ECLI:NL:RBDHA:2025:22816

ECLI:NL:RBDHA:2025:22816, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, NL25.47477

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer NL25.47477
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

asiel, Pakistan, geloofwaardigheid asielmotief, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer 1], eiseres

de minister van Asiel en Migratie

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.47477

mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam kind 1] , v-nummer: [nummer 2],

[naam kind 2] , v-nummer: [nummer 3],

(gemachtigde: mr. T. Thissen),

en

(gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft namelijk niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat eiseres bedreigd werd door haar ex-echtgenoot. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 11 januari 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 26 september 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres wordt onterecht door haar ex-echtgenoot beschuldigd dat zij en haar kinderen zich hebben bekeerd naar het Ahmadi geloof. Eiseres is daarnaast mishandeld door haar ex-echtgenoot, omdat zij met Ahmadi’s omging. Ahmadi’s zijn volgens haar ex-echtgenoot ongelovigen. Nadat eiseres gescheiden is van haar ex-echtgenoot, bedreigde hij haar dat hij haar en de kinderen zou laten vermoorden. Bij terugkeer naar Pakistan vreest eiseres dus dat haar ex-echtgenoot haar en de kinderen gaat laten vermoorden.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. bedreigingen en beschuldiging blasfemie van ex-man.

De minister acht het eerste asielmotief geloofwaardig, maar het tweede asielmotief is volgens de minister niet geloofwaardig. Dat eiseres uit Pakistan komt, is onvoldoende om haar aan te merken als vluchteling en/of om aan te nemen dat zij een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister heeft daarom de asielaanvraag van eiseres afgewezen.

Mocht de minister de bedreigingen en beschuldigingen van de ex-echtgenoot van eiseres ongeloofwaardig achten?

5. Eiseres betoogt dat de bedreigingen en beschuldigingen van haar ex-echtgenoot wel geloofwaardig zijn. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres onvoldoende en ongerijmd zijn.

De minister stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, waarmee niet voldaan is aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid en onder c, van de Vw 2000. Daarbij wijst de minister op een drietal ongerijmdheden.

Heeft de minister de verklaringen van eiseres over de bedreigingen door haar ex-echtgenoot niet ten onrechte ongerijmd geacht met het verkrijgen van paspoorten voor haar kinderen?

De minister heeft volgens eiseres onjuiste landeninformatie betrokken. De minister stelt zich namelijk op het standpunt dat het relaas van eiseres ongeloofwaardig is omdat, volgens de paspoortregels uit 2021, de ex-echtgenoot toestemming had moeten verlenen voor de paspoortaanvragen van de kinderen van eiseres. De landeninformatie waarnaar de minister verwijst, is echter van ná de paspoortaanvragen. Dat eiseres zou moeten bewijzen dat de regels eerder anders waren, klopt volgens haar niet. De minister wijst immers op deze openbare bronnen. Daarnaast heeft eiseres met het Algemeen Ambtsbericht Pakistan van september 2022 (ambtsbericht van 2022) aangetoond dat voor het indienen van een paspoortaanvraag slechts één ouder aanwezig hoeft te zijn. Naast de onjuiste landeninformatie, is de minister er ook ten onrechte van uitgegaan dat het huwelijk tussen eiseres en haar ex-echtgenoot op het moment van de paspoortaanvragen al verbroken was. Op dat moment was de echtscheiding namelijk nog niet aangevraagd en de autoriteiten wisten dus niet van de feitelijke verbreking. Eiseres heeft bij de aanvraag een kopie van de identiteitskaart van haar echtgenoot overgelegd, waarmee toestemming is geïmpliceerd. Daarbij komt dat uit het ambtsbericht 2022 blijkt dat de Pakistaanse autoriteiten zich niet altijd aan alle regels houden bij de afgifte van documenten.

De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over de bedreiging van haar ex-echtgenoot niet te rijmen zijn met het verkrijgen van paspoorten voor de kinderen. Uit de paspoortregels uit 2021 en het ambtsbericht van 2022 blijkt namelijk dat voor het aanvragen van paspoorten voor kinderen beide ouders toestemming moeten verlenen. De paspoorten van de kinderen zijn in 2020 aangevraagd en op dat moment had eiseres niet alleen het gezag, waardoor de minister terecht concludeert dat de ex-echtgenoot daarvoor toestemming had moeten geven. Daarbij heeft de gemachtigde van de minister op de zitting toegelicht dat de paspoortregels in 2020 hetzelfde waren als in 2021. Hoewel uit het ambtsbericht van 2022 opgemaakt kan worden dat de Pakistaanse autoriteiten zich niet altijd strikt aan de regels met betrekking tot documenten houden, mocht de minister naar het oordeel van de rechtbank ervan uitgaan dat de autoriteiten zich in het kader van de afgifte van paspoorten aan minderjarigen wel aan de regels houden. In het ambtsbericht 2022 staat namelijk niet dat de autoriteiten in zulke gevallen zich niet aan de regels zouden houden. Het betoog van eiseres dat de autoriteiten (nog) niet op de hoogte waren van de echtscheidingsprocedure, doet niet aan voorgaande af. Ook als eiseres en haar ex-echtgenoot voor de autoriteiten nog als partners werden gezien, blijkt uit de paspoortregels dat in zo’n geval in ieder geval een origineel identiteitsdocument moet worden overgelegd als slechts één ouder een paspoort voor een minderjarig kind aanvraagt. Eiseres heeft echter verklaard dat zij een kopie van de identiteitskaart van haar ex-echtgenoot heeft overgelegd bij de paspoortaanvragen. Gelet op het voorgaande heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat, om de paspoorten van de kinderen aan te vragen, een goede verstandhouding met de ex-echtgenoot van eiseres nodig was. Daardoor heeft de minister niet ten onrechte niet gevolgd dat de ex-echtgenoot eiseres en de kinderen bedreigde.

Mocht de minister het ongerijmd achten dat de ex-echtgenoot eiseres zou bedreigen en haar niet opzoekt bij haar zus, terwijl hij weet dat zij daar woont?

De minister werpt volgens eiseres ten onrechte aan haar tegen dat het vreemd is dat haar ex-echtgenoot haar niet opzocht bij haar zus en haar daar ook niet aanviel. Dat hij haar niet aanviel, is te verklaren omdat waar eiseres verbleef een appartementencomplex van ambtenaren in de regeringszone was. De stelling dat eiseres bescherming kreeg van de overheid kan niet worden gevolgd, omdat eiseres slechts profiteerde van de bescherming die aan het gebied of gebouw wordt gegeven. De autoriteiten ondernamen niets tegen de ex-echtgenoot van eiseres.

De minister acht niet ten onrechte ongerijmd dat eiseres enerzijds verklaart dat haar ex-echtgenoot haar bedreigde en wilde doden, maar anderzijds dat hij haar niet heeft opgezocht om eiseres en de kinderen iets aan te doen, terwijl hij wel wist waar zij verbleven. Hierbij wijst de minister terecht op de verklaring van eiseres dat haar ex-echtgenoot veel macht heeft. In het licht van die verklaring heeft de minister niet ten onrechte ongerijmd gevonden dat de ex-echtgenoot eiseres en de kinderen niet zou opzoeken. Daarbij komt dat eiseres heeft verklaard dat haar ex-echtgenoot politieke macht bezit en zich niet laat tegenhouden door de autoriteiten. Ook gelet daarop heeft de minister niet ten onrechte ongerijmd geacht dat de ex-echtgenoot van eiseres zich zou laten tegenhouden door het gebied waarin eiseres verblijft en de mogelijke veiligheidsdiensten die zich daar kunnen bevinden.

Mocht de minister de verklaring van eiseres over het onderzoek naar haar en haar kinderen door haar ex-echtgenoot na hun vertrek uit Pakistan ongerijmd vinden?

Eiseres betoogt ook dat de minister zich onterecht op het standpunt stelt dat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat haar ex-echtgenoot zeker zou weten dat zij en haar kinderen in Spanje verblijven. Eiseres verblijft namelijk in Nederland waardoor haar ex-echtgenoot niet ‘zeker’ kan weten dat zij in Spanje verblijft. Uit de verklaringen van eiseres blijkt dat haar ex-echtgenoot weet dat zij met behulp van een Spaans visum het land is uitgereisd en dus aannemelijk is dat zij naar Spanje is gegaan. Hij heeft dit echter nooit vastgesteld. Dat het ongeloofwaardig zou zijn dat haar ex-echtgenoot navraag zou doen bij de moskee, stelt de minister ook ten onrechte. Eiseres is namelijk niet in Pakistan waardoor haar ex-echtgenoot haar niet via haar identiteitskaart en/of paspoort kan traceren. Het ligt echter wel in de rede dat hij geïnteresseerd is in waar eiseres verblijft en daarom is het niet ongerijmd dat hij navraag naar haar doet.

De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over het onderzoek van haar ex-echtgenoot naar haar en haar kinderen ongerijmd zijn. Ook hierbij staat voorop dat eiseres heeft verklaard dat haar ex-echtgenoot erg machtig is. In dat licht heeft de minister de verklaringen van eiseres dat … ongerijmd mogen vinden. Eiseres heeft namelijk enerzijds verklaard dat haar ex-echtgenoot zeker zou weten dat zij in Spanje verblijven en dat hij door zijn machtige positie enkel zestien uur nodig had om erachter te komen dat het paspoort van eiseres was gescand. De minister acht dit niet ten onrechte opmerkelijk, omdat de ex-echtgenoot niet op de hoogte was van de vertrekplannen van eiseres. Zij heeft namelijk verklaard dat zij en de kinderen haar ex-echtgenoot op de dag van vertrek nog hebben gezien. Daarnaast heeft eiseres verklaard dat haar identiteitskaart overal getraceerd kan worden in Pakistan en dat haar ex-echtgenoot snel op de hoogte kan zijn van de reisbewegingen van eiseres naar en binnen Pakistan. De minister acht in het licht hiervan niet ten onrechte ongerijmd dat eiseres ook verklaart dat haar ex-echtgenoot navraag doet naar eiseres en de kinderen bij de moskee. Dit hoeft immers gelet op de eerdere verklaringen niet nodig te zijn, omdat hij genoeg andere middelen bezit om te achterhalen waar eiseres verblijft.

Conclusie en gevolgen

6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.M.M. Otten, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas

Griffier

  • mr. K.H.M.M. Otten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?