ECLI:NL:RBDHA:2025:23040

ECLI:NL:RBDHA:2025:23040, Rechtbank Den Haag, 05-09-2025, 23/6637

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-09-2025
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer 23/6637
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0024779 BWBR0037885 BWBR0043660

Samenvatting

aanvraag omgevingsvergunning voor verbouwen van woning afgewezen / afwijking bestemmingsplan / dakterras/loggia / in het bestreden besluit is onvoldoende onderbouwd waarom het bouwplan ruimtelijk niet aanvaardbaar zou zijn / gelijkheidsbeginsel

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 september 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 23/6637

gemachtigde: mr. R.M. Rensing,

en

gemachtigde: mr. A. Bakker.

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of het college de aanvraag van eiser om een omgevingsvergunning voor het verbouwen van zijn woning op het perceel [adres] terecht heeft afgewezen. Eiser is het niet eens met de afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college niet goed heeft gemotiveerd waarom de gevraagde vergunning zou moeten worden geweigerd. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 30 maart 2023 heeft het college de aanvraag van eiser om een omgevingsvergunning voor het verbouwen van de woning [adres] in Den Haag afgewezen. Bij bestreden besluit van 4 september 2023 heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Overgangsrecht Omgevingswet

3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 9 december 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo van toepassing blijft.

Het bestreden besluit

4. Eiser heeft een omgevingsvergunningaanvraag ingediend voor het vergroten van zijn woning door het plaatsen van een uitbouw op de eerste verdieping aan de achterzijde, het realiseren van een dakterras, het vervangen van de kapconstructie en het plaatsen van een dakkapel en dakramen. Eiser is in de gelegenheid gesteld zijn bouwplan aan te passen nadat het college had geconstateerd dat het oorspronkelijke bouwplan niet aan de bouwregels uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Zeeheldenkwartier” (bestemmingsplan) voldeed. Eiser heeft de aanvraag gewijzigd met het bouwplan van 26 februari 2023. Met het gewijzigde bouwplan is de uitbouw op de eerste verdieping aan de achterkant van de woning komen te vervallen. Het bouwplan voorziet in een wijziging van de kap naar een mansardekap met daarin een loggia, een open ruimte (of uitsnede) in het dakvlak waar het dakterras gerealiseerd zal worden.

Het college heeft de aanvraag vervolgens afgewezen op de grond dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, omdat de maximale goothoogte van het hoofdgebouw wordt overschreden en omdat het bouwplan in strijd is bevonden met de aanduiding ‘beschermd stadsgezicht’. Het college is niet bereid deze strijdigheden via afwijking van het bestemmingsplan toe te staan. Daarnaast heeft het college de aanvraag afgewezen op de grond dat het bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Bij het bestreden besluit heeft het college de afwijzing na heroverweging gehandhaafd en het bezwaar ongegrond verklaard.

Is het bouwplan terecht afgewezen?

5. Eiser heeft aangevoerd dat de toegestane goothoogte niet wordt overschreden. Eiser heeft reeds in bezwaar een stedenbouwkundige onderbouwing van BUROPPOSSO overgelegd. Daaruit volgt volgens eiser dat de goothoogte door het bouwplan niet wijzigt ten opzichte van de bestaande situatie, die onder het overgangsrecht toegestaan is. De goothoogte blijft volgens eiser 11,5 meter zodat het bouwplan op dit punt niet in strijd is met het bestemmingsplan.

Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat in het bouwplan sprake is van een nieuwe goothoogte, druiplijn of daarmee gelijk te stellen constructiedeel op 12,8 meter, omdat het dakvlak daar wordt onderbroken ten behoeve van de loggia/het dakterras. Alleen al daarom is het bouwplan niet in overeenstemming met de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan, en is het overgangsrecht niet van toepassing. Daarnaast heeft het college zich op het standpunt gesteld dat, zelfs als moet worden uitgegaan van een goothoogte op 11,5 meter, de bestaande goot op die hoogte door het bouwplan geheel wordt vernieuwd en aanzienlijk wordt verbreed. Daardoor kan volgens het college geen sprake zijn van een situatie waarin de afwijking ‘naar aard en omvang niet wordt vergroot’, zodat het overgangsrecht niet van toepassing is.

Op grond van het bestemmingsplan geldt ter plaatse van het perceel de bestemming ‘Wonen’. Artikel 17.2.1, eerste 1 onder d van de planregels bepaalt voor percelen binnen die bestemming: “Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: de hoogte, respectievelijk goothoogte en/of nokhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte die op de plankaart is aangegeven.”. De rechtbank stelt vast dat op de plankaart is aangegeven dat dit voor eisers perceel 11 meter is.

In artikel 2.6 van de planregels is de goothoogte van een gebouw gedefinieerd als: “vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.”.

Gelet op de definitie uit artikel 2.6 van de planregels kan het college niet gevolgd worden in zijn standpunt dat zich in het bouwplan een goot bevindt op 12,8 meter. Uit de bij de aanvraag behorende bouwtekeningen en de toelichting die namens eiser op zitting is gegeven, blijkt immers dat er op 12,8 meter geen goot, boeibord of druiplijn of daarmee gelijk te stellen constructieonderdeel voorzien is, maar alleen de reling van de loggia. Gelet op de definitie uit artikel 2.6 en de bouwtekeningen stelt de rechtbank vast dat de goot zich bevindt op 11,5 meter. De hoogte van de goot overschrijdt daarmee de toegestane goothoogte van 11 meter uit artikel 17.2.1, eerste lid, onder d van de planregels met 0,5 meter.

Eisers stelling dat een goothoogte van 11,5 meter vanwege de toepassing van het overgangsrecht uit artikel 27.1 onder a van de planregels niet in strijd is met het bestemmingsplan, omdat de goothoogte ten opzichte van de bestaande goothoogte, eveneens van 11,5 meter, niet wordt gewijzigd, volgt de rechtbank niet. Daarvoor is het volgende van belang.

Artikel 27.1 onder a van de planregels luidt: Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning dan wel omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

De rechtbank stelt vast dat op basis van deze planregel ‘het bouwwerk’ – dat is in dit kader het pand van eiser als geheel, en niet, zoals het college kennelijk aanneemt, alleen de goot – gedeeltelijk mag worden vernieuwd of veranderd, mits de afwijking van het bestemmingsplan naar aard en omvang niet wordt vergroot. Het bouwplan van eiser voorziet in een gedeeltelijke vernieuwing of verandering van dat bouwwerk. De hoogte van de goot wordt door het bouwplan van eiser niet gewijzigd, maar de goot beslaat volgens het bouwplan, door de andere kapvorm, wel een groter deel van de gevel ten opzichte van de bestaande goot, zoals blijkt uit het stuk van Base Studio van 14 januari 2025 dat eiser heeft overgelegd. Dat betekent dat het deel van het bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels in het bestemmingsplan toeneemt, en daarmee wordt de afwijking van het bestemmingsplan naar omvang groter. Dit betekent dat het bouwplan niet onder het bereik van het overgangsrecht valt. De gevraagde omgevingsvergunning kon daarom alleen worden verleend door van het bestemmingsplan af te wijken.

Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan zijn bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en het moet de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.

Het college heeft deze strijdigheid met het bestemmingsplan niet willen toestaan en heeft dat in de besluitvorming gemotiveerd. Daarin heeft het college overwogen dat het optrekken van de goothoogte naar 12,8 meter ruimtelijk gezien niet gewenst is. Van belang is geacht dat daarmee de toegestane goothoogte fors wordt overschreden, wat ervoor zorgt dat het hoofdgebouw wordt opgetrokken en dat zorgt voor een visuele verdichting van het achterterrein. Bovendien wordt het pand daardoor onttrokken aan het stedenbouwkundig ensemble van het bouwblok, met flauwe ondergeschikte kappen. Dakterrassen, zo heeft het college verder overwogen, zijn daarnaast atypisch en zorgen voor een afbreuk van het gewaardeerde kappenlandschap.

De rechtbank heeft echter eerder in deze uitspraak overwogen dat er op 12,8 meter geen goot, druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel is en dat de goothoogte, volgens de definitie die het bestemmingsplan geeft, dus nog altijd op 11,5 meter ligt. Het college is daarom uitgegaan van een onjuiste goothoogte bij de afweging of het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is. Daarnaast is ter zitting gebleken dat het college eisers tweede aanvraag om een omgevingsvergunning voor zijn woning, strekkende tot hetzelfde bouwplan zonder de loggia/het dakterras, heeft verleend en daarmee de wijziging van de kap naar een mansardekap dus heeft toegestaan. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat het argument van het college dat het voorliggende bouwplan afbreuk doet aan het stedenbouwkundige ensemble van het bouwblok en het gewaardeerde kappenlandschap, op zichzelf niet overtuigt. Tegen deze achtergrond is ook niet goed te volgen waarom de verwijzing van eiser naar (volgens hem) vergelijkbare gevallen volgens het college geen hout snijdt. In het bestreden besluit staat immers dat de genoemde gevallen geen van alle een combinatie betreffen van enerzijds aanpassing van de kap en anderzijds een dakterras, maar als de aanpassing van de kap inmiddels is vergund zal afzonderlijk moeten worden gemotiveerd waarom een dakterras volgens het college niet kan worden toegestaan. Daar komt bij dat de door eiser overgelegde stedenbouwkundige rapportage erop wijst dat loggia’s en buitenruimte in de omgeving al veel voorkomen, dat het daarbij dus niet om een atypische kapvorm kan gaan, dat de loggia niet vanuit de openbare ruimte te zien is, en dat de insnede in de hoofdmassa door de loggia niet betekent dat de hoofdmassa niet intact blijft. Uit het besluit en de toelichting van de kant van het college blijkt onvoldoende waarom desondanks een dakterras zoals in de aanvraag voorzien ruimtelijk niet aanvaardbaar zou zijn.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de motivering van het college om niet af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het bouwplan van eiser onvoldoende is. Tegen deze achtergrond dient ook opnieuw gekeken worden naar de gevallen die eiser heeft aangevoerd in het kader van zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 van de Awb niet is voorzien van een deugdelijke motivering. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college een nieuw besluit moet nemen op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor 8 weken.

Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. Ook heeft eiser kosten gemaakt als bedoeld in artikel 1, onder b van het Bpb ter hoogte van € 420,- voor de visuele argumentatie door architect studio Base van 14 januari 2025. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.234,- . De overige kosten waar eiser een vergoeding van gevraagd heeft komen op grond van het Bpb niet voor vergoeding in aanmerking, waarbij een rol speelt dat die kosten voor een groot deel zien op de procedure in bezwaar.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 4 september 2023;

- draagt het college op binnen 8 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt het college tot betaling van € 2.234,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr.Y. Al-Qaq, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 5 september 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.A. Oudenaarden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?