ECLI:NL:RBDHA:2025:22930

ECLI:NL:RBDHA:2025:22930, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, AMS 24/751 en AMS 24/752

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer AMS 24/751 en AMS 24/752
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel 'arbeid als zelfstandige'. Volgens de minister heeft eiser niet aangetoond dat zijn werkzaamheden naar hun aard als zelfstandig arbeid kan worden aangemerkt. De tegenwerping in het bestreden besluit over het ondernemingsplan verdraagt zich niet met een eerdere uitspraak van deze rechtbank. Motiveringsgebrek. Zorgvuldigheidsbeginsel geschonden. Mede gelet op de toelichting die eiser op zitting heeft gegeven kan de rechtbank de minister niet volgen in het standpunt dat eiser niet aangemerkt kan worden als zelfstandige. Beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 24/751 en AMS 24/752

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2025 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[V-Nummer]

(gemachtigde: mr. J. van Koesveld),

en

(gemachtigde: mr. C.A. van Es).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank/ de voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de rechtbank uitspraak doet op het beroep, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Procesverloop

2. Eiser heeft de status van langdurig ingezetene in Italië. Vanaf 19 februari 2020 drijft hij de eenmanszaak ‘ [naam] ’, die zich volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) richt op schoonmaakwerkzaamheden, slopen in de bouw en werkzaamheden in horeca.

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 18 mei 2022 afgewezen. Met het besluit van 21 september 2022 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 14 maart 2023 heeft deze rechtbank het beroep gegrond verklaard en het besluit van 21 september 2022 vernietigd omdat -kort samengevat- het besluit onvoldoende gemotiveerd is, de minister te veel nadruk heeft gelegd op het ondernemingsplan en eiser gehoord had moeten worden in de bezwaarfase.

Op 17 oktober 2023 heeft eiser zijn bezwaren toegelicht tijdens een hoorzitting. Met het bestreden besluit van 20 december 2023 is de minister wederom bij de afwijzing van de aanvraag gebleven omdat eiser niet heeft aangetoond dat zijn werkzaamheden naar hun aard als zelfstandige arbeid kan worden aangemerkt.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt zijn uitzetting te verbieden totdat op het beroep is beslist.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 22 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Lazar als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Standpunten van partijen

3. Eiser voert aan dat hij wel werkzaamheden verricht die naar hun aard als zelfstandige arbeid kunnen worden aangemerkt. Eiser wordt door zijn opdrachtgevers ingehuurd en hij draagt wel degelijk ondernemersrisico. De minister miskent dat het niet uitzonderlijk is dat zelfstandig ondernemers hun werkzaamheden bij één opdrachtgever uitvoeren. Eiser geeft toe dat hij geen zorgvuldige boekhouder is, maar hij is wel een hardwerkende man. Zijn onderneming is levensvatbaar en eiser kan daarvan rondkomen. Het bedrijf bestaat inmiddels vijf jaar. Verder wijst eiser erop dat inmiddels de overeenkomst van opdracht met [bedrijf 1] op papier is gezet, maar dat dit slechts een bevestiging betreft van bestaande afspraken die mondeling zijn overeengekomen.

De minister stelt zich op het standpunt dat eiser niet heeft aangetoond dat hij als zelfstandige werkzaam is gelet op diverse indicaties. Ten eerste is eiser uitsluitend voor één opdrachtgever werkzaam en is er geen sprake van voorbelasting. Ook houdt eiser geen deugdelijke administratie bij. Verder merkt de minister op dat de [bedrijf 4] eiser als werknemer aanduidt en dat eiser hierover geen verklaring kan geven. Bovendien werkt eiser een vast aantal uren bij de [bedrijf 1] . Tot slot heeft eiser nagelaten alle stukken, waaronder de jaarrekeningen, die tijdens de hoorzitting waren opgevraagd, te overleggen.

Hoorzitting

4. Eiser heeft aangevoerd dat er tijdens de hoorzitting te veel nadruk op het ondernemingsplan is gelegd. Eiser heeft daar bezwaar tegen gemaakt tijdens de hoorzitting. Eiser voert aan dat in het bestreden besluit opnieuw te veel nadruk is gelegd op de inhoud van het ondernemingsplan. Er is volgens eiser onvoldoende objectieve aandacht besteed aan de kern van de beoordeling die de minister had behoren te maken: of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij over vaste, regelmatige en voldoende inkomsten uit zijn werkzaamheden beschikt.

De rechtbank overweegt dat de tegenwerping in het bestreden besluit dat eiser niet heeft voldaan aan het overleggen van een deugdelijk ondernemingsplan zich niet verdraagt met de uitspraak van deze rechtbank van 14 maart 2023. Weliswaar heeft de gemachtigde van de minister de overwegingen in het bestreden besluit over het ondernemingsplan ter zitting laten vallen, maar dat neemt niet weg dat aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek kleeft. De rechtbank is van oordeel dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat, zoals eiser heeft aangevoerd, veel aandacht is besteed aan het ondernemingsplan, terwijl de focus had moeten liggen op of eiser - als langdurig ingezetene - aannemelijk heeft gemaakt dat hij over vaste, regelmatige en voldoende inkomsten beschikt of zal beschikken waarmee hij in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien.

Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit komt in aanmerking om te worden vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Verricht eiser zelfstandige arbeid?

5. Uit het dossier volgt dat eiser in drie jaar tijd voor verschillende opdrachtgevers heeft gewerkt, namelijk [bedrijf 2] , [bedrijf 3] ., de [bedrijf 4] en de [bedrijf 1] . Ter onderbouwing hiervan heeft eiser diverse stukken overgelegd, waaronder een uittreksel uit de Kamer van Koophandel, verschillende facturen, afschriften van zijn zakelijke bankrekening, aangiften inkomstenbelasting en een verklaring van het administratiekantoor. Op zitting heeft eiser desgevraagd een toelichting gegeven over de aard van zijn werkzaamheden. De werkzaamheden voor [bedrijf 2] en [bedrijf 3] . betroffen schoonmaakwerkzaamheden, waarbij eiser in de periode bij [bedrijf 2] ook in de weekenden werkzaam was. Toen eiser bij de [bedrijf 4] ging werken hielp hij in de keuken en hield hij zich bezig met het verpakken van bestellingen. Bij de [bedrijf 1] begon eiser met het verpakken en stickeren van bestellingen voor Schiphol, waarna hij na enkele maanden de functie van chef bekleedde en leiding gaf aan vier medewerkers. Eiser heeft weliswaar bij één opdrachtgever tegelijk gewerkt, maar over de jaren heen ging het wel om verschillende bedrijven. Eiser is bij [bedrijf 2] en [bedrijf 3] . terechtgekomen via een kennis. Vervolgens ging eiser bij de [bedrijf 4] aan de slag gegaan omdat hij de Italiaanse taal spreekt. Zijn overstap naar de [bedrijf 1] was een gevolg van de fysieke nabijheid van dit bedrijf naast de [bedrijf 4] . De samenwerking met zowel de [bedrijf 4] als de [bedrijf 1] werd beëindigd omdat eiser de aangeboden arbeidsovereenkomst afwees en op zoek ging naar een nieuwe opdrachtgever. Eiser heeft tijdens de zitting benadrukt dat hij uitsluitend als zelfstandige wenst te werken, en dat hij geen toelichting heeft kunnen krijgen van de [bedrijf 4] waarom zij hem aanduiden als werknemer. Verder heeft eiser toegelicht dat hij – in tegenstelling tot wat in het verslag van de hoorzitting staat – zelf onderhandelde met zijn opdrachtgevers over het uurloon en het aantal uren dat hij werkt. Als eiser op vakantie wil dan deelt hij dit mee aan zijn opdrachtgever en gaan zij in overleg hierover. Na de vakantie kan eiser dan weer verschijnen bij zijn opdrachtgever. Wat betreft de financiële aspecten heeft eiser toegelicht dat er geen voorbelasting van toepassing is, aangezien hij geen investeringen heeft gedaan. Zijn administratieve taken, zoals de belastingaangiften en facturering, werden verzorgd door een administratiekantoor. Eiser ging in goed vertrouwen ervan uit dat alles correct werd afgehandeld, omdat de facturen werden betaald door eisers opdrachtgevers. Inmiddels heeft eiser een nieuw administratiekantoor en boekhouder aangesteld.

De rechtbank kan de minister niet volgen in het standpunt dat eiser niet aangemerkt kan worden als een zelfstandige, mede gelet op de toelichting die eiser op zitting heeft gegeven. De rechtbank merkt daarbij op dat de administratie van eisers bedrijf niet altijd op orde is geweest en dat sommige zaken onverklaarbaar blijven. Dit is eiser toe te rekenen, ondanks het feit dat hij zijn administratie had uitbesteed aan een administratiekantoor. De rechtbank kan echter het standpunt van eiser volgen dat hij ervan mocht uitgaan dat de administratie van zijn onderneming op orde was, omdat de facturen door verschillende opdrachtgevers werden voldaan. Uit de overgelegde bankafschriften blijkt dat de betalingen door de opdrachtgevers werden verricht en dat eiser hieruit inkomsten genereerde. Naar de buitenwereld toe gedraagt eiser zich ook als een ondernemer en wordt hij betaald voor de uren die hij daadwerkelijk werkt. Uit de facturen volgt immers dat eiser op uurbasis werd betaald. Voorts merkt de rechtbank op dat de minister navraag had kunnen doen bij de Belastingdienst. De minister heeft dit echter nagelaten.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken. In afwachting daarvan is er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen, omdat de rechtbank op het beroep van eiser heeft beslist.

Omdat het beroep gegrond is moet de minister het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.721,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend, een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank in zaak AMS 24/751:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

De voorzieningenrechter in zaak AMS 24/752:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

De rechtbank/ de voorzieningenrechter in beide zaken:

- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?