ECLI:NL:RBDHA:2025:22894

ECLI:NL:RBDHA:2025:22894, Rechtbank Den Haag, 10-11-2025, C/09/687511 / JE RK 25-1140

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-11-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer C/09/687511 / JE RK 25-1140
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een afwijzing verlenging ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/687511 / JE RK 25-1140

Datum uitspraak: 10 november 2025

Beschikking van de kinderrechter

Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] .

De kinderrechter merkt als informant aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 14 november 2025 verlengd en het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van 15 juli 2025 en de daarin genoemde stukken;

de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 16 oktober 2025.

Op 10 november 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

[naam] , namens de gecertificeerde instelling;

de moeder;

de vader.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter kort samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Voor een overzicht van de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 15 juli 2025.

3. Het verzoek

Het aangehouden deel van het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de nog resterende duur van zes maanden. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft op de zitting aangegeven dat er na de zitting van 15 juli 2025 geen omgangsmomenten meer tussen de vader en de kinderen hebben plaatsgevonden. De vader heeft aangegeven dat hij nergens meer aan gaat meewerken. Hoewel in het belang van de kinderen de omgangsmomenten tussen de vader en de kinderen voortgezet zouden moeten worden, nu de kinderen zelf aangeven hun vader niet te willen missen, lukt het zonder de medewerking van de vader niet om aan dit doel te werken. Voor passende hulpverlening voor de kinderen is geen dwangkader nodig, omdat de gecertificeerde instelling erop vertrouwt dat moeder ook in het vrijwillig kader passende hulpverlening voor de kinderen zal inschakelen.

4. De standpunten

De moeder is het eens met het verzochte. De moeder geeft aan dat zij moeite heeft om emotionele toestemming te geven voor de omgang tussen de vader en de kinderen. De moeder ervaart dat zij zelf het overzicht moet bewaren, omdat de begeleiding van Sensazorg de gemaakte afspraken niet nakomt. Sensazorg zorgt niet voor (deugdelijke) verslaglegging en de begeleide bezoekmomenten worden onvoldoende begeleid, waardoor de moeder zorgen heeft dat er door de vader tegen de kinderen slecht over haar wordt gepraat. De moeder vindt het belangrijk dat een andere organisatie de omgangsmomenten gaat begeleiden, dat Parallel Solo Ouderschap wordt ingezet en dat de vader opvoedondersteuning krijgt om beter aan te sluiten bij de kinderen

De vader heeft het volgende naar voren gebracht. De vader geeft aan dat hij al zes jaar vecht om zijn kinderen op een normale manier te kunnen zien, maar dat dit door de moeder wordt tegengehouden. De vader is het beu dat hij zichzelf continue moet verdedigen. De vader voelt veel pijn en is kapot, maar blijft erbij de omgang met de kinderen te stoppen om rust te creƫren. De vader zou de kinderen kunnen zien bij de opa en oma vaderzijde, maar ook dit contact wordt niet wordt ondersteund door de moeder. De vader vindt het belangrijk dat er diagnostiek voor de kinderen komt en maakt zich zorgen over het gewicht van [minderjarige 2] . De vader geeft aan dat hij altijd een goede vader is geweest, en hoopt dat de kinderen in de toekomst zelf naar hem toe zullen komen.

5. De beoordeling

Op grond van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de gronden voor een ondertoezichtstelling, genoemd in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW), niet meer, althans onvoldoende, aanwezig zijn. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.

Er is nog steeds sprake van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit komt onder meer door de gespannen verhouding tussen de vader en de moeder, het uitblijven van de omgang tussen de vader en de kinderen en de traumatische gebeurtenissen die de kinderen hebben meegemaakt. In het belang van de kinderen is het wenselijk dat de omgang met de vader wordt voortgezet, maar voor een doelmatige uitvoering van de ondertoezichtstelling is hiervoor medewerking van de vader noodzakelijk. De vader heeft echter herhaaldelijk aangegeven, zowel bij de gecertificeerde instelling als tijdens de zitting, dat hij niet zal meewerken met de begeleide omgangsmomenten, geen hulpverlening meer zal accepteren en vooral behoefte heeft aan rust. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de ondertoezichtstelling niet langer uitvoerbaar is. Het gedwongen kader heeft in de afgelopen periode niet kunnen bijdragen aan het tot stand brengen van de noodzakelijke omgang tussen de kinderen en de vader en het wegnemen van de gespannen verhouding tussen de vader en de moeder. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij de benodigde hulp (zoals traumatherapie) voor de kinderen in het vrijwillig kader kan en zal inschakelen. Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden afgewezen.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2025 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Plug als griffier, en op schrift gesteld op 18 november 2025.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.M. Plug als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?