RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30546
(gemachtigde: mr. A.E.M. de Vries),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft op 9 juli 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 26 juni 2023.
Op 29 augustus 2025 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist. Verweerder heeft daarbij de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dat besluit heeft eiseres apart beroep ingesteld. Dat beroep is bij de rechtbank bekend onder zaaknummer NL25.42992.
De rechtbank doet op het beroep wegens het niet tijdig beslissen uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
Overwegingen
1. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling kan een belanghebbende bij de ter zake bevoegde rechter slechts opkomen tegen een besluit, indien hij bij het instellen van dat rechtsmiddel belang heeft, in die zin dat hij daardoor in een materieel gunstiger positie kan geraken. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiseres procesbelang heeft en dient het beroep niet-ontvankelijk te verklaren wanneer daarvan geen sprake is, in welk geval echter wel een proceskostenveroordeling kan worden uitgesproken.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder met het besluit van 29 augustus 2025 alsnog een besluit heeft genomen op de asielaanvraag van eiseres. In zoverre is aan het beroep wegens het niet tijdig beslissen tegemoetgekomen, zodat eiseres gelet op het bepaalde in artikel 6:20, derde lid, van de Awb geen procesbelang meer heeft.
3. Eiseres heeft vanwege het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag beroep kunnen instellen bij de rechtbank. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de door haar gemaakte proceskosten. De proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 1 december 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.