ECLI:NL:RBDHA:2025:23011

ECLI:NL:RBDHA:2025:23011, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, NL24.32969

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer NL24.32969
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

nareis; de minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt; eiser woonde ten tijde van eerste peilmoment al anderhalf jaar in Oostenrijk, apart van referent, en voorzag daar in zekere zin in zijn eigen onderhoud; dat eisers vlucht naar Oostenrijk uit noodzaak voortkwam maakt het oordeel van de rechtbank niet anders; dat eiser gescheiden leefde van referent (en de rest van het gezin) was ten tijde van het eerste peilmoment namelijk niet meer zozeer het gevolg van eisers gedwongen vertrek uit Turkije, maar eerder van de omstandigheid dat referent (en de rest van het gezin) naar een ander land dan eiser waren gereisd om asiel aan te vragen; ook voor zijn vlucht voorzag eiser al in zijn eigen onderhoud; geen familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM; de minister mocht afzien van horen, nu in bezwaar voornamelijk juridisch-technische argumenten en geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd; beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL24.32969

[V-Nummer]

(gemachtigde: mr. E. Arslan),

en

(gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister eisers aanvraag heeft mogen afwijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een mvv in het kader van een nareisprocedure. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 9 januari 2023 afgewezen.

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van 9 januari 2023. Op 8 september 2023 heeft hij beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen van de minister op zijn bezwaar. Dit beroep is door deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, op 18 januari 2024 gegrond verklaard. De rechtbank heeft in die uitspraak bepaald dat de minister binnen elf weken na de dag van verzending van die uitspraak alsnog moet beslissen op eisers bezwaar, op straffe van een dwangsom.

Op 9 juli 2024 heeft eiser opnieuw beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen van de minister op zijn bezwaar.

Met het bestreden besluit van 31 juli 2024 heeft de minister alsnog op het bezwaar van eiser beslist. De minister is met het bestreden besluit bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen heeft op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb mede betrekking op het bestreden besluit.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft aanvullende stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, de moeder van eiser, E. Taskin als tolk in de taal Turks, en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Achtergrond

3. De rechtbank gaat uit van de volgende omstandigheden.

Eiser is geboren op [geboortedatum] 1997 en heeft de Turkse nationaliteit. Tot 2019 woonde hij in Turkije met zijn moeder, vader en zus.

In 2019 is eiser op 22-jarige leeftijd alleen naar Oostenrijk gereisd, waar hij asiel heeft aangevraagd. Op 15 maart 2024 is hem in Oostenrijk asiel toegekend.

Op 15 juli 2021 zijn eisers moeder, vader en zus Nederland ingereisd, waar zij asiel hebben gekregen. De moeder van eiser heeft namens hem om zijn nareis gevraagd en treedt in deze procedure op als referent.

Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op bezwaar

4. De rechtbank stelt vast dat de minister met het bestreden besluit alsnog heeft beslist op het bezwaar van eiser. Hierdoor heeft eiser geen belang meer bij het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een beslissing op zijn bezwaar. Omdat het procesbelang hiermee is komen te vervallen, wordt het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op bezwaar is echter wel terecht ingesteld, omdat de minister inderdaad niet tijdig op eisers bezwaar heeft beslist. De minister moet daarom wel de proceskosten van eiser vergoeden, voor zover deze zien op het instellen van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen.

Het beroep tegen het bestreden besluit

Het bestreden besluit

5. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor de door hem gevraagde mvv voor nareis. Eiser valt niet onder het jongvolwassenenbeleid en komt dus op grond van dat beleid niet in aanmerking voor nareis. Ook op grond van artikel 8 van het EVRM komt eiser niet in aanmerking voor nareis, nu er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat tussen eiser en zijn moeder. Omdat eiser in bezwaar geen nieuwe relevante omstandigheden heeft aangevoerd, heeft de minister eiser niet gehoord in bezwaar.

Heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt?

6. Eiser voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet onder het jongvolwassenenbeleid valt, omdat hij feitelijk behoort tot het gezin van zijn moeder. Op dit moment verblijft eiser weliswaar zelfstandig in Oostenrijk, maar deze situatie is ontstaan uit noodzaak omdat eiser Turkije moest ontvluchten. De minister kan dit daarom niet zomaar aan eiser tegenwerpen. Ook werpt de minister ten onrechte aan eiser tegen dat hij vóór zijn vertrek uit Turkije in zijn eigen onderhoud voorzag. Tussen 2015 en 2019 werkte eiser weliswaar, maar het geld dat hij hiermee verdiende droeg hij af aan zijn ouders. Hij woonde niet zelfstandig, voerde geen eigen huishouding en was in economisch opzicht dus ook niet zelfstandig. Zijn ouders zijn hem altijd financieel blijven steunen. Eiser is altijd onderdeel gebleven van het gezin.

De rechtbank overweegt als volgt. Het jongvolwassenenbeleid houdt in dat de minister familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM aanneemt tussen een meerderjarig kind en zijn ouder(s), zonder dat sprake moet zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. Het jongvolwassenenbeleid is van toepassing als het meerderjarige kind feitelijk nog tot het gezin van de ouders behoort. De minister stelt dit vast aan de hand van vier voorwaarden. Een meerderjarig kind behoort feitelijk tot het gezin van zijn ouders als hij:

jongvolwassen is;

met de ouder(s) in gezinsverband samenleeft;

niet in zijn eigen onderhoud voorziet; en

geen zelfstandig gezin heeft gevormd door het aangaan van een huwelijk of relatie.

Op 29 mei 2024 heeft de Afdeling een overzichtsuitspraak gedaan over het jongvolwassenbeleid. Uit deze uitspraak volgt dat de hierboven genoemde vier voorwaarden cumulatief zijn. Dat betekent dat als het meerderjarige kind niet voldoet aan één van deze voorwaarden, de feitelijke gezinsband met zijn ouders als verbroken wordt beschouwd en hij dus niet onder het jongvolwassenenbeleid valt. Uit de uitspraak van 29 mei 2024 volgt verder dat de minister een op het individuele geval toegespitste beoordeling moet maken van elk van de vier hierboven genoemde voorwaarden en dat hij hierbij alle relevante omstandigheden moet betrekken.

Op 20 november 2024 heeft de Afdeling nog een overzichtsuitspraak gedaan over het jongvolwassenenbeleid. Uit deze uitspraak volgt dat de minister twee peilmomenten hanteert waarop hij beoordeelt of de feitelijke gezinsband tussen het meerderjarige kind en zijn ouders is verbroken: op het moment van inreis van de referent in Nederland en op het moment van het nemen van het besluit op de nareisaanvraag. Als de feitelijke gezinsband ten tijde van het eerste peilmoment verbroken is, hoeft de minister niet te toetsen aan het tweede peilmoment. Voor de vraag of de gezinsband ten tijde van het eerste peilmoment is verbroken, mag de minister omstandigheden betrekken die zich vóór het peilmoment hebben voorgedaan. Deze omstandigheden mogen echter niet zonder meer doorslaggevend zijn in die zin dat een vóór het eerste peilmoment verbroken gezinsband nooit kan worden hersteld.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de feitelijke gezinsband tussen eiser en zijn moeder ten tijde van het eerste peilmoment op 15 juli 2021 was verbroken. Eiser leefde op dat moment namelijk al anderhalf jaar apart van de rest van het gezin. Hij ontving op dat moment leefgeld en onderdak van de Oostenrijkse overheid en voorzag daarmee in zekere zin in zijn eigen onderhoud. De rechtbank volgt niet dat eisers ouders hem ten tijde van het eerste peilmoment financieel ondersteunden, nu eiser dit niet met stukken heeft onderbouwd. Dat eisers vertrek uit Turkije naar Oostenrijk voortkwam uit noodzaak, maakt het oordeel van de rechtbank ook niet anders. De rechtbank acht in dit kader van belang dat de rest van het gezin in 2021 niet naar Oostenrijk is gegaan om zich bij eiser te voegen, maar naar Nederland is gekomen. Dat eiser gescheiden leefde van zijn moeder (en de rest van het gezin) was daarmee ten tijde van het eerste peilmoment niet meer zozeer het gevolg van eisers gedwongen vertrek uit Turkije, maar eerder van de omstandigheid dat zijn moeder (en de rest van het gezin) naar een ander land dan eiser waren gereisd om asiel aan te vragen.

De rechtbank betrekt bij haar oordeel ook dat eiser van 2015 tot aan zijn vertrek in 2019 gewerkt heeft en dat hij met zijn werkzaamheden een substantieel inkomen verdiende, waarmee hij zowel zichzelf als de rest van het gezin onderhield. Ter zitting is duidelijk geworden dat het inkomen van eiser ongeveer gelijk stond aan de huur van de woning voor het gezin. Eiser voorzag vóór zijn vertrek dus ook al in zijn eigen onderhoud. Dat eiser in die periode uit noodzaak is gaan werken omdat zijn vader werd gearresteerd, volgt de rechtbank niet. De vader van eiser heeft in zijn asielprocedure namelijk verklaard dat hij op 9 november 2016 werd gearresteerd en op 11 december 2017 weer werd vrijgelaten. Eiser werkte dus al voordat zijn vader werd gearresteerd en is daarna ook blijven werken. Dat eiser in de periode dat hij werkte nog bij zijn ouders woonde, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Zoals de rechtbank hierboven onder 6.1 al heeft overwogen, zijn de vier voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid cumulatief. Als een meerderjarig kind aan één van deze voorwaarden niet voldoet, wordt de feitelijke gezinsband met zijn ouders als verbroken beschouwd. De omstandigheid dat eiser tussen 2015 en 2019 nog bij zijn ouders woonde, kan daarom niet compenseren voor de omstandigheid dat hij in die periode in zijn eigen onderhoud voorzag.

De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de minister zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat tussen eiser en zijn moeder?

7. Eiser voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er tussen eiser en zijn moeder geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid is. Eiser heeft tot aan zijn vlucht altijd met zijn moeder samengewoond. Hij heeft nooit zelfstandig gewoond of een eigen netwerk opgebouwd. Hij is psychisch kwetsbaar, bekend met suïcidaliteit en in mentale zin afhankelijk van zijn moeder. Dat hij eerder dan zijn moeder uit Turkije is vertrokken, doet niet af aan zijn afhankelijkheid. Hij woont bij in Oostenrijk bij vrienden van zijn vader en bevindt zich daar in een sociaal isolement. Zijn moeder (en vader) ondersteunen hem ook nog steeds financieel.

De rechtbank overweegt als volgt. De minister neemt familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM aan tussen meerderjarige kinderen – die niet onder het jongvolwassenenbeleid vallen – en hun ouders, als er bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn die de gebruikelijke banden overstijgen. Samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, en de gezondheid van betrokken partijen kunnen een rol spelen bij het vaststellen van bijkomende elementen van afhankelijkheid.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestaan tussen eiser en zijn moeder die de gebruikelijke banden overstijgen. Dat eiser psychisch kwetsbaar is en steun ervaart aan zijn moeder (en de rest van het gezin), is begrijpelijk. Het is echter geen omstandigheid die zo bijzonder is dat dit de gebruikelijke banden overstijgt. Ten aanzien van eisers stelling dat zijn psychische kwetsbaarheid zó ver gaat dat hij in mentale zin afhankelijk is van zijn moeder, overweegt de rechtbank dat eiser dit niet nader heeft onderbouwd. Ook uit de medische stukken die eiser heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn psychische klachten, volgt geen onderbouwing voor deze stelling. Dat de ouders van eiser hem nog steeds financieel ondersteunen volgt de rechtbank niet, nu ook dit niet met stukken is onderbouwd en eiser daarnaast verklaard heeft een uitkering van de Oostenrijkse overheid te ontvangen.

De beroepsgrond slaagt niet.

Had de minister eiser moeten horen?

8. Eiser voert aan dat de minister hem ten onrechte niet heeft gehoord in bezwaar. Eiser heeft in bezwaar inhoudelijke en complexe gronden aangevoerd die niet eerder in die vorm door de minister waren beoordeeld. De minister heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat deze gronden geen nieuwe relevante feiten en omstandigheden bevatten. Bovendien heeft eiser expliciet gevraagd om te worden gehoord in bezwaar. Gelet op het belang van deze zaak voor eiser, zijn psychische kwetsbaarheid en de jurisprudentie van de Afdeling had de minister eiser moeten horen.

De rechtbank overweegt als volgt. Op 6 juli 2022 heeft de Afdeling een (overzichts)uitspraak gedaan over de hoorplicht in asiel- en migratiezaken. Daarin wijst de Afdeling erop dat volgens de wetgever het horen een essentieel onderdeel is van de bezwaarprocedure en dat de gronden waarop van horen kan worden afgezien terughoudend moeten worden toegepast. De Afdeling overweegt ook dat de plicht om te horen in bezwaar afhankelijk is van wat een betrokkene in bezwaar heeft aangevoerd. Van horen kan worden afgezien als op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat het aangevoerde in bezwaar niet tot een ander standpunt kan leiden dan in het primaire besluit is vervat. Dit is bijvoorbeeld het geval als het bezwaar niet is onderbouwd of alleen een herhaling van zetten bevat.

De rechtbank is van oordeel dat de minister eiser niet heeft hoeven horen. Het klopt dat eiser uitgebreide gronden in bezwaar heeft ingediend. De gronden zagen voornamelijk op juridisch-technische elementen en op verwijzingen naar rechtspraak. Voor een beoordeling van deze gronden was het niet nodig eiser te horen. Voor zover de gronden op feitelijke omstandigheden zagen, is de rechtbank van oordeel dat deze gronden voornamelijk een herhaling bevatten van de verklaringen die eiser in het gehoor bij de aanvraag heeft afgelegd over die feitelijke omstandigheden. Daarmee kan niet gezegd worden dat dit nieuwe feiten en omstandigheden waren. De minister hoefde daarom in wat eiser in bezwaar heeft aangevoerd geen aanleiding te zien om hem (voor de tweede keer) te horen.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

9. Het beroep, voor zover gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, is niet-ontvankelijk, omdat het procesbelang is komen te vervallen. Het beroep gericht tegen het bestreden besluit is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van zijn aanvraag voor een mvv in stand blijft.

10. Eiser krijgt een vergoeding van de proceskosten die hij heeft gemaakt voor het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op zijn bezwaar door de minister, omdat hij dit beroep terecht heeft ingediend. De rechtbank stelt deze proceskostenvergoeding aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

11. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn griffierecht.

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr.M.A. Hollander, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N. Boonstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?