Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk, heffingsambtenaar.
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 25/2616
(gemachtigde: [naam]),
en
Procesverloop
Bij uitspraak van de heffingsambtenaar van 28 februari 2025 is het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak beroep ingesteld.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025.
Belanghebbende is ter zitting verschenen. Namens de heffingsambtenaar is met bericht niemand verschenen.
Overwegingen
1. Op 31 januari 2025 om 14:12 stond de auto van belanghebbende met kenteken [kenteken] stil aan de [adres] te Rijswijk (de locatie). De locatie is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk aangewezen als een plaats waar mag worden geparkeerd met een geldige parkeervergunning of tegen betaling van parkeerbelasting.
2. Tijdens een controle op voormeld tijdstip is geconstateerd dat voor de auto van belanghebbende geen parkeerbelasting was voldaan in de juiste parkeerzone en geen geldige parkeervergunning was aangemeld. Naar aanleiding daarvan is aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd van € 68,45, bestaande uit € 2,15 aan parkeerbelasting en € 66,30 aan kosten van de naheffingsaanslag.
Geschil
3. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende de auto heeft geparkeerd op de plek waar de auto door de scanauto is gescand.
4. Belanghebbende heeft verklaard dat hij minder dan een uur heeft geparkeerd en dat de parkeerapp van Easypark het eerste uur vrijstelt c.q. geen parkeerbelasting in rekening brengt.
5. De heffingsambtenaar heeft gesteld dat voor het eerste uur weliswaar een tarief van € 0,00 geldt voor het parkeren op de desbetreffende plek, maar dat de auto ten behoeve van het parkeren wel dient te worden aangemeld. Nu dit niet is gebeurd is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Beoordeling van het geschil
6. Vast staat dat de auto van belanghebbende ten tijde van de controle geparkeerd stond op een reguliere parkeerplaats waar een vergunning geldt onderscheidenlijk parkeerbelasting dient te worden voldaan en dat de verschuldigde parkeerbelasting niet is betaald.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar aannemelijk gemaakt dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de voorwaarden die gelden voor het parkeren gedurende het eerste uur zoals neergelegd in de tarieventabel bij de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Rijswijk (hierna: de Verordening). Daarin wordt het volgende vermeld:
“als het kenteken is aangemeld via parkeerapparatuur en/of door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van parkeerapparatuur via een telefoon of ander communicatiemiddel voor het eerste uur”
8. In het onderhavige geval, anders dan in de jurisprudentie waar belanghebbende naar heeft verwezen, geldt dus de expliciete voorwaarde in de Verordening dat een aanmeldhandeling moet zijn verricht om in aanmerking te komen voor het tarief van € 0,00.
Daarbij merkt de rechtbank op dat een tarief van € 0,00 als zodanig – anders dan belanghebbende stelt – in strikte zin geen vrijstelling inhoudt.
9. De stelling dat de bovengenoemde voorwaarde niet blijkt uit de geplaatste borden en de parkeerapp volgt de rechtbank niet. Uit de bebording nabij de inrit naar het parkeerterrein blijkt namelijk welke gebiedscode en welk regime aldaar van toepassing zijn. Daarnaast valt logischerwijs uit de Easypark-app af te leiden dat een parkeeractie moet worden gestart door op de knop “Park here” te klikken.
10. Gezien het feit dat belanghebbende heeft nagelaten zijn auto aan te melden op de voorgeschreven wijze en de volgens vaste jurisprudentie bestaande vergaande onderzoeks- plicht, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
11. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Proceskosten
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
D.A. van der Wilt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 november 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).