ECLI:NL:RBDHA:2025:22957

ECLI:NL:RBDHA:2025:22957, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, NL24.31809

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer NL24.31809
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

mvv voor verblijf op grond van artikel 8 EVRM; geen vrijstelling verleend van middelenvereiste; de minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat referente niet blijvend en volledig arbeidsongeschikt is; besluit niet onevenredig bezwarend in de zin van artikel 4:84 Awb; dat een eerdere nareisaanvraag zeven jaar geleden onsuccesvol is gebleken betekent niet dat de huidige reguliere gezinsherenigingsaanvraag daarom moet worden ingewilligd; hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat eiser 1 inmiddels meerderjarig is; beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2004, eiser 1

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister)

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL24.31809

V-nummer: [v-nummer]

en

[eiser 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, eiser 2

beiden met de Syrische nationaliteit, hierna gezamenlijk: eisers

(gemachtigde: mr. M.L. Van Leer)

en

(gemachtigde: mr. J. van Dam).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eisers voor een machtiging tot voorlopig verblijf (de mvv-aanvraag). Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de mvv-aanvraag van eisers op goede gronden heeft afgewezen. Eisers krijgen dus geen gelijk en hun beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eisers hebben een mvv-aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij hun moeder (hierna: referente). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 21 december 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 juli 2024 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 20 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, referente, O.M. Karim als tolk in de taal Arabisch en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond

3. De rechtbank gaat uit van de volgende omstandigheden.

Referente heeft op 29 december 2015 asiel gekregen in Nederland.

Op 19 februari 2016 heeft referente een aanvraag ingediend voor de nareis van eisers en een andere zoon. De minister heeft deze aanvraag op 7 september 2016 afgewezen omdat de vader van de zoons geen toestemming wilde geven voor hun uitreis naar Nederland. Dit besluit staat in rechte vast.

Op 8 juni 2022 heeft referente namens eisers de onderhavige mvv-aanvraag ingediend.

Eisers verblijven momenteel in Syrië. Zij hebben geen vaste verblijfplaats. Referente woont in Nederland met haar twee minderjarige kinderen die zij hier heeft gekregen.

Het bestreden besluit

4. De minister heeft de mvv-aanvraag van eisers afgewezen omdat referente niet aan het middelenvereiste voldoet. Zij heeft namelijk geen zelfstandig, voldoende en duurzaam inkomen, omdat zij een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet. Zij komt daarnaast niet aanmerking voor vrijstelling van het middelenvereiste. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het onevenredig is om het middelenvereiste aan referente tegen te werpen. De minister heeft zich tot slot op het standpunt gesteld dat er weliswaar familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM bestaat tussen eisers en referente, maar dat de belangenafweging in het nadeel van eisers uitvalt.

Had de minister referente moeten vrijstellen van het middelenvereiste?

5. Eisers voeren aan dat de minister referente wel had moeten vrijstellen van het middelenvereiste. Volgens eisers werpt de minister ten onrechte aan referente tegen dat zij niet door middel van een rapportage van de keuringsarts heeft aangetoond dat zij blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. Nu referente al door de gemeente tijdelijk is vrijgesteld van de sollicitatieplicht, wordt zij daarnaast niet nog apart medisch gekeurd. Zij kan daarom geen keuringsrapportage overleggen. Feit is echter dat referente sterk is beperkt in haar mogelijkheden om werk te vinden, omdat zij nauwelijks Nederlands spreekt. Doordat zij op haar dertiende van school is gegaan is het moeilijk voor haar om een andere taal te leren. Zij doet wel haar best om de taal te leren met een taalmaatje, maar vooralsnog gaat dit moeizaam. Ongeschoold werk is geen optie voor referente. Dit komt namelijk vaak neer op fysieke arbeid en dat is vanwege haar gezondheidsproblemen niet mogelijk.

De rechtbank overweegt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat referente niet voldoet aan het middelenvereiste. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of referente hiervan moet worden vrijgesteld.

De minister wijst een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet af op de grond dat de referent niet aan het middelenvereiste voldoet, als de referent naar het oordeel van de minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. De minister neemt – in het geval de referent een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet – blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid aan als de referent voldoet aan de volgende voorwaarden:

de referente is ten minste twee jaar volledig arbeidsongeschikt;

(gedeeltelijk) herstel is voor nog ten minste één jaar redelijkerwijs is uitgesloten; en

na dit jaar is niet al op voorhand (geheel of gedeeltelijk) herstel te verwachten.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat referente niet blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. Referente heeft namelijk geen keuringsrapportage overgelegd waaruit blijkt dat zij al twee jaar volledig arbeidsongeschikt is. Eiseres heeft ook geen medische informatie overgelegd die daarop zou kunnen duiden. Voor zover eiseres een beroep doet op bewijsnood, volgt de rechtbank haar dan ook niet.

De beroepsgrond slaagt niet.

Is het bestreden besluit onevenredig bezwarend?

6. Eisers voeren aan dat het bestreden besluit onevenredig bezwarend is in de zin van artikel 4:84 van de Awb. Referente is in 2012 gescheiden van de vader van eisers. De vader van eisers stond referente niet toe om na de scheiding contact te houden met eisers, ondanks inspanningen van referente hiertoe. Nadat referente asiel kreeg heeft zij een nareisaanvraag ingediend voor eisers. Deze is afgewezen omdat de vader weigerde toestemming te geven voor de uitreis van eisers. Het contact tussen eisers en referente is in 2022 hersteld, maar tegen die tijd was het niet meer mogelijk om een nieuwe nareisaanvraag te doen omdat referente al Nederlander was geworden. Daarom heeft referente namens eisers de aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’. Dat de minister voor deze aanvraag vasthoudt aan het middelenvereiste is onevenredig om drie redenen. Ten eerste is het juridische kader van deze aanvraag anders, maar de feitelijke situatie is precies hetzelfde als ten tijde van de nareisaanvraag. Als de aanvraag getoetst was aan het juridische kader van nareis, dan was het middelenvereiste niet tegengeworpen. Ten tweede is eiser 1 inmiddels meerderjarig. Voor meerderjarige kinderen gelden nog strengere voorwaarden voor gezinshereniging. De kans dat eiser 1 bij een eventuele nieuwe aanvraag nog met referente herenigd kan worden is dan ook minimaal. Ten derde kan referente niet werken door haar persoonlijke situatie en haar gezondheid. Zij acht de kans aannemelijk dat zij in de toekomst alsnog blijvend en volledig arbeidsongeschikt zal worden verklaard.

De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 4:84 van de Awb handelt een bestuursorgaan overeenkomstig een beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. De Afdeling heeft in haar overzichtsuitspraak van 2 februari 2022 geoordeeld dat onder ‘bijzondere omstandigheden’ zowel niet in de beleidsregel verdisconteerde omstandigheden als reeds in de beleidsregel verdisconteerde omstandigheden worden begrepen. Verder heeft de Afdeling in haar overzichtsuitspraak geoordeeld dat bij toetsing aan artikel 4:84 van de Awb de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van het besluit waartegen in rechte wordt opgekomen een rol spelen. De bestuursrechter zal van geval tot geval, in het verlengde van de tegen het besluit aangevoerde beroepsgronden, moeten bepalen of en zo ja op welke wijze de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de maatregel (uitdrukkelijk) bij de toetsing moeten worden betrokken.

De rechtbank stelt vast dat eisers geen argumenten hebben aangevoerd tegen de geschiktheid en de noodzakelijkheid van het bestreden besluit. Hun beroepsgrond is gericht tegen de evenwichtigheid van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich bij haar oordeel daarom richten op de evenwichtigheid van het bestreden besluit.

De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet onevenwichtig en dus ook niet onevenredig bezwarend is in de zin van artikel 4:84 van de Awb. De omstandigheden die eisers aanvoeren zijn niet dusdanig bijzonder dat de gevolgen van vasthouden aan het middelenvereiste onevenredig zijn in verhouding tot het met dat vereiste te dienen doel, te weten het voorkomen dat er een beroep wordt gedaan op de publieke middelen. Ten aanzien van de eerdere afgewezen nareisaanvraag overweegt de rechtbank dat het naar is voor eisers en referente dat een eerdere nareisaanvraag is geblokkeerd door de vader van eisers. Dit maakt echter niet dat het onevenredig is dat de minister voor de huidige aanvraag aan het middelenvereiste vasthoudt. Elke aanvraag wordt beoordeeld op zijn eigen merites, dat wil zeggen: naar zijn eigen toetsingskader en de omstandigheden van het moment. Dat de eerdere nareisaanvraag zeven jaar geleden onsuccesvol is gebleken betekent niet dat de huidige reguliere gezinsherenigingsaanvraag daarom moet worden ingewilligd. Ten aanzien van de meerderjarigheid van eiser 1 komt de rechtbank tot eenzelfde oordeel. Dat een eventuele toekomstige aanvraag een ander toetsingskader zal hebben en mogelijk wordt afgewezen, betekent niet dat de huidige aanvraag moet worden ingewilligd. De rechtbank herhaalt dat elke aanvraag op zijn eigen merites wordt beoordeeld. Ten aanzien van wat eisers hebben aangevoerd over de persoonlijke omstandigheden en de gezondheid van referente, overweegt de rechtbank dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat referente hierdoor niet kan werken. Dat zij slecht Nederlands spreekt en jonge kinderen heeft noopt niet tot de conclusie dat zij helemaal niet kan werken. Ook de gestelde medische klachten van referente nopen niet tot die conclusie.

De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de minister de belangenafweging onder artikel 8 van het EVRM in het nadeel van eisers mogen laten uitvallen?

7. Eisers voeren aan dat de minister de belangenafweging onder artikel 8 van het EVRM ten onrechte in hun nadeel heeft laten uitvallen. Ten eerste heeft de minister ten onrechte in het nadeel van eisers meegewogen dat referente niet aan het middelenvereiste voldoet. Eisers verwijzen naar wat zij daarover hebben aangevoerd. Ten tweede heeft de minister ten onrechte in het nadeel van eisers meegewogen dat zij in Nederland een beroep zouden doen op de algemene voorzieningen in Nederland. Als eisers naar Nederland zouden mogen komen, zouden zij bij referente gaan wonen. De huisvesting in Nederland zal dus niet verder onder druk komen te staan door de overkomst van eisers. Daarnaast is de kans aanzienlijk dat eisers in Nederland zullen gaan werken en dus een bijdrage zullen leveren aan de Nederlandse economie. Ten derde heeft de minister zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat van referente verlangd kan worden dat zij op afstand invulling blijft geven aan haar gezinsleven met eisers, in ieder geval voor de periode waarin zij inspanningen verricht om aan het middelenvereiste te gaan voldoen. Door verder tijdsverloop zal eiser 1 straks naar alle waarschijnlijkheid niet meer toegelaten worden tot Nederland, gelet op het strengere toetsingskader dat zijn meerderjarigheid met zich brengt.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit vaste jurisprudentie van het Hof en de Afdeling volgt dat de minister bij de belangenafweging onder artikel 8 van het EVRM een “fair balance” moet vinden tussen het belang van de betrokken vreemdeling(en) en familieleden enerzijds en het Nederlands algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid anderzijds. De rechtbank moet de gemaakte belangenafweging enigszins terughoudend toetsen.

De rechtbank is van oordeel dat de minister de belangenafweging onder artikel 8 van het EVRM niet ten onrechte in het nadeel van eisers heeft laten uitvallen. De minister heeft bij die belangenafweging mogen betrekken dat referente niet aan het middelenvereiste voldoet. De rechtbank volgt eisers niet in hun stelling dat de minister dit niet in hun nadeel mocht meewegen. De rechtbank heeft hierboven onder 5.3 en 6.3 al geoordeeld dat de omstandigheden die eisers aanvoeren niet leiden tot het oordeel dat de minister het middelenvereiste niet aan referente mag tegenwerpen. De minister heeft verder ook bij de belangenafweging mogen betrekken dat eisers in Nederland een beroep zullen doen op de algemene voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur.

Dat eisers bij referente zullen gaan wonen maakt dit niet anders. Hetzelfde geldt voor de stelling van eisers dat de kans ‘aanzienlijk’ is dat zij in Nederland zullen gaan werken. Bovendien acht de rechtbank deze stelling in dit geval een onzekere, toekomstige gebeurtenis. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat een eventuele toekomstige aanvraag voor eiser 1 een strenger toetsingskader zal hebben en mogelijk wordt afgewezen ook geen omstandigheid is die maakt de minister de belangenafweging in het voordeel van eisers had moeten laten uitvallen.

De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en dat de afwijzing van hun mvv-aanvraag in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr.M.A. Hollander, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N. Boonstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?