ECLI:NL:RBDHA:2025:22968

ECLI:NL:RBDHA:2025:22968, Rechtbank Den Haag, 20-11-2025, NL25.34583 en NL25.34584

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-11-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer NL25.34583 en NL25.34584
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Asiel Syrie/Paspoort Dominica/ Autoriteiten Dominica onderzoeken of het paspoort op illegale wijze is verkregen/Het bestreden besluit is niet zorgvuldig genomen en niet deugdelijk is gemotiveerd.

Uitspraak

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

Eiser heeft op 13 juli 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 juli 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft op 28 juli 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De minister heeft op 15 oktober 2025 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 6 november 2025, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J. Labban als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Achtergrond

3. Eiser heeft de Syrische nationaliteit en is in het bezit van een paspoort van Dominica. Eiser is in 2011 vanuit Syrië naar Saoedi-Arabië vertrokken. Hij heeft daar vervolgens jarenlang verbleven. Op 12 juli 2025 is eiser Nederland ingereisd waar hij vervolgens op 13 juli 2025 een asielaanvraag heeft ingediend.

Het asielrelaas

4. Eiser heeft aan zijn asielrelaas het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is afkomstig uit de Druzen-gemeenschap, een minderheidsgroep in Syrië. Hij is voor de burgeroorlog in Syrië in 2011 naar Saoedi-Arabië vertrokken en heeft daar jarenlang verbleven. Eiser stelt nu geen verblijfsrecht meer te hebben in Saoedi-Arabië. Hij is in 2017 getrouwd met een Filippijnse vrouw en heeft een paspoort van Dominica. Hij vreest bij terugkeer naar Syrië voor problemen (onderdrukking en religieuze discriminatie) vanwege zijn Druzen-afkomst.

Het bestreden besluit

5. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens de minister uit de volgende asielmotieven:

De minister acht beide asielmotieven in het voornemen geloofwaardig, alleen uit de verklaringen blijkt niet dat eiser gegronde vrees voor vervolging heeft. In het bestreden besluit wordt overwegen dat het tweede asielmotief ‘het behoren tot de Druzen-gemeenschap’ komt te vervallen, omdat eiser heeft aangetoond zowel de Syrische nationaliteit te hebben alsook burger van Dominica te zijn. De minister heeft zich daarom in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiser veilig kan terugkeren naar Dominica. De gemachtigde van de minister heeft desgevraagd ter zitting verduidelijkt dat het besluit primair betrekking heeft op terugkeer naar Dominica en dat de overwegingen ten aanzien van terugkeer naar de Filipijnen ten overvloede zijn. De minister heeft geconcludeerd dat de asielaanvraag van eiser kennelijk ongegrond is. Bij het bestreden besluit is aan eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd waaruit blijkt dat hij onmiddellijk dient terug te keren naar Dominica, omdat hij niet langer rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verder is aan hem een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Gronden van beroep

6. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en geeft hiertoe de volgende redenen. Ten eerste is de minister er ten onrechte vanuit gaat dat hij beschikt over de nationaliteit van Dominica. Eiser stelt dat hij het Dominicaanse paspoort heeft gekocht en alleen kon gebruiken om te reizen. Er is volgens hem niet voldaan aan de vereisten voor het verkrijgen van de nationaliteit. Hij stelt daarom dat hij niet zonder meer recht heeft op toegang of duurzaam verblijf in Dominica. Volgens eiser blijkt uit de reactie van de ambassade van Dominica dat, als eiser geen naturalisatiecertificaat heeft, het paspoort illegaal is verkregen. Eiser stelt dat hij geen andere documenten dan het paspoort in zijn bezit heeft, wat zou wijzen op een illegale verkrijging van het paspoort. De ambassade van Dominica heeft een kopie van het paspoort van eiser doorgestuurd naar de autoriteiten in Dominica ter authenticatie en zal eiser informeren zodra er een terugkoppeling is. Eiser heeft tijdens de zitting verduidelijkt dat het onzorgvuldig is om de uitkomst van het onderzoek van de Dominicaanse autoriteiten niet af te wachten. Ten tweede stelt eiser dat het onzorgvuldig is dat de minister geen nieuw voornemen heeft uitgebracht, omdat in het bestreden besluit niet wordt ingegaan op de overige asielmotieven die hij naar voren heeft gebracht. Deze motieven, die uitgebreid aan de orde zijn gekomen tijdens het nader gehoor, waaronder de situatie van Druzen in Syrië, zijn als relevante elementen vastgesteld en beoordeeld in het voornemen. Zonder gewijzigde omstandigheden zijn deze in het besluit niet meer relevant geacht. Daarom had de minister voorafgaand aan het besluit een nieuw voornemen kenbaar moeten maken. Ten derde voert eiser aan dat de minister de asielaanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond heeft afgewezen door hem tegen te werpen dat hij alleen zaken heeft aangevoerd die niet relevant zijn voor de beoordeling van zijn behoefte aan bescherming in Nederland.

Het paspoort van Dominica

7. De rechtbank stelt vast dat de minister tijdens de zitting van 6 november 2025 is geïnformeerd over de inhoud van de correspondentie tussen eiser en de ambassade van Dominica die eiser op 6 november 2025 heeft toegevoegd aan het digitale dossier. De minister heeft op de zitting aangegeven geen aanleiding te zien dat het bestreden besluit nu geen stand kan houden, omdat uit de correspondentie volgens hem nog steeds niet blijkt dat het paspoort niet echt is of op illegale wijze is verkregen, en eiser aldus volgens de minister de Dominicaanse nationaliteit bezit.

Het is niet in geschil dat het paspoort van Dominica authentiek is. In beginsel mag de minister uitgaan van de gegevens zoals vermeld in een authentiek bevonden paspoort. Het ligt op de weg van de vreemdeling om aannemelijk te maken dat een echt bevonden paspoort op frauduleuze wijze is verkregen. De Afdeling heeft in een uitspraak van 14 maart 2024 uiteengezet wat in zulke gevallen van een vreemdeling mag worden verwacht. Volgens de Afdeling is het aan de vreemdeling om alles te doen waar hij redelijkerwijs toe in staat is om van de autoriteiten van het land dat het paspoort heeft afgegeven een verklaring te verkrijgen waaruit blijkt of zij het betreffende paspoort aanmerken als rechtsgeldig afgegeven en/of zij de vreemdeling als hun onderdaan beschouwen. Hij moet de wijze waarop hij dat contact heeft gelegd, en de reactie van de autoriteiten, zo veel mogelijk schriftelijk vastleggen.

De rechtbank overweegt als volgt. Vanaf het aanmeldgehoor heeft eiser verklaard dat hij een paspoort van Dominica heeft gekocht bij een servicebureau in Saoedi-Arabië uitsluitend om te kunnen reizen en dat er geen andere rechten aan het paspoort verbonden zijn. Daarnaast heeft de gemachtigde van eiser op 21 oktober 2025 per e-mail contact opgenomen met de ambassade van Dominica in de Verenigde Arabische Emiraten, waar op 6 november 2025 een reactie op is gekomen. Hoewel de minister er terecht op wijst dat eiser niet heeft onderbouwd dat hij het paspoort daadwerkelijk heeft gekocht, bijvoorbeeld door middel van een betalingsbewijs of correspondentie over de aankoop van het servicebureau, is dit onvoldoende grond om de inhoud van de e-mail van de ambassade van Dominica van 6 november 2025 terzijde te schuiven. De tekst van die e-mail luidt als volgt:

“The Embassy of the Commonwealth of Dominica in the UAE, wishes to acknowledge receipt of your email message below as it relates to the document in your client's possession. If your client does not hold a Certificate of naturalization, it clearly indicates that the passport was obtained through illegal means and is a criminal offence. Please be informed that, the copy of the passport provided will be forwarded to the Police Immigration Department in Dominica for authentication. Consequently, after this is done, the Embassy will contact you.”

In het licht van het door eiser ter zitting ingenomen standpunt dat thans duidelijk is dat eiser het paspoort op illegale wijze heeft verkregen omdat hij geen ‘Certificate of naturalization’ bezit, en gelet op de inhoud van de e-mail van de ambassade van Dominica, acht de rechtbank het onzorgvuldig de uitkomst van het onderzoek door de autoriteiten van Dominica niet af te wachten. Een kopie van het paspoort van eiser is doorgestuurd naar de immigratiedienst van de autoriteiten in Dominica om te onderzoeken of het paspoort op illegale wijze is verkregen en of eiser daardoor een strafbaar feit heeft gepleegd. Vervolgens zal de ambassade contact opnemen met eiser. Aangezien het bestreden besluit betrekking heeft op de mogelijkheid van terugkeer naar Dominica, is de rechtbank van oordeel dat eerst duidelijkheid moet worden verkregen over de vraag of het paspoort al dan niet op illegale wijze is verkregen.

Deze beroepsgrond slaagt. Het bestreden besluit is op dit punt dan ook onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd.

8. Het beroep is reeds hierom gegrond. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

9. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is genomen en niet deugdelijk is gemotiveerd. Dit betekent dat het beroep gegrond is. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De minister dient opnieuw op de aanvraag te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank zal daaraan geen vaste termijn verbinden nu verweerder het besluit pas kan nemen nadat het onderzoek door de autoriteiten van Dominica is afgerond. Het is voor de rechtbank onduidelijk hoelang dit onderzoek zal duren. Wanneer dat onderzoek gereed is, dient verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.

10. Nu met deze uitspraak op het beroep van eiser is beslist, is er geen aanleiding meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.

11. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vast op € 2.721,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank, in de zaak NL25.34583:

De voorzieningenrechter, in de zaak NL25.34584:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

De rechtbank/voorzieningenrechter, in alle zaken:

- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. H. El Ouahabi, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, voor zover het de hoofdzaak betreft, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H. El Ouahabi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?