgmachtiging wordt toegewezen is het de wens om betrokkene klinisch in te stellen op een stemmingsstabilisator. Ook is het de bedoeling dat betrokkene dan een behandeling volgt en de voorgeschreven medicatie blijft innemen, ondanks dat hij deze momenteel weigert. De onderzoeksvormen zijn verzocht, zodat betrokkene geen middelen of alcohol kan bemachtigen. Ook worden de verplichte vormen van zorg insluiten en het uitoefenen van toezicht nodig geacht omdat betrokkene dreigend kan zijn.

Beoordeling

Op grond van artikel 3:3 Wvggz kan, indien het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, als uiterste middel verplichte zorg worden verleend. Bij de beoordeling van het gestelde ernstig nadeel speelt risico-taxatie een centrale rol, waarbij de inbreng van deskundige psychiatrische zijde onontbeerlijk is. Naar het oordeel van de rechtbank is het gestelde ernstig nadeel onvoldoende geconcretiseerd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

In de medische verklaring wordt gesteld dat de psychiatrische stoornis van betrokkene ernstig nadeel veroorzaakt in de vorm van ernstige psychische schade voor zichzelf en/of anderen.

Ter onderbouwing van dit ernstig nadeel is naar voren gebracht dat betrokkene hulp afwijst, dat er sprake is van een toename van zelfvertrouwen (waardoor nieuwe contacten misbruik van zijn situatie kunnen maken), dat hij een collega heeft bedreigd (waardoor hij ontslagen zou zijn), dat hij auto’s sloopt, dat hij meerdere seksuele contacten heeft en onbekende mensen meeneemt naar het huis van zijn schoonouders, dat hij veel geld uitgeeft aan kleding en hotels en meerdere bekeuringen heeft ontvangen.

Deze omstandigheden worden door betrokkene betwist en zijn vervolgens door de zorgaanbieder op geen enkele wijze met stukken onderbouwd. Ter zitting is gebleken dat betrokkene niet ontslagen is en hij auto’s sloopt omdat hij als autosloper werkzaam is. Wanneer dergelijke omstandigheden worden aangevoerd om verplichte zorg te rechtvaardigen, is belangrijk dat die omstandigheden met stukken worden onderbouwd teneinde het mogelijk ernstig nadeel te kunnen beoordelen. De onderbouwing in het verzoek berust echter op aannames die de rechtbank niet kan toetsen aan de hand van stukken. Ter zitting is onvoldoende opheldering gekomen dat dit ernstig nadeel zich zou hebben geëffectueerd.

De rechtbank is op basis van de stukken en de mondelinge behandeling dan ook niet overtuigd geraakt van de daadwerkelijke aanwezigheid van de gestelde omstandigheden, waardoor zij niet kan vaststellen of deze omstandigheden kunnen leiden tot ernstig nadeel in de vorm van psychische schade voor betrokken zelf en/of voor anderen, zoals gesteld door de zorgaanbieder.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de zorgaanbieder, in het licht van de betwisting door betrokkene, onvoldoende onderbouwd heeft dat er momenteel sprake is van ernstig nadeel dat verplichte zorg rechtvaardigt. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de verpleegkundig specialist ter zitting heeft aangegeven dat het doel van de zorgmachtiging een klinische opname van betrokkene zou zijn. Met het oog op het karakter van de Wvggz is verplichte zorg een ultimum remedium. Het inzetten van verplichte zorg vormt een grote inbreuk op de autonomie en op de lichamelijke integriteit van een individu.

Het vorenstaande brengt mee dat niet is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

De rechtbank wil betrokkene wel meegeven dat het belangrijk is om open te blijven staan voor eventuele vrijwillige behandeling en begeleiding en niet alleen telefonisch bereikbaar is, maar ook overgaat tot het maken van afspraken met de behandelaren.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door M. Gosses als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.J.M. Bellekom

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?