ECLI:NL:RBDHA:2025:22976

ECLI:NL:RBDHA:2025:22976, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, NL25.23257

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-12-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer NL25.23257
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Asiel, vrijwillige terugkeer, beroep tegen afwijzing en terugkeerbesluit niet-ontvankelijk vanwege ontbreken procesbelang, beroep tegen inreisverbod ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.23257

(gemachtigde: mr. D. van Elp),

en

(gemachtigde: mr. R.S. Helmus).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft voor zover het beroep is gericht tegen de afwijzing van eisers asielaanvraag en het opgelegde terugkeerbesluit en dat het beroep daarom in zoverre niet-ontvankelijk is. Het beroep voor zover dat is gericht tegen het inreisverbod is ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 22 maart 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 15 mei 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod van twee jaar.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 17 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Bij brief van 13 oktober 2025 heeft de minister de rechtbank laten weten dat eiser inmiddels vrijwillig naar Colombia is teruggekeerd en heeft daarbij een door eiser ondertekende verklaring “vrijwillig vertrek uit Nederland” overgelegd.

De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens heropend en de gemachtigde van eiser verzocht aan te geven welke gevolgen deze verklaring van eiser volgens hem heeft voor de onderhavige procedure.

De gemachtigde van eiser heeft hierop gereageerd bij brief van 31 oktober 2025.

Partijen zijn akkoord gegaan met een uitspraak zonder nadere zitting. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het standpunt van de minister over procesbelang

3. Bij de brief van de minister van 13 oktober 2025 verzoekt de minister de rechtbank om te beoordelen of eiser nog procesbelang heeft. De minister wijst op een bericht van 14 augustus 2025 van het International Organization for Migration (IOM) waaruit blijkt dat eiser met behulp van deze organisatie op die datum vrijwillig is teruggekeerd naar Colombia. Uit de door eiser ondertekende verklaring “vrijwillig vertrek uit Nederland” van 14 augustus 2025 volgt dat eiser ermee instemt dat alle lopende procedures ter verkrijging van een verblijfstitel worden beëindigd, behalve procedures tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod.

De reactie van eiser over procesbelang

4. De gemachtigde van eiser betoogt dat het beroep voor zover het zich richt tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard, maar dat zij het beroep voor zover het zich richt tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod niet zal intrekken omdat eiser daar wel procesbelang bij heeft en dat de rechtbank daarover een oordeel moet geven. Zij verwijst naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg van 1 oktober 2024.

Ontvankelijkheid van het beroep, voor zover dat betrekking heeft op de afwijzing van eisers asielaanvraag

5. De rechtbank is, onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter, van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het beroep, voor zover dat betrekking heeft op de afwijzing van zijn asielaanvraag. Uit de eerdergenoemde vertrekverklaring blijkt immers dat eiser met behulp van het IOM vrijwillig is vertrokken naar Colombia en dat eiser met de ondertekening van deze verklaring ermee heeft ingestemd dat nog openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd. Hieruit leidt de rechtbank af dat eiser niet langer aanspraak wenst te maken op een verblijfsvergunning asiel.

Het beroep van eiser, voor zover dat betrekking heeft op de afwijzing van zijn asielaanvraag, moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ontvankelijkheid van het beroep, voor zover dat betrekking heeft op het terugkeerbesluit

6. Het bestreden besluit van 15 mei 2025 omvat ook een terugkeerbesluit. De rechtbank constateert dat eiser daartegen geen gronden heeft gericht en oordeelt dat eiser met zijn vrijwillige vertrek naar Colombia uitvoering heeft gegeven aan dit terugkeerbesluit waardoor hij geen belang meer heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid daarvan.

Het beroep, voor zover dat betrekking heeft op het terugkeerbesluit, moet daarom eveneens niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ontvankelijkheid van het beroep, voor zover dat betrekking heeft op het inreisverbod

7. In het bestreden besluit heeft de minister eiser ook een inreisverbod opgelegd van twee jaren. Het inreisverbod betekent dat eiser twee jaar de EU niet meer kan inreizen. Daarmee heeft eiser procesbelang voor zover zijn beroep zich tegen dit inreisverbod richt. In zoverre is het beroep tegen het inreisverbod dan ook ontvankelijk.

De rechtbank constateert echter dat eiser geen gronden heeft gericht tegen het inreisverbod, zodat geen grond bestaat voor het oordeel dat de minister aan eiser ten onrechte een inreisverbod heeft opgelegd.

Het beroep tegen het inreisverbod is daarom ongegrond.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover het zich richt tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser en tegen het terugkeerbesluit. Voor zover het beroep zich richt tegen het inreisverbod is het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen de afwijzing van eisers asielaanvraag en tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep gericht tegen het inreisverbod ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.R.C. Lubbers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Y. Yeniay - Cenik

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?