Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/692853/ KG ZA 25-1002
Vonnis in kort geding van 3 december 2025
in de zaak van
BERF 14 GmbH & Co. KG te Berlijn (Duitsland),
eiseres,
advocaat mr. T. Delmée te Den Bosch,
tegen:
[gedaagde] te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Catella’ en ‘ [gedaagde] ’.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 november 2025 waarin op grond van artikel 121 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een nieuwe roldatum is bepaald op 26 november 2025 met aan Catella het bevel om deze roldatum bij exploot, zowel aan het BRP-adres als aan het adres van de gehuurde woning, aan [gedaagde] aan te zeggen;
- het oproepingsexploot van 17 november 2025;
- de aanvullende producties 14 en 15 van Catella.
Catella heeft met het oproepingsexploot van 17 november 2025 de dagvaarding opnieuw doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 26 november 2025 bij de daarin opgenomen eis volhard.
[gedaagde] is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar hij is daar niet verschenen. Tegen [gedaagde] is verstek verleend.
2. De beoordeling van het geschil
Catella vordert – zakelijk weergegeven – dat [gedaagde] de door hem van Catella gehuurde woning aan het [adres] te [plaats] ontruimt, omdat de huurovereenkomst per 9 oktober 2025 is geëindigd en [gedaagde] thans nog in de woning verblijft. Ook vordert Catella dat [gedaagde] wordt veroordeeld om een vergoeding van € 33,25 per dag te betalen voor gebruik van de woning met ingang van 10 oktober 2025 totdat [gedaagde] de woning heeft verlaten en ontruimd. Tot slot vordert Catella dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, waaronder de eventueel te maken ontruimingskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De vorderingen komen de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en worden daarom – op de wijze zoals hierna vermeld – toegewezen, met dien verstande dat de vordering tot betaling van wettelijke rente over de gebruiksvergoeding van € 33,25 per dag zal worden afgewezen, nu Catella niet of onvoldoende heeft toegelicht vanaf welke data en op grond waarvan [gedaagde] bij niet-betaling van die bedragen in verzuim is.
Ten aanzien van de ontruimingstermijn bepaalt de voorzieningenrechter dat [gedaagde] de woning binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis moet verlaten en ontruimen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om daarbij expliciet te bepalen dat Catella gerechtigd is om die ontruiming door een gerechtsdeurwaarder te laten uitvoeren, indien [gedaagde] in gebreke blijft om binnen de bepaalde ontruimingstermijn tot ontruiming over te gaan. Immers zijn de mogelijkheid tot gedwongen ontruiming en de voorwaarden daarvoor al bij wet geregeld in artikel 555 Rv e.v.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Catella worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 715,00
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 1.752,45
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Ten aanzien van de gevorderde (eventueel te maken) ontruimingskosten overweegt de voorzieningenrechter dat de proceskostenveroordeling reeds een executoriale titel oplevert voor het verhaal van de ontruimingskosten. Een veroordeling tot betaling van de proceskosten omvat namelijk ook een veroordeling tot betaling van de nakosten (artikel 237 lid 4 Rv). Onder die nakosten vallen ook de kosten die gepaard gaan met een gedwongen ontruiming.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter:
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan het [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen met al degenen die, en al hetgeen dat, zich daarop en daarin van hunnentwege bevinden respectievelijk bevindt, onder afgifte van de sleutels, en vervolgens verlaten en ontruimd te houden;
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Catella te betalen een gebruiksvergoeding van € 33,25 per dag voor elke dag na 9 oktober 2025 dat [gedaagde] de woning niet heeft verlaten tot aan de dag van de daadwerkelijke ontruiming;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.752,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van de Laarschot en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.
lp