RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23361
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. W.N. van der Voet),
en
(gemachtigde: mr. J. Visschers).
Procesverloop
Bij besluit van 15 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam 1]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1995 en de Jordaanse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 19 december 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat hij op 7 augustus 2022 uit Jordanië is vertrokken vanwege zijn vrees voor vervolging door een groep gelieerd aan IS. In 2019 werd hij door zijn oom [naam 2] onder valse voorwendselen naar Turkije gelokt, waar IS hem rekruteerde en trainde voor een aanslag in Jordanië. Nadat hij weigerde, werd hij drie jaar lang bedreigd via WhatsApp en Facebook, waardoor hij zich schuilhield. Hij vreest bij terugkeer voor represailles van IS wegens zijn weigering en voor vervolging door de Jordaanse autoriteiten wegens een mogelijke verdenking van betrokkenheid bij IS. Hij kan dan een levenslange gevangenisstraf opgelegd krijgen. Daarnaast stelt hij dat zijn Palestijnse afkomst en identiteit een rol spelen bij zijn vrees voor discriminatie en problemen in Jordanië.
2. Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De gestelde rekruteringspoging door IS in Turkije via eisers oom in Duitsland acht verweerder niet geloofwaardig. Hiertoe overweegt verweerder het volgende. Eiser heeft geen oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven door middel van documenten. Verweerder stelt dat eiser geen bevredigende verklaring heeft gegeven voor het ontbreken van documenten die zijn rekrutering door IS, de training in Turkije, of de bedreigingen in Jordanië kunnen onderbouwen. Ook vormen zijn verdere verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zo acht verweerder het niet aannemelijk dat IS eiser na zijn weigering drie jaar lang via WhatsApp en Facebook heeft benaderd, zonder verdere consequenties. Ook is niet aannemelijk dat eiser na drie jaar onderduiken heeft besloten om zijn oom [naam 2] in Duitsland te confronteren. Verweerder volgt ook niet dat eiser tussen 2019 en 2022 niet uit Jordanië kon vertrekken vanwege COVID-19-gerelateerde beperkingen in Jordanië. Daarnaast bevatten zijn verklaringen meerdere inconsistenties en summiere elementen die de samenhang van zijn relaas verder ondermijnen. Tot slot werpt verweerder eiser tegen dat hij zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend, zonder een goede reden. Bij een aanvullende beschikking van 15 mei 2025 heeft verweerder tot slot gesteld dat niet eiser, maar verweerder verantwoordelijk is voor de vertaling van de door eiser overgelegde stukken.
3. Eiser stelt in beroep dat verweerder niet betwist dat IS mensen rekruteert, wat maakt dat eisers verklaringen hierover geloofwaardig zijn. Ook stelt hij wél een oprechte inspanning geleverd te hebben om de rekrutering te staven. Verweerder heeft in het voornemen om bewijsmiddelen gevraagd. Vervolgens hecht verweerder geen waarde aan de overgelegde videobeelden en WhatsApp-berichten. Dit leidt tot een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Verder stelt verweerder dat de banden van zijn oom met IS zijn onderzocht door de politie. Er wordt onvoldoende gemotiveerd waarom dit geen rol speelt in zijn relaas. Verweerder had de processen-verbaal van de politie moeten inbrengen in de procedure. Uit de in- en uitreisstempels in zijn paspoort blijkt dat eiser in de genoemde periode in Turkije is geweest, wat zijn asielrelaas geloofwaardig maakt. Ook de nodige bewijsstukken ontbreken niet. Zo blijkt uit de medische informatie dat hij daadwerkelijk aan zijn schouder is geopereerd. Dit ondersteunt zijn asielrelaas. Hem wordt ten onrechte tegengeworpen dat hij gevraagde bewijsmiddelen te laat heeft ingediend en dat hieruit geen meewerkende houding blijkt. Verweerder miskent daarbij dat de procedure pas in mei 2025 is aangevangen en hem tijdens het nader gehoor pas duidelijk werd welke bewijsstukken van hem werden verlangd. Daarnaast waren de in het voornemen genoemde bewijsstukken illustratief en niet limitatief. Verweerder heeft ten onrechte niet onderkend dat eiser uit de handen van IS heeft kunnen blijven omdat hij onder de radar bleef. Verweerder gaat ervan uit dat IS langdurig zou monitoren, zonder dit nader te concretiseren. Het is niet aannemelijk dat IS drie jaar lang elke dag bij het ouderlijk huis zou posten. Verweerder maakt niet duidelijk welke objectieve bronnen eiser had kunnen inbrengen. Het ligt niet voor de hand dat IS inhoudelijke informatie over doelwitten via WhatsApp of andere sociale media zou verzenden, te meer omdat eiser niet met IS wilde samenwerken.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Eiser heeft bij de zienswijze artikelen overgelegd waaruit blijkt dat IS actief is in Turkije, Jordanië en Duitsland. Daarbij heeft hij ook links ingebracht naar video's van de arrestatie van IS-aanhangers in Jordanië en toont hij via zijn herstelde Facebookaccount interactie met zijn oom. Met stukken van de politie toont hij aan dat hij tweemaal op het politiebureau in [plaats 1] en één keer in [plaats 2] is gehoord als getuige omtrent zijn oom [naam 2] en diens banden met IS. Verder heeft hij een Grieks visum ingebracht, een kopie van de in- en uitreisstempels van september en oktober 2019 in zijn paspoort uit Turkije en informatie van een ziekenhuis in Jordanië waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk aan zijn schouder is geopereerd. In beroep heeft eiser nadere stukken ingediend: schermafbeeldingen van dreigberichten die hij vanuit Jordanië heeft ontvangen, foto’s van het afgebrande huis van zijn familie, het rapport van de brandweer waaruit blijkt dat de brand is aangestoken, medische stukken, correspondentie met de Duitse politie en stukken om aan te tonen dat zijn familieleden internationale bescherming hebben gekregen in Canada.
5. Verweerder heeft de door eiser overgelegde stukken wel degelijk in onderlinge samenhang beoordeeld. Verweerder twijfelt daarbij niet aan de inhoud van de documenten, maar deze hebben onvoldoende bewijswaarde. De rechtbank wijst daarbij ook op hetgeen hierna wordt overwogen. Zowel op zichzelf staand, als in samenhang met elkaar, tonen deze documenten niet aan dat eiser daadwerkelijk gerekruteerd is door IS en dat hij daardoor problemen ervaart.
6. Het enkele feit dat verweerder niet betwist dat IS mensen rekruteert, maakt de vrees van eiser niet geloofwaardig. Het gaat er immers om dat eiser aannemelijk maakt dat IS hem persoonlijk heeft proberen te rekruteren en dat hij hier problemen door ondervindt. Dit heeft hij niet gedaan door het overleggen van algemene artikelen waaruit blijkt dat IS actief is in Turkije, Jordanië en Duitsland of door het delen van YouTube video's waarop IS-aanhangers worden gearresteerd door de Jordaanse autoriteiten. De schermafbeeldingen van de gestelde dreigberichten zijn documenten waar over het algemeen beperkte bewijswaarde aan wordt toegekend. Dergelijke documenten zijn niet verifieerbaar en eenvoudig te manipuleren. Deze kunnen op zichzelf niet aantonen dat het relaas geloofwaardig is. Wel kunnen deze stukken als ondersteunend bewijs worden meegewogen binnen de bredere context van het relaas, waarbij het zwaartepunt ligt op de aannemelijkheid van de verklaringen. In latere overwegingen gaat de rechtbank in op de verklaringen van eiser.
7. Ook het enkele gegeven dat de politie gesprekken met eiser heeft gevoerd over zijn banden met IS betekent niet dat verweerder, of de politie, zijn relaas geloofwaardig acht. Eiser heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij IS. In het kader van de veiligheid wordt daar onderzoek naar gedaan. Dat eiser hieromtrent gehoord is, maakt op zichzelf niet dat zijn relaas daardoor geloofwaardiger wordt. Ook is het niet vreemd dat de Duitse autoriteiten zijn ingelicht, gelet op eisers verklaringen over de banden van zijn oom met IS en dat die oom een valse Syrische identiteit heeft opgegeven in Duitsland.
8. De door eiser overgelegde kopie van zijn oude paspoort, met in- en uitreisstempels, tonen enkel aan dat hij in die periode in Turkije is geweest. Daarmee is nog niet aannemelijk dat hij daar ook daadwerkelijk is getraind door IS. Dit geldt ook voor het medische document. Hieruit blijkt dat eiser is geopereerd aan zijn schouder, maar niet wat daartoe de aanleiding was.
9. Ook de in beroep overgelegde stukken zijn onvoldoende om de gestelde vrees aannemelijk te maken. Het rapport over het blusincident bij het huis van eisers familie toont geenszins aan dat eiser bedreigd wordt door IS. Dit geldt ook voor de stukken die aantonen dat zijn gezinsleden bescherming genieten in Canada. Eisers persoonlijke asielrelaas wordt daarmee niet onderbouwd.
10. Nu verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser er niet in is geslaagd om zijn asielrelaas te staven middels documenten, komt het aan op eisers verklaringen. Verweerder heeft de door eiser gestelde rekruteringspoging en de daaruit volgende problemen niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Daaraan heeft hij ten grondslag kunnen leggen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid en onder c, van de Vw. Verweerder heeft aan eiser kunnen tegenwerpen dat niet aannemelijk dat IS eiser drie jaar lang enkel via WhatsApp en Facebook heeft benaderd zonder hem verdere consequenties op te leggen. Dit strookt niet met de gedocumenteerde werkwijze van IS. Eiser stelt de identiteiten van IS-leden te kennen en zou daarmee een veiligheidsrisico vormen. Verweerder heeft de werkwijze van IS geschetst in de besluitvorming door middel van gezaghebbende bronnen. Zo zetten zij extreem geweld in om naleving af te dwingen en bedreigingen te elimineren. Individuen die weigeren mee te werken of gevoelige informatie bezitten, zoals eiser stelt te hebben, worden systematisch geïntimideerd, mishandeld of geliquideerd. IS beschikt ook over operationele capaciteit in Jordanië. Verweerder heeft het dan ook niet ten onrechte hoogst onaannemelijk geacht dat IS drie jaar lang geen fysieke acties tegen eiser heeft ondernomen.
11. Verder heeft verweerder niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat zijn onderduikgedrag inconsistent was. Hij stelt in drie jaar meer dan twintig keer van verblijfplaats te hebben gewisseld, waardoor IS hem niet kon vinden. Gezien de middelen en netwerken van IS in Jordanië is dit niet aannemelijk. Zeker gelet op de voorspelbare gedragingen van eiser: hij verbleef bij familieleden, waarvan zijn oom [naam 2] waarschijnlijk de adressen kende. Ook ging eiser regelmatig terug naar zijn ouderlijk huis. Verweerder heeft daarbij niet ten onrechte overwogen dat het niet logisch is dat eiser, na drie jaar onderduiken, dacht dat een persoonlijk gesprek met zijn oom [naam 2] hem zou overtuigen om IS te stoppen. Eiser heeft verklaard dat zijn oom hem rekruteerde voor IS en hem als gevaar zag. Eiser weet immers dat zijn oom een valse Syrische identiteit in Duitsland heeft opgegeven en dat hij banden heeft met IS. Verweerder heeft daarom niet ten onrechte overwogen dat de keuze om na drie jaar naar Duitsland te reizen om zijn oom te confronteren, de geloofwaardigheid van het relaas ondermijnt. Het wekt bevreemding dat eiser vreest voor zijn oom, maar er voor heeft gekozen om bij een dergelijk gevaarlijk figuur te verblijven. Daarnaast heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat het onlogisch is dat eiser meer dan twee maanden in Duitsland verbleef bij zijn oom, maar geen hulp heeft gezocht.
12. Verweerder heeft verder niet ten onrechte overwogen dat niet aannemelijk is dat eiser niet eerder uit Jordanië kon vertrekken wegens coronamaatregelen. Toen de gestelde problemen met IS begonnen, eind 2019, waren er geen reisbeperkingen die hem verhinderden om het land te verlaten. Pas in maart 2020 werden dergelijke beperkingen ingevoerd. Uit de besluitvorming blijkt dat in maart 2022 alle reisbeperkingen in Jordanië zijn opgeheven. Van eiser mag dan verwacht worden dat hij zo snel mogelijk actie zou ondernemen om het land dan te ontvluchten. Desondanks heeft het nog tot augustus 2022 geduurd voordat hij een visum heeft gekregen en is uitgereisd. Dit doet afbreuk aan zijn gestelde vrees. Eiser heeft niet onderbouwd dat het niet mogelijk was om eerder een visum te krijgen.
13. De rechtbank is van oordeel dat het voorgaande reeds met zich meebrengt dat verweerder voldoende dragend heeft gemotiveerd dat en waarom hij het asielrelaas geen samenhangend en aannemelijk geheel vindt en daarmee ongeloofwaardig acht. Wat eiser voor het overige heeft aangevoerd, over de tegenwerpingen dat hij geen oprechte inspanning heeft geleverd om zijn aanvraag te staven door middel van documenten en dat hij geen bevredigende verklaring heeft gegeven voor het ontbreken van documenten, hoeft niet verder te worden besproken.
14. Tot slot heeft eiser zich in Duitsland of Griekenland niet gemeld om een asielaanvraag in te dienen. Bij een oprechte, dringende behoefte aan bescherming, ligt het in de lijn der verwachting dat eiser zich zo spoedig mogelijk meldt bij de eerste beschikbare autoriteiten van een Europese lidstaat met het verzoek om bescherming. Dat hij dit niet zou durven vanwege zijn oom, is onvoldoende om dit niet te mogen tegenwerpen, temeer ook nu hij zelf naar deze oom toe is gereisd. Het voorgaande doet eveneens afbreuk aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
15. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.
16. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 4 december 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.